Godverdikkeme, softbalploeg gaat wel naar Atlanta

HAARLEM, 31 JULI. De speelsters van de nationale softbalploeg hebben al een paar jaar een grote droom waar ze iedere avond mee naar bed gaan en waar ze de volgende ochtend steeds opnieuw ook weer mee opstaan: een topprestatie neerzetten op de Olympische Spelen van volgend jaar. Tot gisteren was kwalificatie voor Atlanta nog niet eens een feit, maar geen speelster die ooit heeft getwijfeld aan het welslagen van die missie. “Het geloof in eigen kunnen, dàt is onze grote kracht”, zegt aanvoerster Anita Kossen.

Het is zaterdagmiddag, enkele uren voor de eerste wedstrijd van de voor deelname aan de Spelen beslissende best of three tegen Europees kampioen Italië. In de ontbijtruimte van het hotel waar de nationale ploeg tijdens het kwalificatie-toernooi in Haarlem verblijft, maakt Kossen een ontspannen indruk. Over precies een jaar zit ze in Atlanta, klinkt het zonder een spoor van twijfel in haar stem. De 24-jarige softbalster van Terrasvogels geldt als de fanatiekste speelster in de nationale selectie. Ze werkt 38 uur per week als groepsleidster in een kinderdagverblijf en woont samen met haar “kanjer van een vriend”. “Maar softbal is m'n leven.”

Kossen softbalt sinds haar zesde. Ze begon bij EHS met 'Peanutball', een aangepaste versie van de sport voor de allerjongsten. Op haar twaalfde werd ze door coaches van Terrasvogels uit Santpoort gevraagd om voor die club - een van de succesvolste verenigingen in Nederland - te komen spelen. Dat doet ze nog steeds, voor gemiddeld niet meer dan zo'n honderd toeschouwers. Met de nadruk op gemiddeld, “want als het miezert, spelen we voor hooguit een man of twintig. Voor familie en vrienden”, zegt Kossen.

Soms steekt dat. Veel, zo niet alles, voor je sport opzij zetten, een topper zijn in eigen land én in Europa, met het Nederlands team tot de sub-top van de wereld behoren, maar geen hond die naar je komt kijken. En niet meer dan een uitslag in de landelijke maandagkranten. En zelfs dat lang niet altijd. “Softbal doe je voor jezelf”, weet ze.

Maar godverdikkeme, klinkt het opeens fel, zij en haar collega-speelsters van de nationale ploeg gaan wel naar Atlanta. Naar niets minder dan de Olympische Spelen! Ze hoopt dat door de kwalificatie voor het grootste sportevenement ter wereld het softbal wat meer aandacht zal krijgen. En dat als gevolg daarvan de interesse van het publiek voor competitie-wedstrijden ook zal toenemen. Want spelen voor ruim tweeduizend toeschouwers, zoals in de duels van afgelopen weekeinde tegen Italië, “is gewoon fantastisch”. “Ik heb zelfs handtekeningen uitgedeeld”, zegt ze lachend.

Aan het kwalificatie-toernooi voor de Spelen namen tien landen deel, acht uit Europa en twee uit Afrika. Vooraf stond eigenlijk al vast dat Nederland en Italië om het ene ticket naar Atlanta zouden strijden. In Europa maken softbalsters uit beide landen - net als hun honkballende collega's - al jarenlang de dienst uit, van de nationale ploegen van Zuid-Afrika en Botswana (twee landen waar softbal in opkomst is) werd nog geen serieuze concurrentie verwacht. Onderlinge duels tussen Nederland en Italië zijn de afgelopen jaren meestal in het voordeel van de Italiaanse softbalsters beslist. Eerder dit jaar, om het Europees kampioenschap, waren zij opnieuw de beste. “Maar wij hebben bewust naar een piek tijdens dit kwalificatie-toernooi toegewerkt”, zegt Kossen.

Volgens de midveldster is het vooral aan bondscoach Ruud Elfers te danken dat Nederland in Haarlem Italië eindelijk weer eens de baas bleef. Ze roemt de aanpak van Elfers, die in 1993 werd aangesteld om van de matig presterende nationale ploeg weer een winning-team te maken. “Dankzij hem is het allemaal een stuk professioneler geworden. Meer trainingen, de tegenstanders worden vooraf bekeken en op video opgenomen, dat soort dingen. Maar het belangrijkste is misschien wel dat hij iemand voor de mentale training in zijn staf heeft opgenomen, Hans Susan. Hij doet bijvoorbeeld ontspanningsoefeningen met ons, laat ons tekeningen maken van pyramides met een gouden ring er omheen - dat symboliseert de weg omhoog naar de top - en houdt praatsessies om ieders zelfbewustzijn te vergroten. Daardoor zijn zeventien meiden, zeventien individuen, een team geworden. Een team met een ongelooflijk geloof in eigen kunnen.”

Die teamspirit bleek de afgelopen dagen vooral in de altijd spannende duels tegen de grote rivaal Italië. Uit kleine gebaren als het veelvuldig zoeken naar oogcontact tussen de speelsters onderling of een tikje op de wang voor iemand die een fout maakte. Die teamspirit bleek ook afgelopen nacht. In slaapzakken gehuld bracht vrijwel de hele Nederlandse ploeg de nacht door rondom de thuisplaat van het kleine softbalstadion in Haarlem. Om ook eens keertje gezamenlijk de grote droom te kunnen dromen.