Bedrijfsverenigingen meer succes bij opsporen sociale fraude

ZOETERMEER, 29 JULI. Van elke honderd gulden die sociale diensten aan uitkeringen verstrekken, stellen ze later vast dat dit voor ruim twee gulden ten onrechte was: fraude. Zo'n hoge score boeken de bedrijfsverenigingen en hun uitvoeringsorganen, zoals het GAK, bij lange na niet. Zij komen op elf cent per 100 gulden.

Zitten er bij bedrijfsverenigingen dus slechtere speurneuzen? Directeur P.C. Hermans van het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv) zou het niet durven zeggen. “Het kan ook een kwestie van preventie zijn. Naarmate je een effectiever preventie- en controlebeleid vooraf voert, zul je later minder fraude vaststellen.”

Niettemin boeken ook de bedrijfsverenigingen - de uitvoerders van de werknemersverzekeringen (WW, Ziektewet en WAO) - steeds meer succes als het gaat om het opsporen van fraude: 80 miljoen vorig jaar, 50 miljoen in 1993. Hun toezichthouder, het Ctsv dat per 1 januari de Sociale Verzekeringsraad is opgevolgd, verving, heeft dat gisteren in een rapport vastgesteld. Het grotere succes is er althans kwantitatief gesproken. Want zo goed als hogere vangsten aan verdovende middelen door de politie in een bepaald jaar ook kunnen duiden op een hoger aanbod daarvan, kan zoiets ook voor sociale fraude gelden.

De werkelijke omvang van de sociale fraude in Nederland, daar kan eigenlijk niemand een vinger achter krijgen, zegt Hermans. Niettemin zijn er aanwijzingen dat de fraudebestrijding ook kwalitatief is verbeterd, al was het maar dank zij de toegenomen aandacht. “Fraude is een politiek gevoelig onderwerp”, zo bracht Ctsv-voorzitter D. van Leeuwen gisteren in herinnering. Zij is oud-voorzitter van de VVD. Vaststaat dat tegenwoordig geen van de grotere politieke partijen nog een spoor van uiterlijke twijfel vertoont bij de vraag of sociale fraude stevig moet worden bestreden.

De koppeling van gegevens begint haar vruchten af te werpen. Van de 33.000 fraudegevallen die de sociale diensten vorig jaar vaststelden, kwam meer dan de helft, 16.900, voort uit signalen van de belastingdienst. Van de 3300 gevallen aan werknemersfraude die de bedrijfsverenigingen opspoorden, waren maar 89 het resultaat van gegevensuitwisseling met de belasting.

De bedrijfsverenigingen zijn vorig jaar met de zogenoemde Gemeenschappelijke Verwijsindex aan de slag gegaan, waardoor ze in elk geval hun eigen bestanden onderling gemakkelijker kunnen vergelijken. Vooral 'witte' fraude is daardoor makkelijker op te sporen. De werkloze bouwvakker die via het Sociaal Fonds Bouwnijverheid een WW-uitkering ontvangt en daarnaast een officiële baan in de horeca heeft, om maar een willekeurig voorbeeld te noemen, loopt nu sneller tegen de lamp.

Directeur Hermans verwacht dat de witte fraude dank zij de Gemeenschappelijke Verwijsindex de komende jaren “aanzienlijk zal worden teruggedrongen”. Het geautomatiseerde systeem kan zo bovendien opsporingscapaciteit vrijmaken voor de veel moeilijker te traceren zwarte fraude, waarbij de betaling van sociale premies en belasting geheel wordt ontdoken. Al zal daarbij van belang zijn dat de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens tussen sociale diensten en bedrijfsverenigingen de kinderschoenen ontgroeit waarin zij nu nog staat.

Als de opsporingsdiensten zich meer op zwarte fraude kunnen concentreren, wordt de rol van 'tipgevers' steeds belangrijker, voorspelt Hermans. Nu waren tips van particulieren goed voor 18 procent van de opgespoorde fraudegevallen. De bedrijfsverenigingen - liever gezegd, de straks geprivatiseerde uitvoeringsorganen - kunnen volgend jaar mogelijk meer capaciteit voor fraudebestrijding vrijmaken dank zij de ingrijpende wijzigingen in de werknemersverzekeringen die het kabinet in petto heeft. Als de Ziektewet (vrijwel) helemaal verdwijnt, verdwijnt ook de controletaak die de bedrijfsverenigingen hierbij hebben.

De bedrijfsverenigingen spoorden vorig jaar overigens meer werkgevers- dan werknemersfraude op. Er was zelfs bijna sprake van een verdubbeling aan ontdekte werkgeversfraude: van 22,1 miljoen gulden in 1993 naar 43,2 miljoen in 1994 (werknemersfraude: respectievelijk 28 en 34,9 miljoen). Of er sprake is van een trend in dit verband is nog de vraag. Elf signalen van de belastingdienst waren in 1994 goed voor 12 miljoen van de opgespoorde werkgeversfraude. Er zaten dus enkele grote, en wellicht incidentele, 'klappers' bij. Bij werkgeversfraude gaat het om het niet afdragen van premies en, in het bijzonder in de bouw, om misbruik van de zogenoemde G-rekening. Op deze geblokkeerde rekening moet een hoofdaannemer geld zetten dat een onderaannemer alleen mag gebruiken voor het afdragen van sociale premies. De opgespoorde fraude hiermee bedroeg 13 miljoen.

Ctsv-bestuurder G.J. van Otterloo (voormalig Tweede-Kamerlid voor de PvdA) stelde gisteren vast dat de fraudebestrijding nog altijd voor verbetering vatbaar is en bovendien nog steeds de moeite loont. “De vraag is altijd: wanneer begint de wet van de afnemende meeropbrengst? Dat is moeilijk vast te stellen. Maar voorlopig zie je dat het optimum nog niet is bereikt.” Met andere woorden: fraudebestrijders in dienst van de uitvoeringsorganen verdienen zichzelf nog altijd ruimschoots terug.