Nederland en Bosnie (5)

Lang geleden schreef iemand een boekje over Zuid-Afrika onder de titel “Je hoeft er niet geweest te zijn”; de inhoud was niet eens zo slecht maar die titel is natuurlijk een lachertje. Om zelfs maar te beginnen een verre en vreemde situatie ietwat te begrijpen moet men er althans een jaartje in hebben geleefd en gewerkt. Twee maanden als toerist, twee weken op dienstreis, twee dagen op ministerieel bezoek; allemaal even ontoereikend, naar ook de gevestigde media-correspondenten heel goed weten. Om de indrukken van overste Karremans en zijn ca. 400 getrainde Nederlanders, die in een héél vreemde situatie werkten, zomaar van tafel te vegen - omdat ze niet stroken met het Haagse en Hilversumse beeld van een situatie - kan en màg niet de bedoeling zijn. Dat het in Bosnië bij een strijd tussen drié, zo niet meer, lokale groepen gewoon irreëel is de ene groep als 'good guys' te beschouwen an alle misère op het conto van deze of gene andere groep te schrijven, kan een kind begrijpen. Ik geloof ook niet dat het opvoeren van het Stockholm-syndroom (van gegijzelde burgers) door psychologen-overstes in het geval van een echte overste en zijn mensen geheel terecht kan zijn. Het is normaal en nodig dat, ook bij actief vechtende legers, door de getrainde staven louter professionele oordeelsvorming plaats vindt over de top van de tegenpartij. In Oost Java hadden wijzelf respect voor Ir. Djatikoesoemo; het ontzag dat Rommel terecht genoot bij de geallieerden is bekend en het verhaal van de Duitse overste Von Lettow-Vorbeck (Oost-Afrika, '14-'18) is legendarisch.