'Pas op de bowlingbaan gaat bij Michael het lichtje branden'

WIM en MICHAEL SASSEN zijn vader en zoon. Beiden zijn bekend van het bowlen. De vader is voormalig prof in het Amerikaanse circuit en de zoon, 18 jaar pas, leverde deze maand een zeer opvallende prestatie door drie van de zes gouden medailles bij de WK in Reno te winnen én drie wereldrecords te verbeteren. Michael kan miljonair worden, zegt Wim.

Michael Sassen zit tijdens het gesprek een paar keer te gapen. “Buiten de baan interesseert het hem allemaal niet zo”, had zijn vader vooraf al aangekondigd. “Pas op de baan gaat het lichtje branden.”

De 18-jarige wereldkampioen is absoluut niet arrogant. Maar hij houdt gewoon niet van ingewikkelde praat over zijn sport. Wat is de kunst van het bowlen? Hij haalt zijn schouders op. “Zo veel mogelijk pins omgooien.” Vader Wim springt bij en praat over de combinatie van concentratie, uithoudingsvermogen en killer-instinct. Zijn zoon blijkt het gezien zijn succes allemaal in huis te hebben. “Ik heb me over hem verbaasd. Zelfs ik, ja. Wanneer hij er moet staan, staat hij er. Onder welke omstandigheden dan ook.”

Michael Sassen is een koele kikker. “Of ik weleens zenuwachtig ben? Ja, een heel klein beetje.” De vader moet om de nuchterheid van zijn zoon lachen. Toen hij met pinksteren een op de Duitse tv uitgezonden toernooi in Stuttgart had gewonnen, belde Michael naar huis op. Op de vraag van Wim hoe het was gegaan, antwoordde hij “het ging wel”. Op welke plaats ben je geëindigd, was de volgende vraag. “De eerste”, meldde Michael koel.

“Je kunt de tijd gewoon dertig jaar terugdraaien”, vindt Wim. “Ik was ook zo. Op z'n boeren-Hollands gezegd: op de baan had ik schijt aan de hele wereld.” Hij moet wel in erfelijkheid geloven, concludeert hij. “Dit kan bijna geen toeval zijn. Mensen die ons allebei hebben zien gooien, zeggen dat we als twee druppels water op elkaar lijken.”

De zoon heeft zijn vader nooit zien gooien. Wim Sassen moest in 1975, twee jaar voor de geboorte van Michael, wegens een rugblessure stoppen. Hij heeft daarna nooit meer één game gegooid. “Ik kan het niet voor de lol doen. Wat is er nou leuk aan om te zien dat je negen pins omgooit terwijl het er vroeger meestal tien waren?” Verleden jaar gooide hij op nadrukkelijk verzoek eindelijk weer eens een paar ballen. Michael zag het niet. Hij was zelf op een andere baan bezig. Dat betreurt hij niet. “Want ik weet dat mijn vader het niet meer kan.”

Er bestaat nog een filmpje van een wedstrijd in Ierland uit '65 waarop Wim Sassen is te zien. “Maar daar zie je hem één bal gooien. Dat is alles”, zegt Michael. Was het wel een goede worp? De zoon maakt een wegwerpgebaar. “Er stonden nog drie pins en hij moest dus een spare gooien.”

Wim Sassen (51) is al ruim twintig jaar bedrijfsleider van een bowling in Scheveningen. Zodoende kwam zijn zoon al op hele jonge leeftijd in aanraking met de sport. De vader heeft hem door de jaren heen “de basisprincipes” aangeleerd: een goede aanloop en honderd procent balans bij de vouwlijn. “Ik ben er echt niet dag en nacht mee bezig geweest. We hebben het met z'n tweeën rustig ontwikkeld. Ik heb hem nooit tot iets gedwongen en dat zal ik ook nooit doen.” Hij zegt in 1991 zijn toen pas 14-jarige zoon bewust mee te hebben genomen naar een profwedstrijd in de Verenigde Staten. “Dan had hij een doel voor ogen.”

