Calvinisme

In zijn bespreking van Kossmanns bundel 'Vergankelijkheid en continuïteit' merkt Klein (boekenbijlage van 22 juli) onder meer op: “Evenmin stond Huizinga in de calvinistische traditie. De gereformeerde historicus A.Th. van Deursen die iets dergelijks in zijn geruchtmakende Huizinga-lezing probeerde te laten geloven, zou het zich mogen aantrekken.” Deze opmerking berust op een bijna moedwillig verkeerde lezing van Van Deursens woorden. Nergens wordt in betrekking tot Huizinga het adjectief calvinistisch - voor Klein waarschijnlijk een pejoratieve betekenis hebbende - gebruikt. Wat Van Deursen doet is plaatsing van Huizinga in de christelijke traditie, iets wat mij volkomen juist lijkt. Huizinga was geen calvinist en Van Deursen maakt dit er ook niet van.

Huizinga was echter diep overtuigd van de noodzaak van een metafysische grondslag van de samenleving (“Cultuur is metafysisch of zij is niet”) en deze kon voor hem niet anders dan in het christendom geworteld zijn. Huizinga bekende zich voluit tot de christelijk-Westerse traditie, tot haar normen- en waardenstelsel. Verbazingwekkend is het dat ook een gerenommeerd historicus als Klein zo gemakkelijk begrippen door elkaar haalt, geen onderscheidingen weet aan te brengen. Het calvinisme is één van de hoofdstromingen van het Christendom en hoewel men uiteraard de term calvinistisch van het christelijke niet kan scheiden moet men beide wel onderscheiden.