Verleid door schoonheid en valse beloften; Indrukwekkende Samson en vileine Dalila in het weiland bij Spanga

Voorstelling: Samson et Dalila van C. Saint-Saëns door Spanga, het Verona van Weststellingwerf o.l.v. David Levi met o.a. Philip van Lidt de Jeude, Mary Rose Langfield, Peter Michailov en David Marsh. Decor: Elga Lepelaar; kostuums: Heleen Heintjes; regie: Corina van Eijk. Gezien: 27/7 Spanga. Herhalingen: 30/7; 1, 4, 6/8. Res.: 05610-11711.

Na een onderbreking van een jaar - Strauss' Ariadne aud Naxos werd in 1994 uitgevoerd in de Zwolse schouwburg - is regisseuse Corina van Eijk weer terug in het Friese weiland bij Spanga. Achter de Borhoeve aan de Spangahoekweg, die begint bij café De veehandel, ging gisteravond Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns met veel publiek succes in première. Voor aanvang regende het nog wel even, maar gelukkig te weinig om echte modder te veroorzaken. Zo bewees Spanga zich voor de vijfde keer - onder door de zakkende zon rood aangelichte gepassioneerde avondluchten - als het Verona van Weststellingwerf.

In 1989 begon Van Eijk in haar eigen achtertuin met L'Elisir d'amore, daarna volgden in weilanden in de omgeving voorstellingen van Rigoletto, Les contes d'Hoffmann en The rake's progress. Het succes van de voorstellingen lag niet alleen aan de exotische omgeving (de orkestbak bestond uit een afgedamde sloot), maar was vooral het gevolg van de vaak verrassend vrijmoedige kijk die Van Eijk heeft op opera.

Zonder dwingende dramaturgische concepten komt ze met vrienden en gelijkgestemden tot onderhoudende voorstellingen. Met veel inventieve detaillering, waarbij het decor voortdurend wisselt van functie, combineren ze vrolijk vermaak met een scherpe en onthullende kijk op de mensheid.

De Samson et Dalila, die dit jaar op het programma staat, is daarvan een uitstekend voorbeeld. Het is een reprise van een voorstelling die door Van Eijk eerder in Nantes werd geregisseerd. Daarover ontstond veel rumoer omdat volgens veel Fransen Van Eijk te weinig eerbied toonde voor het klassieke Franse cultuurgoed.

De voorstelling is in de vormgeving inderdaad verre van klassiek, maar het onderwerp van Samson et Dalila is dat wel. Het bijbelse verhaal over de etnisch-godsdienstige strijd tussen Hebreeërs en Filistijnen wordt ook nu nog elke dag in de krant herhaald, als het gaat om Israëli's en Palestijnen, Hutu's en Tutsi's, katholieke en protestantse Noord-Ieren, fundamentalistische of liberale Algerijnen, Bosnische Serviërs en moslims.

Corina van Eijk verplaatst Samson et Dalila twee keer: van bijbelse tijden naar het nu en van het Midden-Oosten naar hier, bij voorbeeld naar Friesland, dat we vanuit de halfopen tent rondom het speelvlak zien liggen. Maar dit zich eindeloos tot de horizon uitstrekkende Friesland staat hier voor meer: het is de rest van de wereld zoals wij die kennen. Beelden in de opera van terugkerende soldaten worden bijna ervaren als de terugkeer van Nederlandse VN-soldaten. En lijkt Samson, gefascineerd en verleid door Dalila's vrouwelijke overmacht en worstelend met zijn loyaliteit, mutatis mutandis niet ook wat op onze overste Karremans?

Verleiding is alom, dat is het thema van deze Samson et Dalila. Samson wordt door de Filistijnse Dalila verleid het geheim van zijn bovenmenselijke, van God gegeven kracht te onthullen en verraadt daarmee zijn eigen, joodse volk. Dat gebeurt in een hilarische scène van grote dramatische kracht. Dalila maakt zich eerst mooi in haar boudoir, de koffer van een open, witte Amerikaanse auto. Ze heeft daar onder het kofferdeksel een grote kleedkamerspiegel en een bad, waarin ze poedelt. De hogepriester van Dagon - een met opvallende overgave ingevulde rol van de goed zingende Peter Michailov - verft haar teennagels.

Met niet eens al te veel moeite weet Dalila Samson tijdens het gloedvol en sterk gezongen duet Mon coeur s'ouvre à ta voix in bad te krijgen. Dalila, een heel vilein en berekenend ingevulde rol van Mary Rose Langfield, wast Samsons haar en knipt het af - het symbool van Samsons gehoorzaamheid aan God. Zijn ogen worden uitgestoken en hij wordt als dwangarbeider op een fiets gezet om, net als in de oorlog gebeurde, elektriciteit te produceren.

Het leed van Samson wordt hier indrukwekkend vertolkt door Philip van Lith de Jeude, een Amerikaanse tenor van Nederlandse afkomst. Samsons falen leidt uiteindelijk niet alleen tot zijn eigen ondergang, maar zijn berouw voert ook tot het einde der Filistijnen. Nadat Samson hun afgod in drie stukken heeft gebroken, doet hij hun tempel verdwijnen in de helse duisternis, waarin om half twaalf het Friese landschap inmiddels is veranderd.

Maar Samson staat in zijn menselijke zwakte niet alleen, ook de joodse soldaten worden telkens opnieuw verleid door de Filistijnse vrouwen. De mannen dringen zich zelfs aan hen op. In de eerste akte hangen de joodse soldaten verslagen rond op een berg oude auto's, even maatschappelijk afgedankt als die voormalige symbolen van status en luxe. Maar als ze door de opruiende Samson in een overmoedige bui zijn geraakt, bedrijven ze de liefde met de Filistijnse vrouwen in de auto's - dellerige meiden met suikerspinnen op het hoofd. Iedereen is altijd te verleiden tot verloochening van identiteit, idealen en schone beloften, dat is de essentie van deze Samson et Dalila.

Muzikaal en vocaal beweegt de voorstelling zich flink boven het niveau dat kan worden omschreven met 'acceptabel onder de omstandigheden'. Vooral in de tweede en derde akte wist dirigent David Levi zijn 45 orkestleden in de goed klinkende orkestbak en de 40 koorleden zeer overtuigend en zelfs met ruim voldoende raffinement te laten spelen en zingen.

    • Kasper Jansen