Volk van Mexico ziet leven van kwaad tot erger worden

MEXICO-STAD, 29 JULI. Op bezoek in de assemblagefabriek van General Motors in de staat Guanajuato kreeg de Mexicaanse president Ernesto Zedillo donderdag een welgemeende waarschuwing. Uitgerekend Vicente Fox, de nieuw-gekozen, oppositionele gouverneur van Guanajuato, tevens oud-topman van Coca-Cola in Mexico èn een mogelijke kandidaat voor het presidentschap in het jaar 2000, hield Zedillo voor dat “we het produktieve apparaat aan het verliezen zijn”. Die waarschuwing komt bovenop herhaalde voorspellingen, dat Mexico aan de vooravond staat van een 'hete herfst' in de arbeidsrelaties.

De recessie heeft Mexico - ruim zeven maanden na het uitbreken van de peso-crisis - stevig in de greep. De cijfers spreken boekdelen. De verkopen van Zedillo's gastheer op donderdag, General Motors, zijn in de eerste helft van dit jaar met ruim 47 procent gedaald. Gemiddeld krompen de verkopen van de Mexicaanse auto-industrie in met bijna 70 procent, waarbij Volkswagen zelfs 83,7 procent minder auto's verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar. Uit onderzoek van het gespecialiseerde dagblad El Financiero blijkt dat tussen januari en mei in totaal 6.300 ondernemingen de poorten hebben moeten sluiten.

Ontslagen in bedrijfstakken over de hele linie hebben geleid tot een totaal aantal werklozen in Mexico, dat nu meer dan dertien miljoen personen bedraagt. Als gevolg daarvan is de zogenoemde informele of ondergrondse economie snel aan het uitbreiden. Volgens cijfers van officiële Mexicaanse instellingen zoals die door El Financiero werden genoemd, zijn al meer dan twintig miljoen Mexicanen afhankelijk van deze informele economie. Dat is bijna een kwart van de bevolking. Vijftien miljoen Mexicanen, ofwel iets meer dan veertig procent van de beroepsbevolking, heeft een 'formele' arbeidsplaats. De cijfers onderbouwen wat Mexicanen dagelijks met eigen ogen zien: meer ramenlappertjes, kauwgomventers en bedelaars bij de verkeerslichten en een toename van de criminaliteit, vooral vermogensdelicten.

Wat momenteel in Mexico gebeurt, voltrekt zich langs de lijnen van een scenario zoals dat eerder door verschillende economen is voorspeld. Voorzitter Victor Manuel Terrones van de werknemersorganisatie Canacintra zei eerder deze week, dat Mexico nu de moeilijkste etappe van het herstelprogramma doormaakt. Hij waarschuwde voor mogelijke sociale onrust, nu ook de dienstensector en de voedingsindustrie door de crisis worden geraakt. Gevreesd wordt, dat de eerste groep van ontslagen werknemers aan het begin van de herfst zonder geld komt te zitten, wanneer hun ontslagpremies op zijn.

Juist met het oog op het voorkomen van arbeidsonrust sloten de grootste, officiële vakcentrale CTM en de werkgevers deze week een als “historisch” omschreven pact van het type dat endemisch is in Mexico. Hoogtepunten van het pact: “Het bevorderen van waarden zoals werk, solidariteit, eerlijkheid, competitie, kwaliteit en discipline”, “het verspreiden van deze nieuwe arbeidsethos over alle organen via het ministerie van arbeid” en “het actief bevorderen van creatieve, praktische en doelgerichte maatregelen als antwoord op obstakels die zich zullen voordoen”.

Het sombere industriële panorama in Mexico staat haaks op de financiële en macro-economische situatie van het land. Het al eerder geconstateerde herstel van de economie zet zich onverminderd voort. Als een reactie hierop is de Mexicaanse beurs met zestig procent gestegen ten opzichte van het dieptepunt van eind februari. Daarmee staat de Bolsa de Valores weer op hetzelfde niveau als eind vorig jaar. Ook de Mexicaanse munt, de peso, weerspiegelt een situatie van herstel. De munt is al tijdenlang stabiel op ongeveer zes pesos per Amerikaanse dollar, hoewel de peso-futures op de beurs van Chicago uitgaan van een dollar die 6,8 pesos waard zal zijn tegen het einde van dit jaar. Minister van financiën Guillermo Ortiz is het daar absoluut niet mee eens. Hij vindt dat de peso bij de huidige koers al is ondergewaardeerd. De situatie van de Mexicaanse schatkist is al weer zodanig, dat de centrale bank onlangs op de geldmarkten heeft geïntervenieerd door pesos te kopen. Minister Ortiz houdt overigens voorshands vast aan een zwevende peso.

Het debat over de werkelijke waarde van de peso heeft natuurlijk alles te maken met de inflatieverwachting voor dit jaar. Het oorspronkelijke uitgangspunt van de regering - 42 procent - lijkt door de feiten te zijn achterhaald. Een percentage van 50 is waarschijnlijker. Desondanks is de tendens dalende. Met een versterking van de peso wil het ministerie van financiën wat inflationaire druk van de ketel halen en de benodigde verdere daling van de rentetarieven mogelijk maken. Ofschoon de kosten van geld lenen al danig zijn gedaald in de afgelopen paar maanden, blijven de rentetarieven veel te hoog. De toonaangevende Cetes-staatsobligaties noteerden eind deze week 37,3 procent. En daarmee is de rente nog te hoog om een impuls in de vorm van de broodnodige leningen voor het recessieve bedrijfsleven waarschijnlijk te maken.

De cruciale factor in het herstel van de Mexicaanse economie is uiteraard het vertrouwen in de regering. Buitenlandse beleggers en instellingen als het IMF lijken inmiddels te zijn bijgekomen van de initiële schrik rond de peso-crisis. De schouderophalende reactie van Mexico op de weigerachtige houding van het Amerikaanse Congres om nog verder leningen te verstrekken, spreekt boekdelen over het herwonnen zelfvertrouwen van de Mexicaanse autoriteiten. Maar de bevolking ziet met lede ogen toe, hoe op micro-niveau de situatie van kwaad naar erger gaat.