VN-soldaat krijgt les in Servische argumenten

De opmerking van overste Karremans dat de Bosnische oorlog geen 'good guys' en 'bad guys' kent strookt met de opleiding van Dutchbat.

OSSENDRECHT, 29 JULI. Srebrenica-veteraan Ton Karremans staat niet alleen. Zijn opvatting dat er in Bosnië geen 'good guys' en 'bad guys' zijn vindt binnen het VN-leger weerklank tot op generaalsniveau. Omwille van de neutraliteit hoort het 'wegwerken van het bestaande beeld dat Serviërs agressors zijn en moslims slachtoffers' standaard tot de vooropleiding van de VN-militair.

Abe de Vries, een afgezwaaide luitenant die in 1992 de training voor Nederlandse Joegoslavië-gangers heeft opgezet, zegt het zo: “Veel cursisten komen bij ons binnen met een duidelijk, maar eenzijdig idee. Daar moet je iets aan doen. Om die onevenwichtigheid op te heffen schuiven we ook de Servische argumenten naar voren. Wij laten zien dat je de partijen niet kunt verdelen in de goeden en de slechten.”

Ex-Clingendael docent René Grémaux, die tot december vorig jaar college gaf aan officieren en waarnemers, kroop zelf in de huid van de Servische veroveraar Ratko Mladic “om die kant van het verhaal ook te laten horen”. In zijn les liet hij een Serviër, een Kroaat en een moslim aan het woord. De Serviër leefde echter zo mee met het lot van de Bosnische moslims dat de cursisten dachten dat hij de moslim was. “Daarom heb ik mezelf toen maar opgeworpen als advocaat van de duivel”, zegt de Nijmeegse antropoloog.

Het hogere VN-personeel doorloopt voor vertrek een training van twee weken bij het Centrum voor Vredesoperaties (CVV) van de Koninklijke Landmacht in Ossendrecht. “We proberen de cursist vooraf helemaal blauw te krijgen, dat wil zeggen: neutraal”, zegt kapitein Marc van der Tier, de kwaliteitsbewaker van de opleiding. “Anders dan de media, die het conflict kleur geven met meningen en impressies, presenteren wij slechts feiten.”

In theorie kan er volgens Van der Tier geen verschil van inzicht bestaan tussen de VN-militairen en de minister van defensie. “Maar als je er met je snufferd bovenop staat ziet de werkelijkheid er natuurlijk anders uit dan wanneer je alleen rapporten leest”, zegt hij. Dat geldt ook voor overste Karremans, die met zijn lovende woorden voor Mladic zowel minister Voorhoeve als landmachtgeneraal Couzy in verlegenheid bracht.

Karremans sprak afgelopen zondag in Zagreb zijn bewondering uit voor de strateeg Mladic die zijn Dutchbat-eenheid 'knap had uitgemanoeuvreerd'. Een dozijn commentatoren suggereerde daarop dat de commandant ten prooi was gevallen aan het Stockholm-syndroom, de identificatie van de gijzelaar met de terrorist. Hij zou bovendien in de Servische propaganda-val zijn gelopen door te verkondigen dat moslimcommando's uit Srebrenica in de loop der jaren 192 dorpen hebben platgebrand en uitgemoord.

“Politiek incorrecte waarheden”, oordeelt oud-trainer Grémaux. Ze zouden onder tafel worden geveegd omdat ze niet in het zwart-wit beeld passen. Samen met De Vries is hij een pro-Servisch mediaoffensiefje begonnen met opiniestukken in de dagbladen. De antropoloog is ervan overtuigd dat het 192-dorpen-verhaal op waarheid berust. Toen hij echter begin dit jaar onderzoek wilde doen in het land van Mladic werd hem de toegang ontzegd. “Zelfs ìk mocht er niet in”, zegt hij met gevoel voor ironie.

Pagina 2: Soldaat 'snapt niets van deze oorlog'

In de hongerwinter van 1992/'93 hebben de desperado's vanuit Srebrenica zonder twijfel dodelijk toegeslagen in de gehuchten Skelani, Fakovici, Kamenica en zeer recent (26 juni) nog in Visnjica - daarvan getuigen de Servische graven en de moslim-graffiti op de muren. In hetzelfde gebied tekenen de Serviërs voor het deporteren, verjagen en deels uitmoorden van de moslimmeerderheid van Zvornik, Visegrad, Rogatica, Vlasenica en Bratunac - stuk voor stuk steden in de buurt van Srebrenica.

