Nederland en Bosnie (3)

Na de tweede wereldoorlog, waarin menselijkheid en beschaving een nieuw dieptepunt bereikten, hebben we geprobeerd onze geschokte en geschonden wereld te restaureren. Eén van de wegen daartoe was, in de ontstane chaos, het stellen en verhelderen van morele criteria.

Tevergeefs, lijkt het. Opnieuw zien we nu dat oorlogsvoering, ontstaan uit agressie, waanideeën en hebzucht, en niet uit de noodzaak om agressie te beteugelen (een twijfelachtig middel overigens) leidt tot een orgie van bloeddorst en wreedheden. Oorlogsmisdaden, dus. In het artikel van redacteur H. Steketee, over generaal Mladic, “een goeie ouderwetse militaire ploert. Niet verfijnd (!), wel effectief (!!)” in NRC Handelsblad van 22 juli, wekt uw krant, een schijn van instemming met de gang van zaken in het voormalig Joegoslavië, en met deze kampioen van de daar beleden en begane misdaden. Er lijkt een zacht applausje op te klinken voor de sterkere van dit moment; het recht van de sterkste. Ik hoop, dat ik uw intentie heb misverstaan, maar zou een helder en niet meer dan fatsoenlijk, en niet voor meer dan één uitleg vatbare stellingname, juist op dit moment en juist in deze krant, op prijs stellen.

Dit leidde tot de instelling van oorlogstribunalen in Duitsland en Japan. Tijdens de hierop volgende processen, o.a. in Neurenberg, werd een nieuw en verfijnd criterium gehanteerd, het onderscheid tussen oorlog en oorlogsvoering en het begaan van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid.