Het gaullisme van de toekomst

PHILIPPE SÉGUIN: Ce que j'ai dit

115 blz., Grasset 1993, ƒ 30,35

PHILIPPE SÉGUIN: Discours encore et toujours républicains

349 blz., Denoël 1994, ƒ 37,05

ALAIN MINC en PHILIPPE SÉGUIN: Deux France?

303 blz., Plon 1994, ƒ 46,80

Hoewel vrijer dan ooit wordt het politieke debat sinds de jaren tachtig paradoxaal genoeg gekenmerkt door conformisme en eenvormigheid. Het is in wezen een repeterende lofzang op de zegeningen van de vrijheid en de markt, waarin het terugtreden van de overheid en de inkrimping van het politieke domein worden aangeprezen als de enige recepten voor welvaart en maatschappelijke vooruitgang. Dit 'prêt-à-penser' dat thans zo in de mode is wil ons doen geloven dat de markt de politiek zo goed als overbodig heeft gemaakt en de consument de plaats heeft ingenomen van de staatsburger.

Iemand die in Frankrijk al jaren consequent tegen de liberale springvloed inroeit, is de gaullistische politicus Philippe Séguin. Séguin is voorzitter van de Assemblée Nationale, de Franse Tweede Kamer, en kreeg internationale bekendheid als eloquent kruisvaarder tegen het Verdrag van Maastricht, in zijn ogen het laatste produkt van oud denken uit de Koude Oorlogstijd. Terwijl de politieke verhoudingen in Europa ingrijpend waren gewijzigd, deden de regeringsleiders in Maastricht net alsof Honecker en Brezjnev in Oost-Europa nog steeds de dienst uitmaakten. Een antwoord op de nieuwe politieke uitdagingen in Europa zoekt men immers in hun script tevergeefs. In plaats van een goed begin en een bruikbare gids voor de inrichting van toekomstig Europa is het Verdrag van Maastricht eerder het sluitstuk van een manier van denken, de klassieke communautaire logica, die vanaf 1989 definitief tot het verleden behoort.

Séguin was een van de weinige Franse politici die vanaf het eerste uur de kandidatuur van Jacques Chirac steunden op het moment dat deze nog als een dolende ridder in alle uithoeken van Frankrijk een zo goed als kansloze campagne voerde. Hij drukte een krachtig stempel op de campagne van Chirac, wiens sociale, 'linkse' discours goeddeels is ontleend aan zijn gedachtengoed zoals dat is te vinden in drie publikaties. Ce que j'ai dit (een bundeling van twee voordrachten over buitenlandse politiek en het vraagstuk van de werkloosheid) van 1993, Discours encore et toujours républicains van 1994 en het meest recent het tweegesprek met de bekende publicist Alain Minc getiteld Deux France? van 1994.

Werkloosheid

Net als in andere landen beweren politici in Frankrijk dat de bestrijding van de werkloosheid de hoogste prioriteit heeft, terwijl volgens Séguin in de praktijk deze doelstelling nog altijd wordt gezien als een afgeleide van andere doelstellingen zoals de monetaire stabiliteit, het terugdringen van het financieringstekort van de overheid of de bevordering van de vrijhandel. In de optiek van Séguin is de wereld gewikkeld in een wedloop tussen fundamenteel verschillende economische systemen waarbij het ontbreken van sociale voorzieningen een beslissend comparatief voordeel vormt. Bedrijven worden als gevolg van de internationale concurrentie gedwongen tot een massale uitstoot van arbeid en de politiek beperkt zich tot het managen van een permanente sociale regressie. Wat is de toekomst van een systeem dat enerzijds door de internationale concurrentie wordt gedwongen zijn produktiekosten steeds verder naar beneden te schroeven en anderzijds tegelijkertijd de sociale uitkeringen moet financieren voor een omvangrijk leger werklozen?

De les die hieruit getrokken moet worden is dat de logica en de belangen van het bedrijfsleven op termijn niet parallel lopen met die van de maatschappij. Men kan immers maatschappelijk niet straffeloos blijvend 15 procent van de arbeidsbevolking aan de kant zetten. Bovendien is het een misvatting te menen dat dit maatschappelijke probleem kan worden afgekocht met sociale uitkeringen. Arbeid is immers meer dan een bron van inkomsten. Zij verschaft een persoon zijn identiteit, creëert vormen van solidariteit, is beslissend voor maatschappelijke integratie en geeft aan het menselijk bestaan zijn waardigheid. Dit is dan ook de reden dat de massale werkloosheid ten grondslag ligt aan een groot aantal andere maatschappelijke problemen zoals onveiligheid, criminaliteit, marginalisering, drugshandel en drugsgebruik. Door zijn omvang is de werkloosheid niet langer een deelprobleem dat in de sfeer van overdrachtsuitgaven kan worden opgelost, maar het centrale vraagstuk dat de maatschappij in haar kern aantast.

