Oorlog woedt door in nieuw onderkomen op televisie en video; Gevluchte moslims: het meest proberen we niet te denken

Sommige moslims uit Bosnië zijn naar Nederland gevlucht. Esina Imamovic volgt de gebeurtenissen op televisie. Zonder haar man - die is achtergebleven.

CAPELLE A/D IJSSEL, 29 JULI. “De wereld zorgt dat mijn man niet naar mij komt. Maar ik mag ook niet samen met hem sterven.” In haar hand houdt Esina Hodzic Imamovic (29) een brief van haar Hollandse arts. In sierlijke letters richt dokter A.H de Jong zijn verzoek aan het Bosnische regeringsleger in Gorazde. “Mevrouw Hodzic weet niet meer hoe ze verder moet met haar leven”, schrijft De Jong. “Een bezoek aan haar man, die in Gorazde onder uw commando vertoeft, zou ertoe kunnen bijdragen dat ze weer een doel vindt om voor te vechten.”

In het huis van het gezin Imamovic in Capelle aan den IJssel woedt de oorlog. Een satellietschotel op het balkon. De kaart van Bosnië op tafel. “Hier woont alleen ons lichaam”, zegt Esina's vader, Ifet Imamovic “de rest van ons is daar, in Bosnië”. “Zal ik mijn brief aan overste Karremans sturen?”, schampert Esina. “Hij weet misschien hoe hij mijn man moet beschermen tegen de Serviërs.” Ze kijkt naar buiten, waar Nederlandse gezinnen in korte broeken door het zomerweer wandelen.

Met stijve vingers gaat Ifet over de daken van de huizen, de rivier, de straten van Gorazde op de oude krantefoto. Toen nog een mooi slaperig stadje met dennen en één enkele benzinepomp. Daar is zijn huis, links onder de minaret van de Moskee. Zelf gebouwd. Bij de beschietingen van april vorig jaar is het vernield door twee mortiergranaten. In de resten woont nu zijn schoonmoeder. Al meer dan drie jaar zit het grootste deel van zijn familie opgesloten in de 'openluchtgevangenis'. Nu dreigt de enclave, na Srebrenica en Zepa, te bezwijken onder de Bosnisch-Servische aanvallen.

Imamovic vertelt over zijn jongste dochter. Over haar kind van zes maanden dat hij nooit heeft gezien. Hoe zal ze het voeden? Hoe bang is ze nu? Haar laatste brief was van 1 april. Verstuurd op een formulier van het Rode Kruis. Zoals gewoonlijk was het gecensureerd met grote zwarte balken door de tekst. “In de stad is het leeg, maar de bergen zijn vol”, had ze cryptisch geschreven. En daar had hij hoop uit geput.

Zijn beide schoonzoons zaten als soldaat in de bergen. Zijn broers misschien ook, zijn ooms en zijn neven. “De mannen vooral”, zegt Ifet Imamovic plotseling en slaat zijn handen voor zijn gezicht. Hij wil er niet over denken. Vooral 's nachts als hij niet kan slapen en op het balkon zit komen de beelden van gefusilleerde mannen terug. “Wat ze in Srebrenica hebben gedaan! De mannen en jongens van de vrouwen scheiden. Hoe hebben de Nederlanders dat kunnen laten gebeuren?” Ifet Imamovic zwijgt. “Pijn”, zegt hij. Het is het enige woord dat hem te binnen schiet wanneer hij denkt aan het onthaal van de Nederlandse blauwhelmen op Soesterberg. “Bosnië is een boksring en Europa is het publiek dat juicht voor de sterkste.”

Dan is het weer stil in de kamer. Mevrouw Imamovc schenkt koffie, de ogen gericht op de klok voor het nieuws. Het is of de tijd niet vooruit wil. Esina speelt met de speelgoedbeer van haar zoontje. Haar vader kijkt op de kaart en trekt pijlen en strepen; vlakt ze weer uit. “Honderd procent”, had hij gezegd. Honderd procent zeker was hij ervan geweest dat het nooit meer zou gebeuren. Zijn vader en zijn moeder. Het was in 1942, hij was tien jaar oud toen ze bij hem werden weggehaald. Cetniks namen hen gevangen, samen met zijn oma en opa. Bij een riviertje in het bos zijn ze doodgeschoten. Hij is door vreemden opgevoed, ging werken in de ijzermijn en werd lid van de vakbond en de communistische partij. “Maar toen het in Slovenië begon wíst ik opeens dat de oorlog in Bosnië zou komen.”

Op het journaal komen de beelden voorbij van uitgeputte vluchtelingen uit Zepa. Dan verschijnt de Bosnisch-Servische generaal Ratko Mladic in vol ornaat. “Hij liegt”, zegt Ifet Imamovic over de toezegging van de generaal dat de vluchtelingen geen haar zal worden gekrenkt, dat Gorazde niet zal worden aangevallen 'als de moslims afzien van nieuwe aanvallen'. “Hij liegt!” Onder zijn boze handen laat de afstandsbediening het kanaal verspringen, waardoor de lof van minister Voorhoeve over het optreden van Dutchbat plaatsmaakt voor een Duitse soap.

“Mijn vader vertrouwde op de Nederlanders”, vertelt Esina. “Hij vond het erg dat ze niet in Gorazde zaten. Nu vertrouwt hij op de Engelsen.” En zijzelf? Wat denkt zij dat er in Gorazde gaat gebeuren? Esina schokt met haar schouders, ze vertrouwt niemand meer. “Soms droom ik dat mijn man door de bossen vlucht. Dat hij Bosnisch gebied bereikt. Het is zijn enige kans.”

Op tafel ligt een verklaring van de Nederlandse visadienst dat haar man naar Nederland mag komen. “Het meest probeer ik niet te denken”, zegt Esina, terwijl ze naar de video kijkt die haar vader intussen heeft opgezet. Beelden van het ziekenhuis van Gorazde. Een groep muzikanten zingt treurige liederen om de zieken op te vrolijken. “Dat is mijn buurman”, wijst Ifet Imamovi'c naar de zanger. Dan volgen er beelden van een massagraf. Het gezin kijkt in stilte. Hoe vaak hebben ze de beelden niet gezien? “Kijk, daar is het benzinestation”, roept Ifet Imamovic wijzend op de geblakerde resten van een pomp. “En daar het busstation. Kijk nu, kijk dat is Gorazde.” Overal kogelgaten en ruïnes. Alleen de stappen van de video-amateur die het filmpje maakte. “Hij is de fotograaf van Gorazde”, vertelt mevrouw Imamovic. De man die de foto's van hun huwelijk maakte. Vandaag zijn ze precies dertig jaar getrouwd. “Laten we naar het restaurant gaan en vieren”, zegt Ifet Imamovic. “Laten we tot aan het parkje lopen en dan teruggaan naar huis”, antwoordt zijn vrouw.