High-tech, high-risk?

Menig ondernemer, bankier, beleidsmaker of vakbondsvertegenwoordiger is in de ban van de high tech. De nieuwe technologieën die tien jaar geleden nog in een mysterieuze toekomstwaas gehuld waren, zijn nu in veel gevallen toegepast in allerlei processen en produkten, zoals computers, machines, auto's, huishoudelijke apparaten, medicijnen en voedingsmiddelen.

Het lijkt dus goed te gaan met het investeren in strategisch onderzoek in bedrijven, want de ondernemers maken hoge winsten. De banken hebben voor honderden miljoenen guldens leningen kunnen verstrekken aan gevestigde en vooral startende high-tech ondernemingen. Dat brengt ook geld in het laatje. De beleidsmakers kunnen genieten van de vruchten waarvoor zij het zaad via de technologieprogramma's hebben geleverd. En zelfs de vakbonden kunnen na aanvankelijke aarzeling tevreden zijn over de hogere kwaliteit van de arbeid die door de komst van nieuwe technologieën in de industrie en dienstensector bereikt is. Kortom, de high-tech heeft zijn belofte waargemaakt.

Of is dit een wat al te rooskleurige voorstelling van zaken? Een nadere blik in de wereld van de high-tech geeft al spoedig aan dat het inderdaad niet allemaal rozegeur en maneschijn is. De potentie van de nieuwe technologieën rondom de informatietechnologie, biotechnologie en nieuwe materialen is inderdaad enorm, maar de risico's die ermee samenhangen zijn voor alle betrokkenen eveneens torenhoog. Zelfs diegenen die dachten goed gegokt te hebben, kunnen alsnog bedrogen uitkomen. Thans verkeren heel wat Amerikaanse investeerders in onzekerheid over de aandelenkoers van grote high-tech ondernemingen, zoals Intel, Microsoft en Compaq Computer. De enorme hype rond de electronische snelweg en de hieruit afgeleide verwachting dat het aantal PC's en de bijbehorende software tot een sterke stijging van de aandelenkoersen van de grote computer- en softwarebedrijven zouden leiden, blijkt minder om het lijf te hebben dan aanvankelijk gedacht. Microsoft moest vorige week laten horen dat de winst weliswaar zeer aanzienlijk was, maar dat de hoge verwachtingen toch niet waar gemaakt konden worden. Dergelijke uitspraken hebben vergaande gevolgen voor de hele high-techsector. Investeerders proberen dan snel eieren voor hun geld te kiezen en kunnen onmiddellijk switchen naar investeringen in andere bedrijfstakken. Dit kan leiden tot miljoenenverlies voor high-tech bedrijven. Ook de doorsnee ondernemer staat niet te popelen om zwaar te investeren in eigen onderzoek. Mocht de noodzaak van vernieuwing al aangetoond zijn door bijvoorbeeld een verslechterde concurrentiepositie, dan wordt al gauw gekeken of er niet een snellere en goedkopere manier is om aan nieuwe technieken en kennis te komen. Op zich is hier niets mis mee. Integendeel, de enorme kapitaalverspilling in het onderzoek als gevolg van het onderbenutten van patentgegevens, laat zien dat het wiel niet elke keer opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Echter, wie zelf vrijwel niet investeert in het ontwikkelen van eigen kennis, wordt op den duur wel zeer sterk afhankelijk van wat anderen doen. Bovendien doen die anderen het dan altijd eerder, waardoor je als volger nog maar een beperkt deel van de markt en van de hoge winsten kunt behalen. Als gevolg daarvan kom je als bedrijf met je produkten steeds verder achterop en moet je oppassen dat concurrenten uit de nieuwe industrielanden je alsnog inhalen. Op het gebied van auto's, televisies en andere hoogwaardige goederen neemt een land als Zuid-Korea een vooraanstaande plaats in en het is in de internationale concurrentiestrijd al een geducht tegenstander van Japan aan het worden. De ondernemers daar moeten wel risico's nemen, want anders maken ze helemaal geen kans. Daarentegen probeert men hier veelal eerst nog zo lang mogelijk door te gaan met beproefde produkten en processen en investeert men het liefst op het laatste moment. Met alle risico's vandien, want de wereld van de high-tech is keihard. Te laat is te laat en er is geen mogelijkheid meer om de investeringen terug te verdienen, tenzij er een veilig afgebakende markt is. De internationale bepalingen in Europees verband en in het kader van de WTO, de wereldhandelsorganisatie, maken dat echter steeds lastiger.

De meeste werknemers hebben de technologiegolf gelaten over zich laten komen. De angst voor verlies van banen domineerde eerst in de industrie en de laatste jaren in de dienstensector. Vooral in de bank- en verzekeringssector zal er de komende tijd een zeer groot aantal banen verdwijnen. In tegenstelling tot de industrie, waar vooral het laaggeschoolde werk verdween als gevolg van de automatisering, zijn het in de dienstensector vooral banen in het middensegment die op de tocht komen te staan. Logisch dat de vakbonden op hun qui-vive zijn.

De beleidsmedewerkers van de verschillende ministeries, provincies en gemeenten kunnen ook nog niet op hun lauweren rusten. Terwijl een klein deel van de ondernemers inderdaad voortvarend aan de slag is gegaan met high-tech activiteiten, is er nog genoeg zendingswerk te verrichten. Nu gaat het erom niet alleen high tech te stimuleren, maar vooral ervoor te zorgen dat er nieuwe banen mee geschapen worden. In de multimedia-sector lijkt dat goed te lukken, maar van show, entertainment en informatie kan niet een hele natie leven. Het oplossen van het werkgelegenheidsvraagstuk met behulp van of ondanks de high-tech is dan ook een hersenkraker waarvoor menig beleidsmedewerker het liefst een consultant inhuurt. Zo is er in ieder geval één sector die er wel bij vaart. Dat we niet meer zonder high-tech kunnen staat vast, net als de uitdagingen die de technologie biedt. Maar dat er minstens zoveel problemen en risico's aan vastzitten, kan niemand ontkennen. Onze economie kan best enige risico's verdragen en wat meer spanning zorgt voor een verhoogde adrenalinespiegel. Dat kan de ondernemer, de bankier, de beleidsmaker en de werknemer extra alert maken en daar kunnen onverwachte ontdekkingen uit voortkomen. Liever dat, dan een ingedutte economie met renteniers en uitkeringsgerechtigden. Goed werk, daar doen we het voor!

    • Annemieke J.M. Roobeek