De meeste gewonde VN'ers in Bosnië reden te hard

Tot juli van dit jaar had UNPROFOR in Bosnië negentig doden te betreuren, de helft door oorlogshandelingen. Van de 816 gewonden vielen er 441 door snipers, granaatscherven en landmijnen. De rest? Voornamelijk ongevallen onderweg.

Een groot deel van het jaar is Bosnië namelijk ideaal terrein voor de Camel Trophy. In de winter zijn de paden skipistes, in de herfst verdwijnen complete tientonners in modderpoelen, in de zomer zijn er stofwolken en losse kiezels. Sommige wegen zijn nog in goede staat, maar daar kan een chauffeur na een bocht opeens oog in oog komen te staan met een koe of met een kudde geiten die hun buiken aan het asfalt warmen.

Deze maand ging in de sector Zuidwest operatie 'Slowdown 2' van start. Verkeersongevallen door te hard rijden vormen hier namelijk de hoofdoorzaak van het aantal gewonde VN'ers. De zucht tot jakkeren is algemeen. Vorige maand volgde een konvooi journalisten een Engelse majoor op weg naar de veldoefeningen bij Tomislavgrad. Diens chauffeur wist op de grintpaden van route Triangle snelheden van honderd kilometer per uur te bereiken. Achteraf beklaagde de journalistieke karavaan zich per brief over het rijgedrag van de Britten. Een week later maakte ik mee dat op dezelfde route Triangle twee auto's vol journalisten van de weg raakten in een poging het onbarmhartige tempo van de VN bij te benen.

Reed ik te hard, laatst op route Triangle? Ik denk het wel. In een mini-konvooi met collega's van de GPD en De Telegraaf was ik die ochtend in een Daewoo Racer uit Split vertrokken. Tegen zes uur zouden we in Tuzla arriveren, zo hoopten we. Het uitzicht was prachtig. Een halve kilometer in de diepte lag het meer van Prozol, een groene oase tussen staalblauwe rotswanden. Twee kilometer voor een Britse geniepost gebeurde het. Ik week uit voor een kuil, zag een vrachtwagen om de bocht komen en stuurde terug. De auto walste opeens met een eigen wil over het grint. Elke seconde leek een minuut, een groot rotsblok kwam traag naderbij. Op het laatste moment trapte ik op de rem, zodat ik de rots met de zijkant zou raken.

Het volgende moment hing de auto met de neus naar beneden tegen de rots en gaapte de afgrond met het meer voor mijn neus. Mijn ribbenkast leek in een bankschroef vast te zitten. Dit had ik eerder gezien, in een komische film. Straks kwam er een vogeltje op de motorkap zitten en zou de auto voorover wippen en in het ravijn storten. Ik krabbelde door een raampje uit de kabine en lag vijf minuten langs de weg naar adem te happen terwijl de collega's mijn bezittingen uit de auto visten. Een VN-konvooi kwam voorbij. Iemand nam een foto.

Even later werd de Daewoo uit het ravijn getrokken door een Britse takelwagen, een eerdere poging van mijn Kroatische tegenligger had slechts een gebroken sleepkabel opgeleverd. De auto startte nog steeds, al krulden de deuren zo'n dertig centimeter naar binnen. “Laat hem hier niet achter”, waarschuwde een Kroaat in het volgende dorp. “Je bent hier in Herzegovina, het Sicilië van Kroatië. Parkeer je auto bij een garage, en als je volgende week terugkomt hebben ze je nooit eerder gezien.” We wisten de Daewoo naar 'hotel Nunspeet' in Busovaca te rijden, een favoriete pleisterplaats voor Nederlandse journalisten in het hart van Bosnië.

De afdeling 'Herstel' van het transportbataljon liet me een paar wrakken van de VN zien. Hier een jeep die driemaal over de kop was gegaan. En daar de resten van een viertonner die vol verlofgangers een ravijn was ingeslipt en door de enige boom in de wijde omgeving was gestuit. Mijn ongeluk was niet meer dan een bagatel. Zo dacht Boris van autoverhuurder Uni Rent er ook over. “No problem. You buy me new car, yes?”

Als alles goed gaat, rijdt de Daewoo, met 8721 kilometer op de teller, woensdag of zaterdag in een konvooi terug naar Split, vastgesjord op de rug van een viertonner. Met dank aan het transportbataljon, de aardigste VN-eenheid in Bosnië. Maar nu ben ik overgeleverd aan de luimen van een taxichauffeur die Milan heet en de hele dag oude hits van Vicky Leandros draait. Hij zingt soms mee en lijkt dan te verwachten dat ik ook meezing. Ik wil mijn auto terug.