De gelijktijdigheid (2)

De vakantie is definitief. Alles wat in gewone tijden ondergaat in spitsuur en dagdrukte, krijgt nu het reliëf van de zondagmorgen. De in zichzelf pratende dame die instapt op de hoek van de Ceintuurbaan en de Ferdinand Bol en drie haltes meerijdt was in de bijna lege tram opeens goed verstaanbaar. De drie zwervers op het bankje aan de Vijzelgracht begonnen juist aan de eerste ronde van hun drinkgelag. De sombere oude man duwde zijn zwaar bepakte fiets over het lege trottoir en in de galerij van de ABN-AMRO ontwaakte de dakloze. Voorzichtig keek hij over zijn borstwering van vodden naar de nieuwe dag. Zo was er nog veel meer te zien.

La ville s'éveille dacht ik en begon het liedje te neuriën dat Paris s'éveille heet. De zanger beschrijft daarin hoe hij om vijf uur 's ochtends (il est cinq heures) door de stad loopt. De laatste nachtbrakers keren huiswaarts terwijl de anderen in de wereldstad zich opmaken om de nieuwe dag te lijf te gaan. Het heeft iets heroïsch en het is ook een beetje melancholiek; een toon waarvan het geheim in Frankrijk ligt. Hoe heette die zanger ook weer? Zo'n onbeantwoorde vraag is een eksteroog in je hersens.

Ik stapte een halte eerder uit om er lopend verder over na te denken maar werd afgeleid door twee leden van de stadswacht die in een rioolput stonden te turen. “Wat doet u daar?” vroeg ik. “We kijken of er injectienaalden in liggen en dan waarschuwen we de reiniging”, zei de oudste. Daarna zag ik nog een late of vroege vuilnisbakkeneter (hoe heet dat chanson!) en door al dat oponthoud kwam ik veel te laat op kantoor.

De meesten zijn al een week met vakantie, de eerste ansichten uit Bretagne, de Vogezen en Taormina zijn binnen en opgeprikt in de kamer van het secretariaat. Laat in de donderdagmiddag had de rest jolig afscheid genomen. Toen ik binnenkwam zaten de andere drie achterblijvers van onze afdeling de wereldzaken door te nemen. Dat wil zeggen, Piet had zich meester gemaakt van de Telegraaf en las daaruit voor. “Klopjacht op jakkerende vakantiegangers”, zei hij.

“Jakkeren! Dat woord heb ik al een poos niet gehoord.”

“Het gaat nog verder”, zei Piet. “Hier: snelheidsduivels.”

“Doet me denken aan de tijd van de zwijntjesjagers.”

“En het inbrekersgilde dat weer op pad gaat, nu.”

Zo ging het een poosje door. De oude woorden vlogen door de lucht, er ontstond een sfeer van nabij-zijn, een gemoedelijke vertrouwelijkheid die je alleen op kantoren in de grote vakanties treft.

Opeens zei een van ons: “Ik ben jarig!”

We weten allemaal dat hij in december jarig is, maar hoewel ik hem niet ronduit gierig wil noemen, is hij aan de schraperige kant en daarom doet hij alsof hij tussen juli en augustus jarig is. Dat scheelt achttien taartjes. Meteen belde hij de bakker en bestelde zijn jaarlijkse vijf stuks vruchtenschuitjes met slagroom. Weldra zaten we met onze neuzen in het gebak.

“Je hebt een liedje”, zei ik, “dat heet Paris s'éveille, en dat gaat zo, tata-tata-tata-tata-tatatatA! en dan Paris... s'éveille, Paris... s'éveille.”“Jawel, dat ken ik, maar die melodie is totaal verkeerd”, zei Jan die zich erop beroemt dat hij muziekkenner is.

“Het wordt gezongen door Leo Ferré”, zei Karel.

Een beetje vermoeid schudde ik mijn hoofd, over zoveel misvatting maar ook over mijn eigen onmacht. Dat zijn van die onhandige sitiuaties: je weet wat het allemaal niet is zonder te weten wat het wel is.

“Het heet helemaal niet Paris s'éveille maar Paris-canaille”, zei Karel.

Grote hemel! Dat is heel anders! Ik schudde weer mijn hoofd en zei: 'Paris-canaille, ja, dàt is van Leo Ferré en dat gaat zo: tadietadie tadie-tadie. En dan een eindje verder: Pampampampom pampam pampam pampon!

Ik ga Maison Descartes bellen”, zei ik. “6224936.”

“Het Maison Descartes is gesloten van 24 juli tot 21 augustus. Prettige vakantie”, zei Madame Descartes door haar antwoordapparaat.

Ik weet dat het geen ramp is maar onder de gegeven omstandigheden is het toch een kleine slag. Het was te zien aan de manier waarop ik de hoorn op het apparaat legde. Ze begonnen allemaal te lachen maar Gonda zag de kleine radeloosheid in mijn ogen. “Je moet even naar Fame gaan; daar weten ze alles.”

“Fame?”

“Dat is die muziekwinkel. Je zegt gewoon de titel en dan hebben ze de rest binnen de seconde.”

Ja, die winkel kende ik wel. Je moet je er tussen de jongeren door naar de toonbank dringen en dan het personeelslid met je aanspreken. “Dat durf ik niet,” zei ik.

Algemeen gelach. Gonda lachte hartelijk mee.

Toen kreeg ik door een samenloop van omstandigheden die een volstrekt andere oorsprong heeft, een Fransman aan de telefoon. Aan het einde van het gesprek zei ik: “Maar afgezien van al het andere, wie zingt dat chanson Paris s'éveille?”

“Aha!” zei hij. “Tata-tata-tata-tata-tatatatA!” Ik hoorde hem ruggespraak houden. “Jacques Dutronc!” klonk het triomfantelijk. Ik gaf het nieuws door aan de collega's. We gingen aan het werk.

Toen, door een heel ander toeval, kwam er een bericht op mijn bureau terecht, een velletje papier dat werkte als een tijdmachine die me terugbracht naar de Eerste Wereldoorlog waar ik nooit ben geweest maar die me plotseling bekender dan ooit voorkwam. Vanwege de authenticiteit vertaal ik het niet.

TOULON 28 juil (AFP) - Un régiment d'artillerie a quitté Toulon jeudi soir, pour la Bosnie, a-t-on appris vendredi auprès de la préfecture maritime. Le 'Neptune Olympic', un navire marchand grec spécialement affrété par les autorités françaises, a embarqué 400 soldats du 40ème régiment d'artillerie et 130 véhicules, dont une trentaine de chars AMX-30 dotés de tourelle de marine et d'un canon de 155 de longue portée, a-t-on précisé de même source.

Een paar weken geleden heb ik een stukje geschreven over het raadsel van de gelijktijdigheid. Is dit niet een treffend voorbeeld van dat verschijnsel?

    • S. Montag