Zijn wij van Duitschen bloed?

Het wezenlijke van vakantie is voor mij het doen van dingen die nergens toe hoeven te leiden. Boeken lezen die je niet hoeft te onthouden. Schelpmozaiekjes maken in het zand die door de zee weer worden weggespoeld. De mooiste stenen verzamelen, wetend dat ze te zwaar zullen zijn om mee naar huis te nemen. Ik kijk tijdens de vakantie ook wel graag naar al het prachtigs dat elders op de wereld te vinden is, maar dat doelloze doen voert toch de boventoon.

En tijdens zulk onnut bezigzijn komen dan ook wel eens zomaar gedachtenflarden naar boven waarop je door blijft denken, omdat je toch niets anders te doen hebt. Zo rekende ik tijdens de afgelopen vakantie een som uit waartoe ik in het dagelijks leven waarschijnlijk nooit zou komen: dat prins Willem Alexander, denkend vanaf koningin Emma, voor 15/16de Duitse genen heeft. Natuurlijk hebben genen niets van doen met nationaliteit, maar toch laat die uitkomst wel een aardig licht schijnen op de eerste regels van het Wilhelmus. Het was ook intrigerend te bedenken dat zelfs als hijzelf en zijn nazaten steeds een Duitse huwelijkspartner zullen kiezen, die breuk nooit één zal kunnen worden. En dat terugdraaien naar nul - ongeacht de huwelijkskeuze - eveneens onmogelijk is.

Voor zulke gedachten heeft een mens vakantie. En voor het luisteren naar de Wereldomroep. Het korte-golfradiootje reist trouw met ons mee. Een gewoonte die is begonnen toen de kinderen niet meer met ons mee met vakantie gingen, maar wel gelijktijdig met ons. Liefst ook ieder afzonderlijk, en niet van zins naar een vaste verblijfplaats te gaan “Nee, ik weet nog niet waar we naar toe gaan. Wat maakt dat nou uit. Nee, ik weet ook niet wanneer we terugkomen. Dat zien we wel. Maken jullie je nou alsjeblieft niet bezorgd, dat is nergens voor nodig.” Maar dat maakten we ons wel en met reden. Vandaar die Wereldomroep voor de berichten van de ANWB alarmcentrale.

Die tijd ligt achter ons, maar de Wereldomroep is gebleven om op plaatsen waar niet dagelijks nieuwe en leesbare kranten te koop zijn op de hoogte te blijven van het Nederlandse nieuws. Althans van de hoofdlijnen daarvan, want wat journalistieke achtergrondinformatie betreft wordt althans het op vakantielanden gerichte programma van de Wereldomroep zeer eenvoudig gehouden. Het gaat allemaal nogal oubollig toe. Absoluut dieptepunt dit jaar waren de groeten van familieleden aan de militairen in Bosnië tijdens de reportage van de contactdag. Soldaten van wie men toen nog dacht dat zij verbleven in de hel, kregen de hartelijke groeten en veel sterkte gewenst van pa en moe, een omhelzing en ik-denk-aan-je van Moniek en een dikke kus van kleine Yoeri. (Inmiddels weten we dat de duivel zich tegenover hen correct gedroeg en hen ongedeerd liet gaan in ruil voor materieel ter waarde van 15 miljoen gulden - schatting is van Bart Tromp.)

Kenmerkend voor de stijl van de Wereldomroep is de herkenningsmelodie. Als je die hoort, weet je eigenlijk al dat het niet veel bijzonders kan worden. Merck toch hoe sterck, het krijgshaftige strijdlied uit de Tachtigjarige oorlog, gericht tegen de Spanjaarden, die het indertijd op Bergen op Zoom hadden gemunt. Tamelijk ongepast in een tijd dat wordt gewerkt aan een Verenigd Europa en vooral bizar als je denkt aan de tienduizenden Nederlandse vakantiegangers die voor hun plezier naar Spanje zijn gereisd en die op zon belust luisteren vanwege de weersvoorspellingen. Dat zo'n lied hoort bij het Nederlandse culturele erfgoed en dat je moet weten dat het bestaat, wil nog niet zeggen dat je het moet gebruiken. Als dan beslist iets nationalistisch moet worden gejengeld, kan beter iets onschuldig tuttigs als Oh schittrende kleuren van Nederlands vlag dienst doen.

Van het een komt het ander, de stap van Merck toch hoe sterck naar het Wilhelmus is snel gezet. Ook een lied dat velen niet lekker zit. De melodie is dierbaar, de eerste regel ook, maar de rest van de tekst laat zich niet onbevangen zingen. De meerderheid van de bevolking kent hem trouwens niet eens en dat is natuurlijk vreemd voor een volkslied. Er bestaat ook een zekere gène om het te zingen. Niet alleen voetballers staan maar wat te mummelen als vóór een landenwedstrijd begint het Wilhelmus wordt gespeeld, ook van bijvoorbeeld hoogleraren, tijdens een lustrumplechtigheid in toga verenigd, heb ik gezien dat ze hun mond slechts tersluiks en pro forma bewegen.

Het eerste struikelblok is de ik-vorm waarin het vers geschreven is. Dat geeft je het gevoel dat je onzin aan het zingen bent, want je bent Wilhelmus niet. Het zou al schelen als de tekst werd omgezet in de tweede of derde persoon, zodat je het de vorst of vorstin kon toezingen. Enigszins zoals het Engelse volkslied ook aan het staatshoofd is gewijd. Zeker als Willem Alexander eenmaal koning is, kunnen - mede gezien mijn bovengenoemde rekensommetje - de eerste drie regels dan verder gehandhaafd blijven, evenals de vijfde en de zesde regel, want ze zijn zonder meer op hem van toepassing: hij is van Nassau, van Duitsen bloed, trouw aan het vaderland, prins van Oranje, vrij en onverveerd. De vierde regel, die over trouw tot aan den dood, dat zullen we van hem niet willen verlangen en de twee laatste regels over de ering van de Spaanse koning zijn ook niet meer opportuun.

Men kan een volkslied niet zo maar vervangen, maar bij het Wilhelmus zou het al voldoende zijn om drie regels te veranderen. Zou het niet aardig zijn als de regering daarvoor een prijsvraag uitschreef?

In de vorige eeuw is dat trouwens ook al eens gebeurd en dat leverde toen Wien Neerlands bloed op. Geen vooruitgang en dus geen oplossing. Maar nu zou het slechts om drie regels hoeven gaan, die aan het volkslied iets zouden moeten toevoegen over vrijheid en tolerantie in onze multiculturele samenleving. Dat moet niet moeilijk zijn, de rijmwoorden dringen zich op.

Al met al toch geen gekke oogst voor een zo doelloos bedoelde vakantie.