Hanen-vanger werkt tussen haat en liefde

Niemand weet waar ze vandaan komen of van wie ze zijn, de negen verwilderde hanen in de Utrechtse wijk Oog en Al. Ze zwerven al bijna een jaar rond in vier straten en verdelen de buurt in twee kampen. 'Hanen-tegenstanders', die elke ochtend van het gekraai wakker worden, zouden de hanen wel wat kunnen doen. Voorstanders vinden dat de hanen moeten blijven, omdat ze de buurt 'iets landelijks' geven.

Nu de gemeente een hanenvangster heeft aangesteld, lijkt het einde van de verdeeldheid in zicht. Twee keer per dag komt A. Letter naar Oog en Al om op de hanen te jagen. De hennen mogen blijven, want zij kraaien niet. Letter probeert de hanen in een schuurtje bij een school te lokken, waar ze voer in strooit. Als de dieren binnen zijn, gooit ze snel de deur dicht. Vier hanen heeft ze er al weten te vangen en overgebracht naar een stadsboerderij. “Het is moeilijker dan ik verwachtte”, zegt ze. “De hanen zijn zo vaak door geïrriteerde bewoners opgejaagd, dat ze overal van schrikken en wegvliegen. Hopelijk vertrouwen ze me op den duur, zodat ze vanzelf in het schuurtje lopen.” Letter is eigenlijk 'hondenwachter', ze leert hondenbezitters dat hun honden alleen op de hondenuitlaatstrook mogen poepen, of in een speciaal zakje. “Maar ik hou van alle dieren, ook van hanen.”

Bij buurtbewoners roepen de hanen vooral heftige emoties op, zegt Letter. “Ik heb alleen mensen ontmoet die óf fel voor zijn, óf fel tegen. Een tussenweg lijkt niet te bestaan.” En juist die tegenstelling maakt het moeilijk de hanen te vangen. “Bewoners die de hanen leuk vinden, voeren ze. Daarom blijven ze hier rond zwerven. En mensen die ze weg willen, jagen ze op.”

R. Camphuysen, bewoonster van een flat aan de Cervanteslaan, is een 'hanenvoorstandster'. Ze heeft zelfs profijt van de hanen en kippen: in haar tuin komen sinds een paar maanden dezelfde haan en hen, en elke week legt de hen in het stro voor het konijnenhok een paar eieren. “Ik heb meer last van jongens op brommers die harde muziek draaien, of van de snelweg. Ik haal de eieren wel meteen weg. Dan komen er in ieder geval niet meer bij.”

's Nachts vliegen de haan en de kip in de boom achter de tuin van Camphuysen, om daar te gaan slapen. Tot ergernis van de buurman, M. Plomp. “Ik word er elke keer wakker van. In de zomer gaat het nog wel, dan begint hij om vier uur te kraaien. Maar in de winter gaat hij soms al rond drie uur repeteren”. Plomp is geen dierenhater, zegt hij. “Ik heb weleens een haan voor de wielen van mijn auto gehad, en toen ben ik keurig gestopt. Maar ik erger me aan mensen die de hanen en kippen voeren en ze als een soort huisdier beschouwen. Een huisdier heet niet voor niets huisdier. Die hoort in huis. Daar moet een ander geen last van hebben.” Tot een ruzie met de buren hebben Plomps opvattingen over de hanen niet geleid. “We gaan nog net als vroeger met elkaar om. Ook andere buren die de hanen leuk vinden, groet ik nog even vriendelijk. Er zijn nergens grote ruzies of vechtpartijen ontstaan, we denken er alleen allemaal wat anders over.”

Dat beaamt M. Linckens, bewoner van de Lessinglaan. Ook achter zijn slaapkamer slaapt elke dag een haan in een boom. Hij schrijft sinds begin dit jaar brieven aan de gemeente en andere instanties met het verzoek iets aan de hanenplaag te doen. “Niemand wist wat er aan gedaan kon worden, de dierenbescherming niet, de gemeentereiniging, en ook de wijkagent niet. Iemand anders heeft het KRO-programma 'Ook dat nog' geschreven. Iemand van dat programma heeft toen een keer met een schepnet door de buurt gerend, maar hij ving er niet één. Uiteindelijk kwam de gemeente met de hanenvangster, maar ik ben bang dat als zij ze niet vangt, de gemeente het er bij laat zitten.”

Maar Letter heeft het volste vertrouwen dat de hanen binnenkort haar schuurtje binnen lopen. “Gewoon geduld hebben”. Het is overigens niet zo vreemd dat midden in de stad hanen en kippen rondlopen, zegt ze. “In de winter heb ik veertig kippen en hanen gevangen die plotseling rondzwierven op de 'meubelboulevard' in Kanaleneiland. In het Julianapark zitten soms meer dan honderd kippen en hanen. Mensen die hanen hebben en er genoeg van hebben, zetten ze gewoon in het park. Misschien zijn deze hanen ook op die manier in Oog en Al terecht gekomen.”