Man van de Verlichting

SALOMON MAIMON: Mijn levensverhaal

Vertaald en van een nawoord voorzien door W. Hansen

287 blz., Atlas 1994, ƒ 49,90

'Mind over matter' zou Salomon Maimon als devies niet misstaan. Zijn leven lang heeft hij zich boven zijn bedrukte omstandigheden proberen te verheffen, en zijn geest vrijelijk over wijsgerige zaken laten dwalen. Niettemin had hij ook een groot respect voor de eisen van de realiteit en veroordeelde hij in felle bewoordingen het formalisme van de joodse schriftgeleerden. Voor die moeite werd hij beloond met het wantrouwen van zijn orthodoxe geloofsgenoten, de wrevelige steun van joodse vrijdenkers, en een opmerkelijke loftuiting van Immanuel Kant die van hem schreef dat “niemand van mijn tegenstanders mij en mijn essentiële vraagstuk zo goed heeft begrepen als de heer Maimon”.

Salomon Ben Jozua, die uit bewondering voor de joodse geleerde Maimonides de schrijversnaam 'Maimon' verkoos, werd in 1754 geboren in Litouws Polen, dat tijdens zijn leven bij Rusland getrokken werd, en stierf in 1800 in Silezië, dat inmiddels in Pruisische handen was gevallen. Het was geen gelukkige tijd voor Polen, en des te minder voor de Poolse joden. Zijn jeugd bracht hij in de 'shtetls' door, de joodse dorpen die Isaac Singer zo ontroerend beschreven heeft. De oude en nieuwe dwepers met de Poolse aristocratie moeten in Maimons autobiografie zeker niet de passage overslaan waarin vorst Radzivil huishoudt in de synagoge. Het was echter geen opstandigheid, maar dorst naar kennis die Maimon uit het benauwde dorpsleven verdreef. De sfeer van geleerde lediggang en talmoedische disputen uit het 'shtetl' tekende echter zijn bestaan in meer dan één opzicht.

Het grootste deel van zijn korte leven “cirkelde hij om Berlijn als een mot om een lamp”, zoals zijn vertaler/bewerker treffend in het nawoord schrijft. Daar maakte hij achtereenvolgens kennis met een kring van joodse intellectuelen rond Mozes Mendelsohn, grootvader van de componist, en met het fundamentele filosofische onderzoek van Kant. Of Maimon in Berlijn zelf 'een man van de Verlichting' geworden is, zoals de vertaler schrijft, is betwistbaar, maar vast staat dat deze contacten een geweldige indruk op hem hebben gemaakt.

Een tweeslachtige stemming vervult deze 'Bildungsroman': in het eerste deel overheerst de opluchting over zijn ontsnapping aan de “hersenschimmen en luchtkastelen van de Talmoedstudie”, maar in het tweede spreekt de teleurstelling over de onverschilligheid waarmee de wereld zijn luidkeels beleden emancipatie begroette. Zijn gebrek aan vakopleiding en beschaafde omgangsvormen wreekten zich. Voor zijn levensonderhoud was Maimon altijd aangewezen geweest op vage baantjes als huisleraar, maar vooral op de goedgunstigheid van geestverwanten. Zijn vrienden en hijzelf hebben het daar moeilijk mee gehad.

De levensgeschiedenis als zodanig eindigt met de scheiding van de vrouw die hem op zijn elfde jaar was toegewezen, en met het verlies van zijn weldoener Mendelsohn. Waarschijnlijk schonk dit tweevoudig afscheid hem de moed om te publiceren. Zijn geestelijk leidsman werd de Spaanse jood Maimonides die in de twaalfde eeuw ook een poging had gedaan 'de verbroken harmonie van religie en wetenschap' te herstellen. In het laatste decennium van de achttiende eeuw publiceerde Maimon een filosofisch woordenboek, voorzag Aristoteles en Kant van commentaar, en deed ook dit levensverhaal het licht zien. Aanvankelijk schreef hij in het Hebreeuws, later maakte hij zich met veel moeite het Duits meester.

De vertaler heeft in een appendix drie lessen (over de joodse godsdienst, over religieuze geheimen, en een beredeneerde samenvatting van Maimonides' Gids voor dolenden) ondergebracht, die oorspronkelijk door het levensverhaal geweven waren. Voor een godsdiensthistoricus zijn de scherpe observaties over de ontwikkeling van een geleerde aristocratie, een joods mandarijnendom, na de vernietiging van de joodse staat aan het begin van de jaartelling van belang. Zijn verhandeling over religieuze geheimen loopt honderd jaar vóór op wat de Franse socioloog Emile Durkheim over de centrale functie van de godsdienst in de samenleving schreef. En voor wie van balanceren op het scherp van de filosofische snede houdt, behelst het laatste opstel veel moois: een onderscheid tussen de onvoorstelbaarheid van bepaalde natuurkundige evidenties en de ondenkbaarheid van God, een pleidooi voor de diensten die de wiskunde de metafysica kan leveren, de kritiek op de causaliteitsleer van Kant. Zelfs als de problemen ons nu betrekkelijk koud laten, is de enorme spanning waaronder de redenering staat imposant. Men is getuige van een tour de force om recht en rede te ontdekken in de religie.

In de loop van het laatste betoog worden de filosofische hoogstandjes evenwel steeds vaker onderbroken door kalme bespiegelingen. De apotheose van die reeks rustpunten wordt bereikt aan het einde van de prachtige samenvatting van Maimonides, wanneer hij vol overgave diens woorden aanhaalt: “Ik sliep, maar mijn hart waakte”. Die afwachtende houding beschouwt Maimon tenslotte als een voorwaarde voor werkelijk inzicht.

'Verlichting' is een ouder en ruimer begrip dan filosofen wel menen. Zeker, Kant loofde Maimons scherpzinnigheid, maar men ziet makkelijk over het hoofd dat hij hem prees als een tegenstander van zijn kritische filosofie. In de ogen van een rationalist moet Maimon een bedenkelijke hang naar het geheimzinnige hebben bezeten. Zo herinnert het commentaar op het negatieve wezen van God aan de poëtische mystiek van het middeleeuwse Rijnland, maar verwijst het ook terug naar de joodse kabbala die hij ogenschijnlijk de rug had toegekeerd.

Maimons geestkracht, geboeid door de joodse traditie èn de moderne filosofie, demonstreert pijnlijk de onmogelijkheid om de enormiteiten van het geloof met het wetenschappelijk vereiste te rijmen. Maar hij poseert niet als een gekwelde Faust. Vertrouwen doet hij, zijns ondanks, op een bijbelse taal die vanouds de kortste verbinding tussen hoofd en hart probeert te slaan. De vertaler heeft veel eer gelegd in een precieze en fraaie weergave van een idioom dat nergens eenvoudig is.