De bittere erfenis van de apartheid; Dader: Toen ik zei 'Ik heb gemoord' was de reactie: 'hij is gek'

Hoezeer velen in de zwarte bevrijdingsbeweging het ook wilden, Zuid-Afrika krijgt geen berechtingen van 'oorlogsmisdadigers' - geen katharsis door vergelding. Het blijft bij de Commissie voor Waarheid en Verzoening, die in oktober zal beginnen met het onderzoeken van de misdaden van de 'vuile oorlog' van de apartheidsjaren, het verlenen van amnestie aan sommige daders en het vaststellen van compensatie voor de slachtoffers. Er is maanden over onderhandeld in de regering van nationale eenheid (ANC, Nationale Partij en Inkatha). Het is kenmerkend voor de aard van het Zuidafrikaanse overgangsproces. De apartheid eindigde niet in een revolutie maar in een akkoord aan de onderhandelingstafel. Het blanke bewind onderhandelde zichzelf uit de macht en wist een tribunaal naar Neurenbergs model te voorkomen.

President Mandela ondertekende vorige week de wet die de juridische grondslag vormt voor de Waarheidscommissie. Een “proces van nationale genezing”, zoals minister van justitie Dullah Omar het noemt, waardoor Zuid-Afrika leert leven met de gruwelen van het verleden. De Nationale Partij heeft gehamerd op gelijke behandeling van politie- en legerfunctionarissen die misdaden begingen in dienst van het apartheidsbewind en ANC'ers die bommen plaatsten in hun strijd tegen de apartheid. De wet voorziet daarin, al maakt minister Omar een moreel onderscheid tussen de mensen die het racistische systeem verdedigden of bestreden.

In de jaren '71 tot '91 werden 225 politieke activisten vermoord; 87 binnen Zuid-Afrika, 138 in het buitenland. Velen ondergingen martelingen in gevangenschap. Na de legalisering van het ANC in 1990 barstte het geweld tussen zwarte groeperingen los. Daarvoor wordt voornamelijk een geheim netwerk binnen de veiligheidsmachten verantwoordelijk gehouden. Een aantal oud-politiemannen is al naar buiten getreden en heeft misdaden bekend. De centrale vraag zal zijn wie de besluiten nam. Wist oud-president F.W. de Klerk werkelijk van niets? Hadden leger en politie volledig de handen vrij om de apartheid te verdedigen? Twee betrokkenen die voor de commissie zullen verschijnen geven hun visie op waarheid en verzoening. Tweeluik van een dader en een slachtoffer.

Dirk Coetzee moordde voor volk en vaderland. De Afrikaners waren het volk, blank Zuid-Afrika het vaderland. De oud-politieman is vijftig en heeft nog steeds het gezicht van een schooljongen, met scherpe ogen die de dood hebben gezien.

Dirk Coetzee stapte in 1989 als eerste uit het duister. Hij bekende in het Zuidafrikaanse Vrije Weekblad dat hij als kapitein van de gevreesde veiligheidsdienst het commando had gevoerd over een doodseskader dat politieke activisten uit de weg had geruimd. Tussen januari 1977 en december 1981 was hij als politieman betrokken geweest bij zeker 23 ernstige misdaden, waaronder moord, sabotage, ontvoering en diefstal. Zijn eenheid vermoordde volgens Coetzee zes zwarte activisten, onder wie het bekende advocaten-echtpaar Griffith en Victoria Mxenge uit Durban.

De gedetailleerde onthullingen baarden internationaal opzien. Coetzee legde voor het eerst de betrokkenheid van de staat bloot bij moorden, verdwijningen en andere misdaden binnen en buiten Zuid-Afrika in de apartheidsjaren. Coetzee vluchtte naar Londen, waar hij in veiligheid werd gebracht door het Afrikaans Nationaal Congres in ballingschap. Daar veranderde zijn leven. “Voor het eerst zag ik zwart en blank samen in het zwembad, samen in de moltrein (de metro, red.). Dat heeft mijn ogen geopend.”

Politiek en politie ontkenden alle beschuldigingen. Een speciale onderzoekscommissie onder leiding van rechter Harms, ingesteld door president F.W. de Klerk, liep vast: de politie werkte niet mee, bewijzen waren verdwenen en documenten vernietigd. Ruim een jaar later oordeelde het gerechtshof in een zaak die voortvloeide uit de onthullingen dat Coetzee de waarheid had gesproken en dat de doodseskaders van de politie bestonden. Sindsdien zijn beweringen van Coetzee bevestigd door andere oud-politiemannen die uit de school klapten. De moorden zijn nooit opgelost.

