Cricket

HILARY McD. BECKLES en BRIAN STODDART (red.): Liberation Cricket. West Indies cricket culture; 403 blz., geïll., Manchester University Press 1995, ƒ 40,80

In 1968 speelden de cricketteams uit Engeland en het Caraïbische gebied in Jamaica tegen elkaar. De onafhankelijkheid van het land in 1962 was op een grote teleurstelling uitgelopen en de wrok tegen het 'koloniale' Engeland was nog steeds groot. Toen het er naar uitzag dat het Caraïbische cricketteam de wedstrijd in '68 ging verliezen explodeerde de situatie. Op het moment dat één van de Caraïbische spelers door de scheidsrechter werd 'uit' gegeven, ontstak het publiek in spontane woede en begon flessen en stenen op het veld te gooien; de onrust in Kingston duurde nog lang voort.

Dit is maar één voorbeeld van de sociale en politieke betekenis van de cricketsport, een ware volkssport in de Caraïbische eilanden. Het team van de West Indies wordt alom beschouwd als het beste en agressiefste ter wereld en het Caraïbische publiek als het meest enthousiaste en luidruchtige. Een gemiddelde (vijf dagen durende) testmatch trekt dagelijks zo'n 20 tot 25.000 toeschouwers.

De populariteit van het Caraïbische cricket lijkt paradoxaal. Het is immers een sport die door de koloniale heerser is geïntroduceerd en die alle waarden van het kolonialisme lijkt te bevestigen. Cricket is een extreem gestileerde sport, waarin uiterste controle en discipline voorop staan. Bovendien is het absoluut not done om ook maar op de meest bedekte manier tegen scheidsrechterlijke beslissingen te protesteren. Toch hebben de Caraïbische cricketers het spel naar zich toe weten te trekken en is het hen gelukt het blanke racisme van de koloniale cricketbond te doorbreken. Daarnaast hebben ze langzamerhand een eigen stijl ontwikkeld, waarin de Britse discipline en sportmanship werden gecombineerd met exuberante speelvreugde en grote agressie.

Over dit historische proces is nu de bundel Liberation Cricket verschenen. In een twintigtal essays wordt de betekenis van het Caraïbische cricket historisch en politiek ontleed. Het is niet verwonderlijk dat daarbij het magistrale boek, Beyond a Boundary, dat de Caraïbische intellectueel C.L.R. James in 1963 over dit onderwerp schreef, regelmatig als inspiratiebron dient. De auteurs in Liberation Cricket wijzen vooral op de functie die cricket als volkssport heeft, en die de Caraïbische bevolking de gelegenheid geeft zich aan de wereld te tonen. Hoe belangrijk de sport is blijkt ook uit de grote rol die zij speelt in Brits-Caraïbische literatuur, muziek en poëzie. Anderzijds is de sport een middel om sociale en politieke stoom af te blazen. Wedstrijden tussen de teams uit het Caraïbische gebied en India brengen bijvoorbeeld steevast de spanningen tussen de zwarte Creoolse en de Aziatische bevolking in het Caraïbische gebied aan de oppervlakte. Politieke partijen proberen die situatie vaak in hun eigen voordeel uit te buiten. Hoewel niet alle bijdragen even doorwrocht zijn, is dit boek heerlijke lectuur voor iedereen die van cricket houdt. Maar niet alleen voor hen. Het levert ook een prachtige bijdrage aan de sportgeschiedenis en biedt nieuwe inzichten om de culturele verandering in koloniale samenlevingen te begrijpen.