Eigenaar pretpark Slagharen wil Kalkar-centrale kopen

SLAGHAREN/ESSEN, 29 JULI. Twee Nederlandse ondernemingen hebben interesse getoond in de exploitatie van de voormalige snelle-kweekreactor in het Duitse Kalkar. Eén van hen is de Overijsselse zakenman H. van der Most, eigenaar van het pretpark De Bonte Wever in Slagharen, die het complex mogelijk wil ombouwen tot congres- en recreatiehotel.

Duitse kranten meldden gisteren dat Van der Most een 'pret- en doepark' in de voormalige centrale wil vestigen, maar de zakenman ontkende dat vanochtend. Hij bevestigde dat er gesprekken zijn geweest met “het management van Kalkar”. Van der Most wil in Kalkar iets soortgelijks als het pretpark in Slagharen opzetten. Volgens de zakenman, die verschillende recreatieve complexen in Overijssel en Drenthe bezit en daarmee op jaarbasis een omzet behaalt van zo'n zeventig miljoen gulden, zijn de plannen nog vaag. “We hebben bijvoorbeeld nog niet over geld gesproken. Dit waren uitsluitend oriënterende gesprekken. Over een maand weet ik meer.”

De Duitse bedrijfsleider W. Koop van de Schnell-Brüter-Kernkraftwerkgesellschaft (SBK), een dochter van het Rijnlandse elektriciteitsbedrijf RWE, liet vanochtend vanuit Essen weten dat er in totaal zes plannen zijn ingediend voor de exploitatie van de voormalige centrale, twee uit Nederland en vier uit Duitsland. Koop wilde niet zeggen welke bedrijven zich bij de centrale hebben gemeld, maar bevestigde dat Van der Most zich als zesde bij de geïnteresseerden heeft gevoegd.

De RWE zal dit najaar besluiten aan wie van de zes de centrale zal worden verkocht. “Daarbij kijken we in principe naar de hoogste bieder. Maar ook zaken als werkgelegenheid spelen natuurlijk een rol. We zullen in ieder geval overleggen met Stadt Kalkar voor we een beslissing nemen.” Volgens Koop moet het complex enkele miljoenen guldens opleveren. “Maar aan de andere kant: we zullen blij zijn wanneer we er vanaf zijn.”

De ideeën voor de bouw van de snelle-kweekcentrale in Kalkar ontstonden in de jaren zestig, toen duidelijk werd dat de technologie het mogelijk maakte met het veel voorkomende uranium-238 de splijtstof plutonium te maken. De centrale vergde een investering van 11 miljard gulden, waarvan 1,2 miljard gulden werd bijgedragen door de Nederlandse overheid. In de jaren zeventig werd Kalkar echter een dankbaar doelwit van de milieubeweging. In 1977 demonstreerden meer dan 50.000 Belgen, Duitsers, Fransen en Nederlanders tegen de bouw. Nederland stopte zijn financiële bijdragen in 1984, maar ondanks toenemende kritiek ging de bouw door. In 1986 werd de centrale voltooid. In 1989 werd evenwel besloten dat de centrale niet open zou gaan, en in 1991 - onder andere vanwege het ongeluk met de kerncentrale in Tsjernobyl - besloten de Duitse autoriteiten alle nucleaire installaties van de centrale te slopen. Dat zal dit najaar worden afgerond. Sinds dit voorjaar staat de centrale al te koop.