Dirk Coetzee woont weer in Pretoria en werkt voor de Nationale Intelligentiedienst, enigszins teleurgesteld dat het ANC hem niet heeft ingeschakeld bij de reorganisatie van het politie-apparaat. Coetzee zal opnieuw getuigen voor de Waarheidscommissie en om amnestie vragen.

Monsters

“Toen ik opstond en zei: 'Ik heb gemoord', was de reactie: 'Dirk Coetzee liegt, hij is gek, hij is een psychopaat'. Want je moet ontkennen. Je kan de hele wereld voorliegen: als je 's avonds maar op je knieën gaat. Dan zal de Here je zonden vergeven. De ondergang van de Afrikaner is zijn geloof. God is blank en van ons.

Ik ben naar zondagschool geweest, jarenlang lid geweest van de Nederduits Gereformeerde Kerk, mijn kinderen zijn er gedoopt. Maar ik geloof niet meer. Als de God die ik altijd heb aanbeden zo'n gemors op deze aarde kan maken, heeft het voor mij geen zin. Ik geloof alleen nog in gerechtigheid. Ik heb al mijn wortels van het Afrikanerdom uitgerukt. Als een volk zo uiteenrafelt als het onze, zoveel onrecht doet aan de overgrote meerderheid in het land, wil ik er geen deel meer van uitmaken. Ik kan nu met mezelf leven.

Uit zoiets absurds als apartheid kan niets goeds komen. Uit zo'n gedrocht kan geen sneeuwwit baby'tje worden geboren, er moet een serie monsterlijke nageboortes uitstrompelen. Uit een monster komen monsters. Mensen zeggen tegen mij: je hebt toch een keuze gehad? Ik weet het. Maar als ik het niet had gedaan was het een ander geweest. Er is altijd iemand om het vuile werk te doen. Vóór mij zijn er Dirk Coetzees geweest, en na mij ook: goeie, christelijke Afrikaners, die in het systeem hebben geloofd. Er moeten wetten zijn om een samenleving te ordenen, maar dit stelletje donderse terries (terroristen), communisten en anti-christenen kun je niet volgens de regels bevechten, dus we moeten dat als speciaal groepje doen, zoals in ieder land ter wereld. Zo rechtvaardig je het. Als je openlijk zou praten over je twijfels, was je een leftie en zou je morgen gerapporteerd worden. Wat linkse lectuur in je huis en weg ben je. Het was een gesloten systeem: je kon er niet uit.

Ik heb nooit het schietwerk gedaan. Ik kon het niet. Dat is geen verontschuldiging - er waren genoeg vrijwilligers onder de jonge mannen die de baas tevreden wilde stellen en de trekker wilden overhalen. Maar ik heb de opdrachten gegeven om die moorden te plegen, ze hebben voor mijn ogen plaatsgehad. Ik heb er bijgezeten en samen met de mannen vleisbraai gemaakt, terwijl de lijken op het vuur brandden en de as de rivier in werd gedonderd. Vreselijk. Je kunt het alleen doen als je zuipt. Ons het hard gedrink.

De twijfel begon nadat ik uit de veiligheidspolitie was gestapt. Je bent terug bij de geuniformeerde politie, je bent niet meer dag en nacht in het veld. Je zit 's avonds weer thuis bij je familie. Dan denk je: hel, hoe ga ik dat ooit van me afschudden? Je probeert de gedachte weg te houden, want waar moet je heen? Als je uit de kliek stapt is het: hou je bek, of anders... Anders zal de apartheidsrechter in een apartheidshof over je oordelen, terwijl de apartheidsgeneraal van de apartheidspolitie tegen het kapiteintje getuigt. De hele macht smeert het toe.

Mijn twee zoons waren vroeger trots op mij: ik werkte bij de veiligheidspolitie, de elite - en bestreed de vijanden van Zuid-Afrika! Op school, op televisie en in de kerk hoorden ze over de monsters, de terroristen. En hun vader vocht ertegen! 's Nachts, als alle anderen slapen. Ik heb mijn zoons alles verteld, tot in detail. Ik heb verteld wat ik gedaan heb, hoe ik het gedaan heb, wat de situatie in Zuid-Afrika was. Ik heb hen boeken laten lezen. Ze beseffen nu dat we als Afrikaners onderdrukt waren, onderdeel van een grote hersenspoeling. Ik kan hen weer in de ogen kijken.

