Siemerink heet na zege weer even 'Jantje'

AMSTERDAM, 29 JULI. Als het goed gaat noemt iedereen hem 'Jantje', als het tegenzit heet hij gewoon Siemerink. Na de kwartfinale op de Dutch Open gisteren in Amsterdam was het 'Jantje', want Siemerink behaalde voor het eerst sinds ruim een jaar de halve finale van een Grand Prix-toernooi. In een aantrekkelijke wedstrijd versloeg hij de onbekende Tsjech Bohdan Ulihrach met 6-3, 3-6 en 6-3.

“Zwaar”, had hij het gehad tegen Ulihrach , “verschrikkelijk zwaar”. Siemerink gaf zijn overwinning nog wat cachet door te stellen dat het met de anonimiteit van zijn tegenstander snel gedaan zal zijn. “Hij kan alles”, riep Siemerink na afloop vertwijfeld uit, “lobs, korte ballen of passeerslagen, maakt hem niks uit.” Dan ernstig: “We zullen met deze jongen rekening moeten gaan houden.”

Na zijn wedstrijd in de tweede ronde tegen Tsjesnokov kondigde Siemerink al aan dat Ulihrach hem misschien wel onbekend was - ze speelden nooit eerder tegen elkaar - maar een sterke tegenstander heette te zijn als op gravel wordt gespeeld. “Daarom ben ik zo blij met deze overwinning”, legde de nummer 51 van de wereld uit. “Ik heb mijn eigen spel kunnen spelen. Nog wel op gravel en ook nog eens tegen een sterke tegenstander. Dat geeft vertrouwen.”

Vandaag krijgt hij om twaalf uur met ongeveer dezelfde omstandigheden te maken, want zijn tegenstander is dan de taaie Gilbert Schaller, een specialist op gemalen baksteen. Na die partij zullen de Chileen Marcelo Rios en de Spanjaard Carlos Costa spelen om de laatste finaleplaats.

Schaller won de laatste vijf games op rij van zijn kwartfinalepartij tegen de als zevende geplaatste Karel Novacek en won met 6-7 6-4 6-4. De Tsjech was de laatst overgebleven geplaatste speler en won de Dutch Open drie keer.

Schaller versloeg eerder in het toernooi de als tweede geplaatste Spaanse gravelspecialist Berasategui. Siemerink twijfelt sterk of hij de halve finale zal overleven. “Ik kom tegenover een muur te staan. Of ik al eens eerder tegen Schaller heb gespeeld? Gelukkig niet.”

Gevraagd naar de typering van zijn speelwijze zei Siemerink eerder deze week: “Van de honderd keer dat ik serveer, ga ik daarna 99 keer naar het net.” Al in de eerste game van de wedstrijd bleek dat zijn tegenstander dat goed in zijn oren had geknoopt. Die game brak Ulihrach, 69ste op de wereldranglijst, meteen door de service van Siemerink. De Tsjech bleek over een vernietigende return te kunnen beschikken. Siemerink kon, staande aan het net, alleen nog maar kijken naar zijn passeerslagen en lobs.

Gaandeweg de eerste set kreeg Siemerink echter steeds meer vat op het spel van Ulihrach. Lobs smashte hij af en zijn formidabele stopvolley deed de rest. Siemerink had maar één mogelijkheid nodig om de eerste set binnen te halen en aan het begin van de tweede leek de partij uit te draaien op een tennisles met Ulihrach als leerling. Het spel van Siemerink begon echter te haperen en de Tsjech liet zien dat hij een fraaie backhand-passeerslag in huis heeft. Siemerink wilde de druk van zijn service opvoeren, maar sloeg een cruciale dubbele fout en gaf daarmee de tweede set uit handen.

In de derde en beslissende set had Siemerink de zaak weer op orde en scheelde het een puntje of hij had een 4-0 voorsprong genomen. Ulihrach hield de schade echter beperkt tot 3-1. Het publiek was er van overtuigd dat 'Jantje' het wel eens even af zou maken. De wave ging door het stadion. Ulihrach, die klaar stond om te gaan serveren deed vrolijk mee en Siemerink kon het allemaal maar matig waarderen. “Het is natuurlijk fantastisch dat het publiek zo mee leefde”, zei hij, “maar de wedstrijd was nog lang niet afgelopen.” Dat bleek, want meteen na de wave werd zijn service 'gebroken'. “Eén moment van concentratieverlies tegen een tegenstander als deze en ik verlies de wedstrijd.” Zover kwam het niet, want op zijn derde matchpoint legde Siemerink de bal met een mooie stopvolley achter het net, balde de vuist en schreeuwde het langdurig uit.

Hij had dan wel gewonnen, maar wilde toch even duidelijk maken dat de winst niet zo makkelijk tot stand was gekomen als dat voor sommigen leek. “Kijk, mijn partijen zijn nooit drie uur durende baseline-wedstrijden. Maar het spel dat ik speel kost wel enorm veel energie. Steeds een sprint trekken naar het net na m'n eigen service en op zijn tweede, daar moet je ontzettend scherp voor zijn.” Scherpte is volgens Siemerink het resultaat van rust in je hoofd. “En dat is nou weer het moeilijke en het tegenstrijdige: die rust moet in balans zijn met het agressieve van je spel.”