Het succes van een vereniging van prettige mensen

Terwijl andere jongerenverenigingen ten onder gingen, is Scouting groter dan ooit. En na de wereldjamboree die tussen 1 en 11 augustus in Dronten wordt gehouden, verwacht de organisatie nog 15.000 extra leden. Ruim 30.000 scouts uit meer dan 150 landen komen samen om 'te kamperen, te eten en activiteiten te ondernemen'.

Tijdens het kampvuur verschijnt een Arabier. “Jullie worden bedreigd door een grote natuurramp”, zegt hij. Een tolk vertaalt zijn verhaal: De duinen nabij Aerdenhout, waar scoutinggroep Wijchen haar zomerkamp heeft opgeslagen, zijn zwaar vervuild. Iedereen die leidingwater drinkt, zal sterven. De scouts krijgen van de Arabier een zak met 'tegengif' die zij later naar een nader te bepalen plaats moeten brengen.

Elf tot veertien jaar oud zijn de kinderen. “En ze vinden zo'n verhaal nog steeds leuk,” verzekert hun leider Raimond. Als de Arabier is vertrokken gaan de als 'bandieten' verklede leiders er met de zak met tegengif vandoor. Op het programma staan een dropping, een fiets- en een looptocht om de zak terug te vinden. 's Avonds moeten de jongens zelf koken, en omdat de meesten dat thuis niet gewend zijn hebben ze daarbij wat hulp van de leiding nodig. Na de maaltijd probeert de leiding hen nog wel eens aan het zingen te krijgen, maar dat is meestal geen succes. “Daar hou ik niet zo van”, zegt Patrick (11), die daarmee het gevoel van de groep verwoordt.

Een keer per week komen de leden van de 1.500 Nederlandse scoutinggroepen bijeen ('de opkomst'), een keer per jaar gaan ze op zomerkamp en eens in de vier jaar is er een wereldjamboree. Dit jaar is die in Dronten. Tussen 1 en 11 augustus komen daar ruim 30.000 scouts uit meer dan 150 landen samen om 'te kamperen, te eten en activiteiten te ondernemen'. Er verrijst een tentenstad “zo groot als Assen”, zegt W. Grommers, coördinator communicatie van Scouting Nederland. Alleen het hoofdkwartier is van steen. “De rest bestaat helemaal uit tenten. Van de supermarkt tot het ziekenhuis, het politiebureau, de tempel en het postkantoor.”

De wereldjamboree, “zeg maar de Olympische Spelen van scouting”, moet het voorlopig hoogtepunt worden van een 'groeicampagne' die de organisatie in 1991 startte. De grootste jongerenvereniging van Nederland vindt zichzelf namelijk nog niet groot genoeg. F. Van Heteren, woordvoerder van scouting en mede verantwoordelijk voor de campagne, praat erover als een bedrijfseconoom: “We hadden een marktaandeel van 4,5 procent van de jongeren in Nederland en ons idee was dat dat best groter kon. Schaalvergroting was nodig omdat we voorzagen dat overheidssubsidies terug zouden lopen. Een grotere vereniging heeft meer slagkracht en is voor bedrijven interessanter om te sponsoren.”

Het doel is ambitieus: 15.000 leden erbij aan het einde van het volgend jaar. Met de 125.000 leden die scouting op dit moment heeft (61 procent jongens en 39 procent meisjes) is de vereniging al groter dan ooit in haar 85-jarige geschiedenis. Het mediacircus dat nu rond de jamboree op gang komt, moet de belangstelling van de Nederlandse jeugd nog verder doen groeien. “We zijn er klaar voor”, zegt Van Heteren. En na enige aarzeling: “Toen Nederland Europees kampioen voetbal werd meldden zich duizenden kinderen bij de voetbalclubs. Die hadden niet genoeg trainers, niet genoeg velden; ze voelden zich overvallen.”

Scouting heeft jaren toegewerkt naar dit moment. Alle scoutinggroepen zijn onderworpen aan een 'conditietest'. Van Heteren: “Ze kregen een lijst met vragen: hoeveel leden heb je en wat doe je om nieuwe leden te krijgen? Die informatie hebben we naast gegevens van het CBS gelegd, en zo konden we aanwijzen welke plaatsen onder het gemiddelde zaten. Daar hebben we vervolgens iemand op gezet.”