Deze diagnose moet leiden tot een breuk met de tot dusverre gevoerde liberale politiek die de oplossing van dit probleem overlaat aan de markt. Niet een minimalistische, terugtredende overheid maar een krachtige staat is geboden die maatschappelijk durft te interveniëren en het werkloosheidsprobleem niet in strikt economische termen benadert. In al zijn boeken houdt Séguin een krachtig pleidooi voor de rehabilitatie van de politiek, niet opgevat in zijn minimale variant als de kunst van het mogelijke, maar in zijn gaullistische vorm als de kunst van het mogelijk maken, zoals generaal de Gaulle bewees in juni 1940 toen hij vrijwel alleen stond in zijn besluit de strijd tegen nazi-Duitsland voort te zetten en in 1958 toen hij uit de chaos van de Vierde Republiek de grondslagen wist te leggen voor een stabiel en welvarend Frankrijk. Om met de Gaulle te spreken gaat het in de politiek niet om 'l'administration des choses' maar om 'le gouvernement des hommes'.

Politieke gemeenschap

Een ander domein waar het primaat van de politiek zal moeten worden hersteld is de Europese samenwerking. De grondleggers van de Europese integratie - vrijwel zonder uitzondering christen-democraten - werkte vanuit een relatief eenvoudige politieke optiek: de communistische dreiging en de onzekerheden van wat destijds het Duitse vraagstuk werd genoemd, dwongen het kleine aantal verzwakte Europese democratieën tot een vorm van samenwerking waarbij gaandeweg de grenzen werden opengesteld en de handel werd geliberaliseerd. Sinds 1989 vinden de ontwikkelingen in Europa echter niet meer plaats binnen de van buitenaf opgelegde politieke orde van de Koude Oorlog. Binnen die orde kon de Europese integratie zich ontwikkelen als een beweging zonder een duidelijk politiek doel. Thans is er meer dan voorheen behoefte aan een politieke visie op Europa. Welke zijn de doelstellingen en hoe willen we die bereiken?

In de internationale politiek is men alleen in staat iets duurzaams tot stand te brengen indien men vertrouwt op eigen kracht. In plaats van op een abstract, karakterloos communautair federalisme zal de Europese samenwerking gebaseerd moeten worden op de natiestaat. Het is een tragische misvatting van deze tijd te menen dat de handhaving van grenzen mensen van elkaar scheidt, terwijl juist het tegenovergestelde het geval is. Nationale Staten die bestaan bij de gratie van grenzen creëren saamhorigheid en lotsverbondenheid tussen mensen van uiteenlopende etnische, religieuze, sociale of culturele herkomst. De superioriteit van de natiestaat, opgevat als een politiek project (in de Franse zin) en niet als een etnisch-culturele entiteit (in de Duitse zin) is erin gelegen dat zij deze verschillen sublimeert in een politieke gemeenschap waarin ieder dezelfde rechten heeft en gelijkelijk kan participeren. Juist vanuit dit sterk ontwikkelde nationale bewustzijn is Frankrijk er in de loop der eeuwen in geslaagd Bretonners, Elzassers, Basken, Vlamingen, als ook Italiaanse, Spaanse, Poolse immigranten om te vormen tot Fransen. Séguin en Minc zijn er zelf sprekende voorbeelden van. Laatstgenoemde werd geboren uit Pools-joodse ouders en Séguins familie was generaties lang gevestigd in Tunesië. Met de recentelijk gearriveerde Noordafrikaanse immigranten heeft de 'machine à fabriquer des Français' duidelijk meer moeite. Degenen die op een abstracte manier, los van de identiteit van de samenstellende delen de Europese samenwerking tot stand willen brengen gaan voorbij aan de integrerende kracht van de natiestaat en lopen het risico dat 'prenationale' loyaliteiten weer de kop opsteken met alle etnische, religieuze en tribale conflicten van dien.

Frankrijk zal zich daarom net als het Verenigd Koninkrijk - die andere eeuwenoude natie - in de Europese samenwerking als natie moeten manifesteren in plaats van zich weg te cijferen en op te lossen in een krachteloze minimale Europese gemene deler. Naties die het tegenovergestelde pretenderen, omdat in hun jongste verleden hun nationale sentimenten op catastrofale wijze zijn ontspoord, zullen zich volgens Séguin in de toekomst nog op lelijke wijze kunnen tegenkomen.