Crisis in Nigeria drukt Zuid-Afrika in een leidende rol

KAAPSTAD, 29 JULI. De behoedzame terugkeer van Zuid-Afrika in de internationale politiek, die het buitenlands beleid van de regering-Mandela tot nu toe heeft gekenmerkt, is ten einde. De wereld verwachtte dat een democratisch Zuid-Afrika met president Nelson Mandela als moreel boegbeeld een leidende rol op zich zou nemen in Afrika. Pretoria antwoordde met terughoudendheid, want thuis zijn problemen genoeg. Nigeria heeft dat veranderd.

De crisis in Nigeria bedreigt heel Afrika. De militaire machthebbers in Abuja annuleerden de verkiezingen in 1993 en sloten de vermoedelijke winnaar, Chief Moshood Abiola, op. Deze maand sprak een militair tribunaal bovendien doodstraffen en levenslange gevangenisstraffen uit tegen een aantal vooraanstaande voorstanders van democratie. Onder hen bevindt zich generaal Olusegun Obasanjo die tot zijn vele vrienden in Zuid-Afrika ook Nelson Mandela mag rekenen. De spanningen in het dichtst bevolkte land van Afrika, ruim negentig miljoen inwoners en meer dan tweehonderd etnische groepen, zijn zo hoog opgelopen dat een gewelddadige desintegratie van Nigeria niet is uitgesloten. Dat scenario kan uitmonden in vluchtelingenstromen en chaos op het continent.

Het conflict in Nigeria, de regionale supermacht in West-Afrika, raakt daarmee de belangen van de supermacht in Zuidelijk Afrika. De Verenigde Staten en Groot-Brittanië, die Nigeria met economische sancties hebben gedreigd, hebben volgens berichten bij de Zuidafrikaanse regering achter de schermen aangedrongen op een Afrikaans initiatief om het Nigeriaanse bewind op andere gedachten te brengen. President Mandela stuurde het afgelopen weekeinde zijn rechterhand, vice-president Thabo Mbeki, op een mercy mission naar Abuja. Mbeki overhandigde de leider generaal Sani Abacha een persoonlijke brief van Mandela.

De bemoeienis met de Nigeriaanse crisis heeft in Zuid-Afrika een debat aangewakkerd over zijn internationale rol en de morele verplichtingen die voortvloeien uit de apartheidsjaren. De internationale gemeenschap isoleerde het apartheidsbewind met economische, culturele en sportboycots. Het droeg ertoe bij dat de Nationale Partij-regering uiteindelijk de wettelijke rassenscheiding liet varen en dat Zuid-Afrika een democratisch land werd. Dit schept voor de vormgevers van het nieuwe buitenlands beleid een dilemma: moet Zuid-Afrika als democratisch voorbeeld op het continent nu verplicht vooraan staan bij het veroordelen van andere landen die mensenrechten schenden? Moet het nu als eerste oproepen tot sancties tegen foute regimes in Afrika?

De Nigeriaanse missie van Mbeki was daardoor een uiterst gevoelige. De vice-president, voorbestemd als opvolger van Mandela, moest de balans vinden tussen protest tegen de daden van een ondemocratische militaire regering en solidariteit met Afrikaanse broeders. Het zou contraproduktief zijn als Abacha Mbeki beschouwde als de boodschappenjongen van Westerse machten, die Zuid-Afrika soms een brugfunctie toedichten tussen de Eerste en de Derde Wereld. Mbeki, die veel meer dan de zwakke minister Nzo van buitenlandse zaken het buitenlandse beleid bepaalt, heeft zich meermalen geïrriteerd uitgelaten over de manier waarop het Westen aankijkt tegen Afrika, “als een continent dat gedoemd zou zijn tot achteruitgang en onderontwikkeling”.

Na zijn ontmoeting met de Nigeriaanse militaire leiders sprak Mbeki over “een diepe bezorgdheid” bij beide partijen “over de Westerse benadering die er vanuit blijft gaan dat Afrika niet op de juiste wijze kan omgaan met de vragen van democratie en mensenrechten”. Hij pleitte voor “een meer evenwichtige relatie” tussen Afrika en het Westen. “Het Westen moet erkennen dat Afrikaanse landen zelf de Afrikaanse agenda kunnen bepalen. Het Westen moet zichzelf gereed houden om te helpen bij het uitvoeren daarvan en niet de economische zwakte van het continent uitbuiten om de agenda zelf te bepalen”. Dergelijke verongelijkte geluiden kwamen vaker uit Afrika. Wat het politiek interessant maakt, is dat zij nu komen van een vertegenwoordiger van een land dat door zijn economische positie en moreel gezag als geen ander de “Afrikaanse agenda”, wat die ook moge inhouden, zal bepalen.

De vraag is of Zuid-Afrika zich harder zal opstellen tegenover de Nigeriaanse junta wanneer de dialoog Pretoria-Abuja op niets uitloopt. Volgens sommigen heeft Zuid-Afrika de morele plicht om het koor van critici te dirigeren. De veroordeling van generaal Obasanjo tot levenslang is aanleiding genoeg. Obasanjo was mede-voorzitter van de Groep van Eminente Personen die namens het Gemenebest in 1985 en 1986 Zuid-Afrika bezocht,in een poging een uitweg te zoeken in het conflict tussen de blanke machthebbers en de zwarte bevrijdingsbeweging. De Nigeriaanse generaal voerde twee keer besprekingen met Nelson Mandela in de Pollsmoor gevangenis. De Groep reisde heen en weer tussen Pretoria en Lusaka, hoofdkwartier van het verbannen ANC, en kwam tot de conclusie dat onderhandelingen tussen de twee partijen mogelijk waren. President P.W. Botha ging er niet op in, maar het hielp om de geheime besprekingen tussen de regering en gedetineerde Mandela op gang te brengen. Mandela heeft het bezoek van Obasanjo en de eminente personen later “de kentering” genoemd.

Nu Mandela president is en Obasanjo gevangene, wordt een soortgelijk scenario bepleit voor Zuid-Afrika's houding tegenover Nigeria. Twee deskundigen op het gebied van de buitenlandse politiek, Chris Landsberg en Francis Kornegay, suggereerden deze week in een artikel dat de Zuidafrikaanse regering steun binnen het Gemenebest moet mobiliseren om de militaire machthebbers te dwingen de democratie in Nigeria te herstellen. Pretoria zou in de dialoog met Abuja moeten eisen dat de politieke dissidenten, onder wie Abiola en Obasanjo, voor de top van het Gemenebest in november in Nieuw-Zeeland worden vrijgelaten. Een groep van eminente personen kan tijdens een bezoek aan Nigeria de druk op het bewind opvoeren.

Mislukt de strategie, dan schorst het Gemenebest Nigeria als lidstaat. Zuid-Afrika zou verre economische samenwerkg met Nigeria afhankelijk moeten maken van de medewerking van de junta bij de overgang naar een burgerregering. Het Westen kan strengere maatregelen nemen, zoals een olie-embargo dat Nigeria economisch zal wurgen. De strategie komt regelrecht uit het anti-apartheidshandboek, met één verschil: Zuid-Afrika kan haar nu zelf toepassen.

    • Peter ter Horst