'Future is now' luidt het thema van de jamboree. Een 'jamboree at the bottom of the sea', volgens de slogan waarmee scouting het evenement in het buitenland aanprijsde. Toen Nederland begin dit jaar even wereldnieuws was doordat een aantal rivierdijken het dreigde te begeven, werd de organisatie overstelpt met telefoontjes van bezorgde buitenlandse scouts. “We hebben hen moeten uitleggen dat de jamboree gewoon doorgaat en dat we geen dekens nodig hebben”, zegt Van Heteren. Tijden veranderen. “Als dit land echt overstroomt hoeft scouting haar diensten niet meer aan te bieden.”

Nederlandse scoutinggroepen stellen zich niet meer ten dienste van de plaatselijke gemeenschap maar 'adopteren' buitenlandse groepen, uit Oost-Europa of Afrika. Buitenlandse scoutings vullen hun maatschappelijke betrokkenheid vaak heel anders in dan Nederlandse. Zo geven scouts in Egypte en Bangladesh voorlichting over hygiëne en in Nepal en Togo helpen ze bij vaccinatiecampagnes. Op de jamboree laat scouting zien hoe de organisatie actief is voor de gemeenschap in het 'Global Development Village'. Samen met organisaties als Greenpeace, Amnesty International, Unicef en het Wereld Natuur Fonds, zijn workshops en 'inloopactiviteiten' georganiseerd, waaraan zowel de deelnemers als de dagjesmensen (maximaal 25.000 per dag) mee kunnen doen.

W. Grommers: “Het is een uitdaging om zo'n programma te maken en de verschillen tussen culturen te overbruggen. Bij een onderwerp als aidsvoorlichting bijvoorbeeld. Amerikanen zijn nogal puriteins, die leggen de nadruk op onthouding, terwijl we in Nederland praten over voorbehoedsmiddelen.” Condooms zijn overigens gewoon te krijgen op het kampterrein. “Maar we hebben niet overal automaten opgehangen”, zegt Grommers.

De samenwerking met Greenpeace, Amnesty en het Wereld Natuur Fonds is niet incidenteel. Scouting zoekt de laatste jaren nadukkelijk toenadering tot dergelijke non-gouvernementele organisaties. Op sommige uniformen prijkt al het 'natuurconservatie-insigne', met een Wereld Natuur Fonds-panda erop. Mensenrechten en milieu zijn thema's die jongeren van nu aanspreken. Van Heteren: “Het is niet zo dat de jeugd zich alleen bezighoudt met lege dingen als house parties. Natuurlijk hebben we last van de tendens naar meer individuele vrijetijdsbestedingen. Nintendo is een grote concurrent van ons. Maar als je jonge mensen naar hun doel in het leven vraagt, dan is het antwoord nog steeds: gelukkig worden en andere mensen gelukkig maken.”

Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit uit 1993 blijkt dat 'een leuke tijd hebben' het belangrijkste motief is om lid te worden van scouting, maar dat 'je ergens voor inzetten met vrienden' bijna net zo zwaar weegt. Zeeverkenner Wendy uit Leidschendam (18): “Je doet alles met een groep en daar word je sociaal van, dat wordt bij ons tenminste wel benadrukt.”“Je ziet het hoor, als ze verkenner zijn geweest. Ze stellen zich sociaal op, zijn zelfstandig en weten van aanpakken”, beweert D. Overduin (65), groepsbegeleider en bestuurder bij de zeeverkenners. “De gemiddelde scout is een prettig mens”, zegt F. van Heteren. De gemiddelde scout is ook redelijk goed opgeleid, zo blijkt uit het Erasmus-onderzoek. Van het kader heeft 33 procent een HBO of wetenschappelijke opleiding, 43 procent is op HAVO/MBO-niveau opgeleid. Bij de jeugdleden die de basisschool hebben verlaten is een oververtegenwoordiging van HAVO/MBO ten opzichte van VWO te zien.

Hoe kan worden verklaard dat scouting groeit - met 5.000 leden per jaar sinds de start van de goeicampagne - en bloeit waar andere jongerenorganistaties die in dezelfde tijd ontstonden al lang het loodje hebben gelegd? Het is een opmerkelijk verschijnsel, vindt T. Kamphorst, directeur van een post-academische opleiding vrijetijdskunde in Leeuwarden: “Binnen de sociologie bestaat de zogenaamde stromentheorie, die zegt dat mensen zich in hun vrije tijd met lichamelijke inspanning bezighouden, of cultureel bezig zijn, maar zelden allebei. Kinderen die fanatiek voetballen en ook klarinet spelen zijn volgens deze theorie zeldzaam. Het zou goed kunnen dat scouting iets biedt dat tussen die twee uitersten in zit.”

