Ga heen en vermenigvuldig mij

“Alles betaalt slecht”, moppert een Rotterdamse tandarts als het gesprek op inkomen komt. “Alleen monteurs die thuis iets komen maken verdienen geld als water. Maar nu weet ik óók de weg!” Hij toont een verleidelijke huis-aan-huis folder met de tekst Maak met 48,50 een rendement van 13.571,50 gulden. “Of is dit een ordinaire kettingbrief?”, voegt de boormeester er twijfelend aan toe. Antwoord: Ja. Organisatoren noemen dit liever financiële transfersystemen of -netwerken en vermijden de term kettingbrief, want die klinkt verdacht. Bovendien is de organisatie in handen van een totalisator en professioneel opgezet.

Bij een dergelijk systeem schuiven deelnemers elkaar geld toe in de vorm van niet verplichte giften waarover de ontvangers geen inkomstenbelasting hoeven te betalen. Hoeveel mensen er meedoen weet niemand precies, want exploitanten zijn altijd bijzonder optimistisch over aantallen: ze kijken niet op een paar duizend meer of minder.

Een denkbeeldig systeem kan zo op gang komen. Een betrouwbaar ogende man zegt tegen vier mannen in de kroeg: “Beleg honderd gulden en ik maak u rijk.” Luidruchtig ongeloof natuurlijk. De man blijft rustig: “Ik sta ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, de opzet is notarieel goedgekeurd, de administratie zit in de computer en mijn accountant controleert alles van A tot Z. Wat wilt u meer? Het systeem heet Gulden Gaven.”

De mannen kijken elkaar even aan en trekken een steenuil. De GG-baas knikt en mompelt goedkeurend, strijkt het geld op en geeft ze een deelnemersbewijs: “Ieder van jullie zoekt nu vier mensen die honderd piek willen overmaken naar de rekening van het Gulden Gaven Genootschap. De helft ervan krijgen jullie, dus al 100 % winst na één ronde, en de andere helft is voor de administratiekosten en het garantiefonds. Die zestien nieuwe beleggers zoeken op hun beurt vier uilen, zo rollen de gulden gaven door Nederland en vormt zich een uitdijende piramide die steeds meer oplevert. Ons motto luidt: ga heen en vermenigvuldig mij. Eén -ik- voor allen en allen voor één jullie. Aan de slag mannen!”

Dit is een fictief voorbeeld. In werkelijkheid zitten moderne netwerken ingenieus in elkaar en lijken niet meer op de brief die men kopieert en doorstuurt naar een vereist aantal nieuwe adressen.

Een 21-jarige man, ingeschreven als bemiddelaar, adviseur en administrateur voor beleggen en investeren, exploiteert de in de aanhef genoemde loterij zonder nieten.

Het heeft niet veel zin om de naam ervan te noemen, want een systeem dat afsterft door gebrek aan deelnemers, steekt na een poosje de kop weer op onder een andere naam. Of: exploitanten ruziën over het geld, scheiden en beginnen weer voor zichzelf. Het lijkt een markt voor vrije jongens, die niet aan toezicht en vergunningen zijn gebonden, tot justitie bewijst dat het om een kansspel gaat. Dan geldt de wet op de kansspelen. Tot nu toe verschillen rechtsgeleerden van mening over het fenomeen. Deelnemers beïnvloeden het resultaat door hun inspanningen en dat wijst niet op een kansspel. Wèl kan de belastingdienst de organisatoren controleren, althans uit fiscaal oogpunt. Of de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) omdat de genoemde man beleggingen aan het publiek aanbiedt en dat mag niet zonder vergunning van de STE.

Intussen moeten tandartsen en goedgelovigen die makkelijk en snel rijk willen worden, maar harder werken òf nadenken over deze verborgen verleiders en zwarte gaten in de zwaan-kleefaan-spelen.

Een geringe inzet -nog geen 50 gulden- trekt mensen over de streep: je waagt een gokje en maakt de gevraagde inzet over op een bankrekening. Daarna krijg je vanzelf haast om deelnemers te werven: moeder, vol vertrouwen in haar zoon; schoonmoeder, kost meer moeite; zwager, vraagt trekken en duwen; buren, die amper reageren op de lonkende schat; en je zuster, die lacht en bot weigert. De bronnen zijn snel uitgeput. Daarom zegt een slimme spelleider: geen verplichting om mensen aan te brengen.

In plaats daarvan wordt een vast deel van de inzet - hier drie gulden of 10 % van de inleg, 40 % komt ook voor - in een soort vliegwielfonds gestopt dat met fictieve deelnemers uit het fonds haperende piramides op gang houdt. Weinig brochures geven aan hoe die toewijzing werkt en wie dit controleert. Bovendien verschuift het vers-bloed-probleem naar later, want de omvang van het fonds hangt ook af van nieuwe deelnemers en komt droog te staan wanneer die het laten afweten.

Wie is er eigenaar van de nog niet uitgekeerde inleggelden en het fonds? Wie krijgt de rente van de bankrekeningen? Waar blijft het kapitaal wanneer de centrale figuren er mee ophouden of failliet gaan? Conclusie: Hoog tijd voor toezicht.