Niettemin denken Grémaux en De Vries dat “de schuld van de oorlog minder eenzijdig bij de Serviërs ligt dan de media en de politiek doen geloven”. Hun voormalige werkgever, het CVV in Ossendrecht, distantieert zich van de opvattingen van de twee, hetgeen ze alleen maar sterkt in hun overtuiging dat er een doofpot-beleid wordt gevoerd.

Grémaux: “De praktijkkennis van overste Karremans moet het afleggen tegen de vooringenomenheid van de politici en de media.” De oud-voorlichter ziet daarin een patroon. De Dutchbat-commandant is immers niet de eerste Nederlandse VN-officier die zijn vingers brandt aan het verkondigen van een afwijkend standpunt.

Kort na de Gorazde-crisis in april 1994 sprak brigade-generaal Bastiaans in NRC Handelsblad zijn ergernis uit over de moslimsoldaten in Gorazde, die met provocaties een 'overreactie' van de troepen van Mladic zouden hebben uitgelokt. Met hulp van “een prachtige propagandacampagne” wisten ze vervolgens de NAVO tot luchtbombardementen te bewegen. Dat had Bastiaans niet mogen zeggen, zo kreeg hij later te horen.

Eind mei overkwam kolonel De Jonge, de hoogste Nederlandse officier op het VN-hoofdkwartier in Zagreb, iets soortgelijks. Bitter stelde hij in deze krant dat de Serviërs zich “bijna niets” en de moslims zich “heel veel” kunnen veroorloven zonder zich de woede van de wereld (“die altijd al een beetje anti-Servisch is geweest”) op de hals halen. De Jonge kreeg de dag daarop een tijdelijk spreekverbod.

Eenmaal in de Bosnische bergen interpreteren de blauwhelmen hun taak naar lokaal bevinden. Zo waren de VN-observatieposten langs de grenzen van Srebrenica volgens Dutchbat-sergeant Gert Gurgjes niet bedoeld om de bevolking van de enclave te beschermen, maar “om de moslims binnen de pocket te houden, zodat er geen incidenten worden uitgelokt”. In De Legerkoerier, een blad van het ministerie van defensie, zei Gurgjes vorig jaar: “Wij zijn hier niet om de moslims te helpen, zoals velen denken.”

Onder de gewone soldaten is het 'één-pot-nat-denken' wijdverbreid. “Of je het nou had over een Kroaat, een moslim of een Serviër, voor mijn maten waren het allemaal geitekoppen”, zegt Yntze van der Honing, een neerlandicus die in 1993 zijn dienstplicht vervulde in het door Serviërs bezette deel van Kroatië. “De gemiddelde VN-soldaat snapt niets van de oorlog en wil gewoon na een half jaar een Harley Davidson kopen.”

Van der Honing legt uit hoe het meegebrachte beeld van de Serviërs als bad guys in duigen kan vallen. Zelf had hij kort voor vertrek een documentaire gezien over de bankrover Arkan, een Serviër die er trots op is dat zijn paramilitaire legertje moslimburgers verjaagt en 'zo nodig' ook doodt. Groot was de verbazing van de Rotterdamse blauwhelm toen hij bij aankomst in het VN-kampement een Arkan-aanhanger aantrof met een Heineken-biertje in de hand.

“Hier klopt iets niet, dacht ik toen. Hoe kan een moordenaar nou je huisvriend zijn?” zegt Van der Honing. “Maar het volgende moment eet je samen een ijsje en na verloop van tijd denk je: die Serviërs vallen best mee. Tegenover alles wat jij weet uit kranten en boeken, stellen zij de verhalen van een neef of een oom of een buurvrouw. Dan ben je gauw uitgepraat.”

De onpartijdigheid van de VN-missie is niet in het geding, vindt kapitein Van der Tier van het opleidingscentrum voor Vredesoperaties. Wie lange tijd met een bepaalde bevolkingsgroep optrekt kan weliswaar beïnvloed raken, maar het effect daarvan middelt zich uit omdat er VN-soldaten zijn bij alle partijen. Van der Tier: “Dat neemt niet weg dat het lastig is om blauw te blijven. Uiteindelijk krijgt iedereen wel een veegje mee.”