Groei golftour in Europa lijkt te stagneren

De Dutch Open is een van de grotere golftoernooien van de Europese Tour. In Hilversum is dit weekeinde bijvoorbeeld de populaire Amerikaan John Daly te bewonderen. Maar de Europese Tour heeft het moeilijk, omdat grote sponsors zich terugtrekken. 'In veel landen in Europa is golf nog in ontwikkeling.'

HILVERSUM, 29 JULI. Het publiek klapte beleefd na de birdie van John Daly op de achtste hole, zijn eerste van de dag. De aanmoedigingen voor de populaire topgolfer in zijn tweede ronde van de Dutch Open op de Hilversumsche golfclub bleven in het begin bescheiden. “Dat is het belangrijkste verschil tussen golf in Amerika en in Europa”, zei de Amerikaan deze week. “In de VS is het publiek altijd luidruchtig, wat ik heerlijk vind. Hier wachten de toeschouwers wat langer voordat ze lawaai durven te maken.”

Daly begon gisteren vroeg, om half negen 's ochtends. Om elf uur was hij warmgedraaid en scoorde hij - op de holes tien, elf en twaalf - maar liefst drie birdies op rij. Langzaam groeide het enthousiasme bij de honderden fans die met hem meeliepen, op de laatste hole werd hij met luid applaus onthaald. Ondanks zijn matige score op donderdag (plus één), kwalificeerde hij zich gisteren met een prachtige ronde van 66 (-5) eenvoudig voor de laatste twee dagen.

Zwaar behangen met goud (Rolex, ketting en ring) voldoet Daly nauwelijks aan het ruitbroeken-vooroordeel dat er over golfers bestaat. 'Geen verfijnd gezicht', merkte de verlaggeefster van het clublad van de Hilversumsche op, toen Daly woensdag een persconferentie gaf. Hij rookt tijdens het spelen, stoort zich niet aan de borden die op brandgevaar wijzen en smijt de peuken in het gras. Zijn kapsel zou niet misstaan in de selectie van Feyenoord, al zou hij voor profvoetbal minstens twintig kilo moeten afvallen.

“Steeds meer verschillende mensen zijn de laatste jaren golf gaan spelen”, antwoordde Daly op de vraag of golf is veranderd. Hij komt zelf uit een arme familie uit een klein dorpje in Arkansas, waar binnenkort pas de eerste McDonalds verschijnt. “Golf mag ook niet alleen beschikbaar zijn voor de leden van dure County Clubs. In Amerika zijn al veel openbare banen en krijgen veel mensen de kans te spelen, maar nog lang niet genoeg.”

Het is niet vanzelfsprekend dat de Amerikaan in Hilversum meedoet. Het golfseizoen draait om de vier majors: de US Masters in april, de US Open in juni, de Britse Open van vorige week (gewonnen door Daly) en de US PGA, die volgende maand wordt gehouden. Op die toernooien vestigen de topspelers hun naam, een zege is vergelijkbaar met het winnen van Wimbledon bij het tennis. Maar anders dan bij tennis, waar alle spelers zich voor alle toernooien kunnen inschrijven, moeten de golfers zich verbinden aan een Tour.

Daly is member van de Amerikaanse Tour, de US PGA, en speelt daarom het grootste deel van het jaar in de Verenigde Staten. Op de Heineken Dutch Open, een van de grotere toernooien van de Europese tour, is Daly aanwezig op uitnodiging van de organisatie. Hij krijgt voor zijn komst een startgeld van naar schatting 150.000 gulden.

Net als de US PGA is de Europese PGA (Professional Golfers Association) een naamloze vennootschap met als aandeelhouders de spelers (ongeveer 160) die zich op grond van hun prestaties hebben gekwalificeerd voor het lidmaatschap. In de VS spelen vooral Amerikanen en een aantal buitenlandse, internationale toppers. Op de Europese tour spelen vooral Europeanen: veel Engelsen en andere Britten, veel Zweden en Spanjaarden en één Nederlander, Rolf Muntz.

De afgelopen tien jaar is het aanzien van de Europese tour spectaculair gestegen. Werden de profspelers vijftien jaar geleden tijdens het toernooi in Hilversum nog ondergebracht bij de leden van club, dit jaar hebben ze kamers gereserveerd in de dure hotels in 't Gooi. In 1984 hadden de profs minder dan tien miljoen gulden prijzengeld te verdelen, in 1994 bijna 75 miljoen gulden. Maar de groei lijkt te stagneren. De Europese tour heeft het momenteel moeilijker dan de Amerikaanse tegenhanger. Een aantal grote sponsors - zoals Heineken, de hoofdsponsor in Hilversum - heeft zich teruggetrokken uit het golf. In de VS is golf nog steeds een van de grote sporten en blijft er meer geld in omgaan. “In veel landen in Europa, zelfs Duitsland en Frankrijk, is golf nog in ontwikkeling”, vertelde David Probyn van de Europese PGA die in Hilversum toernooi-directeur is. “Zo zijn hier bijvoorbeeld de budgetten voor baanontwikkeling en onderhoud veel kleiner. In Amerika liggen honderden topbanen met gemiddeld veertig man in dienst om de baan te onderhouden. In Europa is dat gemiddeld zes man.”

