Weer verlies voor Conservatieven

LONDEN, 28 JULI. De regerende Britse Conservatieven hebben gisteren een belangrijke tussentijdse verkiezing voor een zetel in het Lagerhuis verloren. In het kiesdistrict Littleborough en Saddleworth in Noord-Engeland belandden ze op de derde plaats, na de Liberale Democraten en de socialisten. De meerderheid van de regering-Major is nu geslonken tot negen.

Toch putten ministers enige troost uit het feit dat het verlies van Conservatieve stemmen met twintig procent minder was dan bij andere tussentijdse verkiezingen die sinds de algemene verkiezingen van 1992 zijn gehouden. De Conservatieven wonnen toen in Littleborough en Saddleworth - een district van kleine katoensteden - met een meerderheid van meer dan vierduizend stemmen.

De tussentijdse verkiezing werd door politieke commentatoren gezien als een belangrijke graadmeter voor de populariteit van premier Major. Deze was eerder deze maand herkozen als leider van de Conservatieve partij nadat hij zijn critici had uitgedaagd door het partijleiderschap ter beschikking te stellen.

De Liberaal-democratische kandidaat Chris Davies won de tussentijdse verkiezing met 16.231 stemmen. Hij kreeg bijna tweeduizend stemmen meer dan Phil Woolas van Labour. De Conservatieve kandidaat John Hudson vergaarde 9.934 stemmen.

Het aandeel van Labour in de stemmen steeg met veertien procent, de Liberale Democraten - die bij tussentijdse verkiezingen meestal veel proteststemmen tegen een niet-populaire regering op zich verenigden - kregen drie procent meer. Het resultaat bracht John Prescott, de waarnemend leider van de socialisten, tot de uitspraak dat de mensen nu hebben gestemd “voor verandering, niet voor protest”.

Het was het vijfde verlies bij tussentijdse verkiezingen voor de regerende Conservatieven sinds de algemene verkiezingen. Sinds 1989 heeft de partij geen enkele tussentijdse verkiezing gewonnen.

De Conservatieve meerderheid in het Lagerhuis is nu geslonken tot negen. Hierbij is wel de dissidente Conservatief Richard Body gerekend, die technisch gezien uit de fractie is getreden uit ongenoegen met de Europa-politiek van de regering-Major.

Premier Major won het door hem zelf uitgelokte gevecht om het leiderschap van de partij op beslissende wijze nadat zijn positie was ondermijnd door Eurosceptici, die de eenheid van de partij bedreigden. Zijn critici vielen niet alleen zijn politiek tegenover de Europese eenwording aan, maar waren ook van mening dat het hem aan populariteit ontbrak om de volgende algemene verkiezingen te winnen, die uiterlijk midden 1997 moeten worden gehouden. (Reuter)