Crisis Haïti nachtmerrie voor Aristide; Eerste verkiezingen nagenoeg mislukt en Haïtianen moeten nog drie keer naar de stembus

MEXICO-STAD, 29 JULI. De post-electorale crisis in Haïti kwam deze week tot een voorlopig dieptepunt met het aftreden van Anselme Rémy als voorzitter van de Conseil Electoral Provisoire, de voorlopige kiesraad (CEP). De arrogante en eigenwijze Rémy heeft dan eindelijk het hoofd moeten buigen voor de aanhoudende en groeiende kritiek van de oppositiepartijen op de abominabele vertoning die in Haïti doorging voor de eerste vrije en democratische verkiezingen sinds de val van de dictatuur.

Maar met het vertrek van Rémy is de crisis nog lang niet opgelost. De Haïtianen zullen dit jaar nog drie keer naar de stembus moeten gaan; een nachtmerrie voor de regering van president Jean-Bertrand Aristide en voor de Verenigde Naties en Washington, de twee hoofdsponsors van het Haïtiaanse stembusproces.

Het onheil kondigde zich al aan vóór de verkiezingen op 25 juni, toen 3,5 miljoen geregistreerde Haïtiaanse kiezers hun stem konden uitbrengen voor een deel van de senaat, de complete kamer van afgevaardigden en voor lokale besturen. De samenstelling van de CEP had een weerspiegeling van het politieke spectrum moeten zijn, maar kwam in feite neer op benoemingen door Aristide. Dit gold vooral voor voorzitter Rémy.

Op de kiesbiljetten die de CEP met Amerikaans geld bij een drukker in Californië had laten vervaardigen, bleken de symbolen te onbreken van velen van de onafhankelijke kandidaten. In een land met zoveel analfabeten als Haïti betekent het ontbreken van zo'n symbool een duidelijk nadeel in de stembusstrijd. Voorzitter Rémy van de CEP had daar destijds de volgende oplossing voor: analfabete kiezers die daar behoefte aan hebben, mogen zich bij het stemmen laten 'begeleiden' door leden van het stembureau. En het geheim van stemhokje dan, vroeg een Haïtiaanse journalist aan voorzitter Rémy. De boze voorzitter weigerde om zelfs maar te antwoorden.

Stembusdag zelf was een nog grotere ramp. Stembureau's openden laat, veel te laat of helemaal niet. Kiezers konden hun bureau's niet vinden. Stembiljetten ontbraken en werden in één geval in brand gestoken. De ellende werd nog groter tijdens het tellen van de stemmen, toen medewerkers van de kiesraad enkeldiep door de stembiljetten waadden en zo een beeld schiepen van de totale chaos.

De reactie van de Verenigde Naties en Washington was destijds, dat ondanks de technische tekortkomingen het stembusproces eerlijk en vooral geweldloos was verlopen. Maar buiten het bereik van de microfoons vervloekten de technici van de VN de koppige en trotse kiesraad die had geweigerd om adviezen aan te nemen. Ondanks de overduidelijke mankementen kreeg het verkiezingsproces een internationaal keurmerk. Van overdoen wilden vooral de VN niets weten. “Hetmag natuurlijk, maar dan betaalt de Haïtiaanse regering het zelf maar”, zei een woordvoerder van de VN vorige maand.

Ruim een maand na stembusdag is er nog steeds geen officiële einduitslag. Volgens een tussenstand zou, niet verbazingwekkend, het politieke platform Lavalas van president Aristide een overweldigende meerderheid hebben behaald, zowel op nationaal als op lokaal niveau. Maar de groeiende chaos rond het post-electorale proces doet in toenemende mate afbreuk aan de legitimiteit ervan. De tweede ronde van de verkiezingen - een afvalrace tussen de parlementskandidaten met de hoogste twee stempercentages - had afgelopen zondag gehouden moeten worden. Nu wordt een datum ergens in augustus genoemd, maar september is ook mogelijk. Intussen mogen delen van het Haïtiaanse electoraat eerst nog eens opnieuw stemmen, omdat zij op 25 juni tevergeefs op pad gingen om hun democratische plicht te doen. En dan nadert november al weer, als de verkiezingen voor het presidentschap op de agenda staan. Weliswaar kunnen die ook in december worden gehouden - zoals vijf jaar geleden eveneens het geval was, toen Aristide met een historische 67 procent van de stemmen werd gekozen - maar veel rek zit er niet in. Op 7 februari moet Aristide zijn mandaat overdragen aan zijn gekozen opvolger. Zelf heeft hij al bij herhaling laten weten op die datum het nationale paleis te zullen ontruimen. Aristide wil de 'drie verloren jaren' niet inhalen.

De chaos rond de verkiezingen wordt niet alleen gezien als een blamage voor de Haïtiaanse autoriteiten en de sponsors bij de VN en in Washington, het is ook een kostbaar verlies aan tijd voor een president die het grootste gedeelte van zijn ambtstermijn gedwongen in ballingschap heeft doorgebracht. De tussentijdse uitslagen geven aan, dat Aristide en zijn Lavalas-beweging op 25 juni inderdaad de zeer werkbare meerderheid hebben veroverd die nodig is om effectief beleid te kunnen voeren. Maar door het geknoei van de CEP en de kennelijke haast van de internationale gemeenschap (in februari eindigt ook het VN-mandaat) dreigt de zaak nu grondig mis te lopen.

President Aristide heeft in plaats van Anselme Rémy nu een andere bondgenoot, Michel-Pierre Sajous, benoemd. Deze tandarts en voormalig lid van Aristide's presidentiële raad tijdens de militaire dictatuur wordt terecht door de oppositie gezien als meer-van-hetzelfde. De vraag is in hoeverre Sajous het door Rémy beschadigde vertrouwen kan herstellen. Intussen heeft president Aristide aangekondigd initiatieven te zullen ontplooien om de politieke crisis tot een einde te brengen. Daar is het wachten nu op.