Twee toppers, de Engelsman Nick Faldo en de jonge Zuidafrikaan Ernie Els, besloten vorig jaar de Europese tour te verlaten en beproeven dit seizoen hun geluk in de Verenigde Staten. “Om een internationale superstar te worden, moet je het een jaar proberen in de VS”, zei Probyn. “Maar niet alle spelers willen per se naar Amerika. Die vinden het te ver.”

Zo'n speler is de 33-jarige Richard Boxall, een Engelsman en zoon van een handelaar in oud metaal. Hij is een gemiddelde prof, ongeveer de nummer zestig van de Europese ranglijst. “Het reizen, wachten en in de rij staan is geen probleem zo lang je vrijgezel bent, maar ik ben getrouwd en heb twee dochtertjes. Die zie ik nu al slechts één keer in de vier weken. Veel te weinig.”

Boxall was vorig jaar gedeeld tiende in de Dutch Open, zijn op één na beste resultaat van het seizoen. Ook dit jaar haalde hij de cut met een score van -2 (140). Hij is al twaalf jaar professional en verdiende tot nu toe in totaal 1,7 miljoen gulden. Hij speelt circa dertig toernooien per jaar, waarbij hij per week ongeveer 2.500 gulden aan onkosten heeft. Als hij de cut mist, wat hem vorig jaar twaalf keer overkwam, verdient hij niets. Als hij zijn been breekt, zoals in 1991 toen hij bij een toernooi met zijn driver zijn linkerbeen raakte, kost het hem een jaar om zijn vorm terug te vinden.

“Ik sta veertig weken per jaar op de baan. Het is een heerlijk beroep omdat ik mijn eigen baas ben. En als het goed gaat, zou ik veel kunnen verdienen. In Europa zijn bovendien de meeste spelers met elkaar bevriend. We eten vaak samen. Bij golf speel je immers niet tegen elkaar, je hebt geen directe tegenstander, zodat er weinig haat en nijd bestaat.” Net als veel van zijn collega's rookt en drinkt Boxall. “Wie zegt me dat ik beter zou worden als ik daarmee stop? Golf is voor tachtig procent een mentale kwestie. Ik kan beter zorgen dat ik het buiten de baan naar mijn zin heb.” De pragmatisch ingestelde Boxall heeft geen enkele behoefte de sprong naar Amerika te wagen. “Ik kan hier genoeg geld verdienen om rond te komen.”

Sommige toppers proberen de scheiding tussen Amerika en Europa te doorbreken. De Australiër Greg Norman, verreweg de grootste naam in het golf, lanceerde vorig jaar met steun van mediamagnaat Rupert Murdoch ideeën voor een 'wereldtour'. De veertig besten van de wereld zouden een eigen circuit van een aantal supertoernooien opzetten met veel prijzengeld. Maar zijn voorstel kreeg weinig steun van z'n collega's.

“Zo'n nieuw circuit zou het einde inluiden van het golf zoals dat nu bestaat”, zei Probyn van de PGA. “Met de Europese tour garanderen wij honderdvijftig professionals een bestaan. Als je de top weghaalt uit de tour, zullen de sponsors daar niet gelukkig mee zijn. Een klein groepje toppers kan dan tot hun vijftigste blijven spelen en veel geld verdienen, maar de hele basis van de sport verdwijnt.”

Daly, die naast zijn verplichtingen in Amerika zelf kan uitkiezen waar hij heen wil, wacht de toekomst rustig af. “Golf is pas de laatste vijf, zes jaar een echt grote sport geworden”, vertelde hij. “Het is een kwestie van tijd voordat er een wereldwijd circuit van de grond zal komen. Ik wil ook graag in Europa en elders blijven spelen. Toen ik vier jaar geleden mijn eerste major won, nam ik zelfs alle uitnodigingen aan. Ik was nog nergens geweest en wilde de wereld zien. Nu ik mijn tweede major binnen heb, zal ik wat beter naar mijn speelschema moeten kijken. Maar golf is een wereldsport. Het is mijn plicht overal te spelen.”

Het belangrijkste nadeel van die verplichting vindt Daly het vliegen. Hij neemt liever de auto en besteedde het grootste deel van het prijzengeld dat hij vorige week in Schotland won aan een nieuwe Mercedes 600. “Ik zou het wel prettig vinden als er één snelweg over de hele wereld zou lopen. Dan zou ik niet vliegen, maar rijden.”