Belangrijk voor het succes is waarschijnlijk ook dat scouting niet stug vasthoudt aan tradities. De club heeft aansluiting weten te vinden bij thema's van deze tijd (zoals mensenrechten en milieu) en slim ingespeeld op maatschappelijke veranderingen. “Als de jeugd wil 'internetten' dan komt er een computer in het clubhuis”, zegt Van Heteren.

Milieutoestanden' hebben er toe geleid dat het koken op houtvuur een zeldzaamheid is geworden, vertelt T. Schneider (62), lid sinds 1945 en voorzitter van de Vereniging Vrienden van Scouting. Hij spreekt ze wel, de ouderen die klagen 'het is niet meer wat het geweest is'. Maar Schneider kijkt postitief tegen de veranderingen aan. “Koken op butagas moet je ook leren.” Hij vindt het te prijzen dat scouting zich heeft aangepast. “Ik denk dat het anders niet meer had bestaan. Je moet de jeugd aanspreken in woorden van vandaag.”

Schneider noemt de padvinderswet als voorbeeld. “Vroeger moest je 'ernstig beloven je plicht te zullen doen tegenover God en vaderland'. Dat kan natuurlijk niet meer. Er is een niewe wet, met andere woorden maar dezelfde inhoud: Zorg dragen voor de natuur en goed met andere mensen omgaan”.

Niet alle groepen veranderen even snel. “Er is een hoop missiewerk voor nodig”, erkent van Heteren. Op sommige plaatsen zijn jongens en meisjes van 4 tot 11 jaar samengevoegd in een nieuwe 'spelvorm', de esta's (hun pet heeft verdacht veel weg van de bij de jeugd zo populaire baseball-cap). Elders wordt vastgehouden aan het traditioneel scheiden van 'welpen' en 'kabouters'.

“Je hebt in Nederland punkgroepen en groepen die met gestreken uniformen rond de vlag staan”, zegt J. van Alkemade, hoofd sector ontwikkeling van scouting. “Als mensen mij vragen of scouting iets is voor hun kind, kan ik dat daarom niet zomaar zeggen. Het is net als het kiezen van een school. Je moet gaan kijken in de buurt wat voor groepen er zijn en hoe de leiding is.” Die variëteit is misschien ook een verklaring voor het succes van scouting: je kunt een groep kiezen die bij je (kind) past.

In Rotterdam zit zelfs een groep met uitsluitend Kaapverdianen. Scouting wil meer allochtonen in het ledenbestand; om te groeien natuurlijk, maar ook om de leus 'scouting is voor iedereen' in praktijk te brengen. “Tussen 1985 en 1987 hebben we een campagne gevoerd om meer allochtonen aan te trekken”, zegt Van Alkemade, “maar dat heeft nauwelijks iets opgeleverd”. De oorzaken van dat falen waren divers: “De promotie-activiteiten waren vaak eenmalig. Voor echte bekendheid blijkt meer nodig te zijn. Turken en Marokkanen zijn onbekend met georganiseerd jeugdwerk en associëren het met de staat. Antillianen en Surinamers weten we wel aan te trekken. In de Bijlmer is bijvoorbeeld een groep die echt een afspiegeling is van de bevolking.”

Voor de doelgroep zelf, met name voor Turkse en Marokkaanse ouders, blijkt het ook een barrière dat men lid moet worden en contributie betalen. “We denken daarom aan tussenvormen waarbij er bijvoorbeeld een paar keer per jaar een kamp is, zonder dat men onmiddellijk lid hoeft te worden. Het moet meer komen van locale projecten dan van landelijk beleid. “In Amsterdam is bijvoorbeeld een project in samenwerking met het Riagg, waarbij we een groep hebben met huiswerkbegeleiding na school.”

De scouts uit Wijchen, op zomerkamp in Aerdenhout, zijn helemaal vooruitstrevend. De leiding van de groep besloot een paar jaar geleden de uniformblouse af te schaffen en te vervangen door een blauwe sweater. Zonder insignes. Leider Raimond vertelt alvast hoe het zomerkamp dit jaar zal eindigen: De zak met 'tegengif' wordt teruggevonden en in zee geleegd. Scoutinggroep Wijchen scheidt het afval tijdens het kamp niet in vijf 'stromen', zoals straks op de jamboree gebeurt. En de tekst van het officiële jamboree-lied ('If everyone began to clean up his own mess, we could swim again safely in the river') dat Albert West in Dronten ten gehore zal brengen kennen ze ook niet. Maar de scouts uit Wijchen hebben wel een natuurramp voorkomen.