Begraven

Er was een need-to-know-keten, zoals wereldwijd in alle veiligheidsdiensten. Ik was de hit-schakel in de keten. Pas als iedereen in de keten van geheimhouding zou praten, kun je de bevels- en commandostructuur blootleggen. Er waren geen regels in het spel. Als er regels waren, waren dat onze regels - van de veiligheidspolitie. We opereerden op basis van horen zeggen. Daarom is het zo moeilijk de waarheid te achterhalen. Er staat niets op papier. Ik heb tot de diepste diepten toegang gehad, maar ik heb nooit iets op schrift gezien. Als iedereen in de keten praat, zal het bij de politici uitkomen.

We kunnen het verleden alleen begraven als we weten wát we begraven. Onze zwarte mede-Zuidafrikanen geloven dat ze de geest van een overleden persoon moeten thuisbrengen. Ze houden een kleine ceremonie op de plaats waar hij of zij is vermoord, en daarna wordt de geest 'naar huis' gebracht. Dat moeten we respecteren. Je kunt niet zeggen: hij is verdwenen en vergeet het nou maar verder. Voor je het lijk hebt gezien, of hebt gehoord wat er precies is gebeurd, kun je geen vrede maken. Wat voor waarborg hebben ze anders dat die mensen, de Dirk Coetzees van deze wereld, ophouden met hun nonsens?

De daders kan het helpen om daadwerkelijk een ommezwaai te maken, om berouw te bewijzen. Ik heb in het openbaar gezegd: het spijt me. Dat brengt geen mens terug, maar ik kan niets meer doen. Het is een genezingsproces. Door erover te praten, krijg je je gemoedsrust terug. Ik kon voor het eerst in jaren weer slapen nadat ik met ANC'ers in Londen had gepraat. Want je denkt er altijd aan, je verwacht elk moment de klop op de deur. Je probeert het te rechtvaardigen in je hoofd - God heeft ons hier neergezet aan de zuidpunt van Afrika, wij zijn het uitverkoren volk - maar je verafschuwt jezelf. Diep binnenin weet je dat het vreselijk verkeerd was. Als het je niet dwarszit ben je geen mens, dan ben je een bleddie dier.

Ik betwijfel of de Waarheidscommissie zal slagen. Ik denk niet dat veel mannen naar voren zullen treden. Vergeet het maar. Hooguit wat Mickey Mouse-figuren, die een klein dingetje hier of daar hebben gedaan. De groten zie ik niet komen. De Afrikaner steekt zijn gebrek aan ruggegraat, zijn papbroekigheid weg achter bravado en arrogantie. 'Klaag me dan maar aan als je durft' - typisch Afrikaans. Het ANC is zo tegemoetkomend, daar gaan die stugge, domme Afrikaners niet mee praten. Die verstaan alleen de druk van geweld. Het bewijst weer dat ANC'ers betere mensen zijn dan wij. Wij hebben geen 27 jaar gevangen gezeten, zoals Nelson Mandela. Zij zijn betere vergevers.

Als de uitgestoken hand niet wordt aangenomen, dan moeten de politici maar besluiten wat te doen met die mannen, de commissarissen en de politici die de zaak hebben toegesmeerd. Wat blijft anders over dan een dossier openen, de mannen arresteren en laten voorkomen? Noem het dan maar Neurenberg-verhoren. Ik heb begrip voor familieleden die zeggen: voor het gerecht ermee. Neurenberg heeft in ieder geval voor veel slachtoffers vrede gebracht.

“Ik word nog dagelijks bedreigd. Telefoontjes: 'Jij moet je rug in de gaten houden'. Mijn pistool gaat overal mee. De dag dat ik hem nodig heb, zal ik vechtend ten onder gaan. Je kan mij schieten, maar ik neem je mee. De broers van Griffith Mxenge hebben gezegd dat ze het recht in eigen hand zullen nemen, als er geen gerechtigheid plaatsheeft. Ook daartegen zal ik me wapenen, ik ben niet bang voor gevaar.

Mijn grootste vrees was altijd: de dag dat ik familieleden zou ontmoeten. Onlangs heb ik met de broer van Mxenge gesproken, voor de camera, Yorkshire Television. Dit was hel. Hij was helemaal niet vergevingsgezind, hij was geweldig ontstemd. Hij zei: hoe kunnen mensen als jij op straat lopen? Gelukkig gaf hij me de kans om te zeggen dat het me vreselijk spijt. Het was een overwinning op mezelf. Maar de diepe ongelukkigheid van die mensen, de pijn, de verbittering - verschrikkelijk. Het is vreselijk moeilijk voor mij om dit alles te vertellen. Het is zo absurd - er is geen taal om dit in te beschrijven. Ik ben als een hond met een sliert blikken aan zijn staart. Ik sleep die lijken altijd met me mee.''