Nederland en Bosnië (1)

De Nederlandse VN-soldaten zouden verplicht het boek van Primo Levi 'Ik ben een mens' moeten lezen. Hierin beschrijft Levi op basis van persoonlijke ervaringen de psychologische gevolgen van een langdurig verblijf in omstandigheden van willekeur, honger, moord, terreur en afhankelijkheid van beulen. Ieder individu, enkele zeer bijzonderen uitgezonderd, verliest onder deze omstandigheden zijn menselijke waardigheid en zelfrespect. Alleen de overlevingsdrang, zelfs ten koste van je medemens, is het primitieve instinct dat dan de menselijke omgangsvormen bepaalt. Dit proces hebben de Nederlandse soldaten ook in Srebrenica waargenomen. Levi beschrijft tevens de organisatie, discipline en efficiency van het Duitse moord- en terreurapparaat. Karremans zou hier ook lovend over geweest zijn. Dat Nederlandse soldaten de volstrekte en gerechtvaardigde wanhoop van de Bosnische soldaten en bevolking niet hebben doorzien, kan hun persoonlijk niet eens zozeer kwalijk worden genomen. Wel moet het de commandant als verantwoordelijke militair worden aangerekend dat hij beulen en slachtoffers, die hij nota bene moest beschermen, op deze wijze tegemoet treedt. Maar eigenlijk doet hij ook weer niets anders dan wat Europese politici al jarenlang in de praktijk brengen. Weliswaar zijn de (militaire en politieke) omstandigheden van deze oorlog volstrekt anders dan WO II, op menselijk en diplomatiek gebied zijn er wel degelijk overeenkomsten. Concentratiekampen, deportaties, 'Blut und Boden', volkenrechtelijk bedrog, massamoord en een agressieoorlog worden in Kosovo, Bosnië, Kroatië en later wellicht ook Macedonië getolereerd. Engels en Frans cynisme bepalen nog steeds het Europese beleid. Heeft Primo Levi dan toch voor niets de moed gehad zijn verhaal en waarschuwing door te geven?