Daarna keek Michael thuis soms wel drie keer per dag naar videobeelden van wedstrijden. Om te leren. “En dan ging ik het snel zelf uitproberen.” De jonge Sassen heeft een Amerikaanse stijl van gooien. Hij gooit met veel effect. Waar de bal bij meeste Europeanen zo'n twaalf omwentelingen maakt komt die bij Michael makkelijk tot zeventien. Zijn vingers doen het meeste werk en geven de bal het laatste cruciale tikje, liften, heet dat. Het is een voordeel dat de 1.96 meter lange bowler lange vingers heeft. Zo kan hij over de bal heersen. “Hij pakt zijn bowlingbal beet als een pingpongbal”, zegt Wim.

Met Sassens manier van gooien is het van belang dat de baan goed is geolied. En daar schort het in Europa nog weleens aan. In Scheveningen, de thuisbaan, gebeurt dat op gezag van Wim natuurlijk wel. “Europa heeft bijna geen goede bowlers, omdat de banen te droog zijn”, zegt de routinier. “Dat roep ik al 25 jaar. Door het succes van Michael bij de WK krijg ik nu eindelijk gelijk.” Het probleem is dat het oliën van een baan veel tijd kost en heel secuur moet gebeuren. “Als ze dat overal gaan doen, wordt Michael zonder enige twijfel de beste bowler die Europa ooit heeft voortgebracht.”

Het talent streek op 15-jarige leeftijd al een premie van 75.000 gulden op. Dat bedrag lag in het bowlingcomplex van zijn vader gereed voor de bowler die het maximale puntenaantal van 300, een perfect game, zou halen. Hij deed het op een vrijdagavond in november '92 tijdens een competitiewedstrijd. Wim zat in zijn kantoortje toen hij gejuich hoorde. Zijn zoon bleek op weg naar de jackpot. “Hij was de enige die zich niet realiseerde dat hij 75.000 gulden had gewonnen.” “Ik ga nooit echt uit mijn dak”, reageert Michael. “Nou, ik toen wel. Ik geloof dat ik op mijn knieën ben gaan zitten”, zegt zijn vader.

Boven baan twaalf, waar hij destijds zo hoog scoorde, staat de naam van Michael. Ook op drie andere banen in Scheveningen heeft hij de hoogste score. “Op naar alle 24”, zegt Wim. Michael gooide tot nu toe officieel zes keer een '300' en ook nog “een stuk of tien keer” op de training. Vader Wim kwam in zijn hele carrière tot twee perfecte games. Hij kreeg voor zijn eerste keer welgeteld honderd dollar. “Dat was in Amerika. Daar kennen ze dat systeem met die bonussen niet. Het gebeurt daar ook meer dat er 300 wordt gegooid.”

Wim Sassen stond in zijn actieve carrière bekend als een avonturier. Hijspeelde regelmatig om grote sommen. “Als ik in een toernooi in Engeland 4.000 à 5.000 gulden had gewonnen, reisde ik de volgende dag door naar Parijs en probeerde daar dat bedrag te verdubbelen.” In het Bois de Bologne trof hij rijke Fransen met wie hij zogenaamde pot-games speelde. “Ik zorgde er wel voor dat ik wist tegen wie ik speelde. Maar die arrogante Fransen vonden het niet nodig om mij te kennen. Soms liet ik ze eerst winnen zodat de inzet werd verhoogd.” Michael houdt ook van een beetje gokken. Hij speelde in Scheveningen weleens om geld. Vijftig, honderd gulden per game. Hij won bijna altijd; niemand heeft nu nog zin om geld over de balk te gooien.

Sassen senior was van 1967 tot '72 prof in de Verenigde Staten. Hij wilde niet in dienst en vertrok op de bonnefooi. “Amerika lag toen ver weg, hoor. De familie nam echt afscheid van me. Emigreren was het.” Hij spreekt van “een fantastische tijd”. Hij kende echter ook armoede. “Er is een week geweest dat ik geen droge boterham kon kopen. Had ik precies tien dollar in mijn zak als inschrijfgeld voor het volgende toernooi. Ik werd toen gelukkig tweede, goed voor 2.000 dollar. Het eerste dat ik toen heb gedaan, is eten bestellen.” Twee hernia's maakten een einde aan zijn loopbaan. Hij probeerde in '72 nog terug te komen, maar drie jaar later gaf hij er na de World Cup definitief de brui aan.

Natuurlijk is nu de vraag wanneer Michael in de voetsporen van zijn vader treedt en professional zal worden. Na zijn imponerende optreden bij de WK in Reno - in een gloednieuw complex met 80 banen en een tribune voor 5.000 toeschouwers - ligt de wereld voor hem open. Amerikaanse topbowlers complimenteerden Wim Sassen uitgebreid met het spel van zijn zoon en zeiden dat Michael van een andere planeet afkomstig moet zijn. Hij werd tot Mike the Strike omgedoopt. Vooral zijn koele houding maakte indruk. Een Amerikaanse tegenstander, een oud-prof, probeerde hem tijdens de wedstrijd te provoceren. “Onbegonnen werk”, weet Wim. “Ik heb er niets van gemerkt”, zegt Michael.

De Hagenaar heeft geen haast om definitief naar Amerika te gaan. Hij wil voorlopig nog amateur blijven zodat hij met het Nederlands team nog een aantal kampioenschappen kan meemaken. En hij ziet in het profcircuit vooral op tegen het vele reizen. “Maar het zal heus nog wel een keer gebeuren.” Dan moeten, aldus vader Wim, de regels wel veranderen. Wie nu prof wordt en daarna terugwil naar de amateurs, moet volgens de regels drie jaar wachten om weer te mogen meedoen. “Dat klopt niet. Die regels zijn uit 1900. Het zou net zoals bij het voetbal moeten zijn. Als je er vandaag bij Feyenoord wordt uitgegooid, loop je morgen bij Holland te voetballen.”

Sassen probeert de regels gewijzigd te krijgen. Steun van de Amerikanen hoeft hij niet te verwachten. “Ze zitten daar echt niet op Michael te wachten. Hij wordt als indringer gezien, begrijp je. Als hij wat wint, dan pleegt hij broodroof. Die Yanks begrijpen niet dat buitenlanders hun profcompetitie interessanter kunnen maken. Wat denk je als je een Japanner en een Maleisiër laat meedoen? In Azië is bowlen enorm populair.” Verleden jaar werd in Maleisië zes uur per dag een landenwedstrijd op tv uitgezonden. Dat bezorgde Michael Sassen een enorme populariteit. Hij wordt zo waar even enthousiast. “Als ik daar op straat liep, wilden ze me allemaal even aanraken!”

In Nederland komt bowlen vrijwel nooit op televisie. Er werden banden van de zo succesvolle WK mee teruggenomen uit Reno, maar de omroepen toonden geen interesse. Wim Sassen: “Omdat bowlen te weinig te zien is, weten de mensen niet dat het topsport is. Bowlen, dat doen we voor de gezelligheid, hè.” De Nederlandse Bowling Federatie heeft 25.000 leden. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat ongeveer 175.000 mensen minstens één keer in de twee weken bowlen. En Michael Sassen is de beste van het hele stel. Ook als hij amateur blijft, kan hij nog veel verdienen, stelt zijn vader. In januari is er bijvoorbeeld een toernooi in Las Vegas met een eerste prijs van 100.000 dollar. “Niet slecht, toch?”

Kan Michael miljonair worden? Ja, weet Wim. “Hij zegt het”, reageert de zoon onverschillig. Hij vindt geld niet belangrijk. Hij denkt na over de vraag wat hij graag zou willen hebben, maar hij weet niets te bedenken. Het geld dat Michael wint, gaat naar zijn vader die het voor hem beheert. Er zit al ruim een ton in kas. “Ik wil dat hij zijn talen leert spreken en met geld leert omgaan. Voor de rest mag hij alles van me. Hij mag ook roken en drinken, maar hij doet het niet.”