Smalle baan bij Dutch Open niet geschikt voor zware 'houten' golfclubs; De Big Bertha komt in Hilversum de tas niet uit

HILVERSUM, 28 JULI. Voor de meeste slagen vanaf de fairway staan de golfers even te aarzelen en te rekenen. Welke club trekken ze uit hun tas? Iedere club heeft immers een verschillende hellingshoek en lengte, iedere club levert een andere afstand op. Moet de Nederlandse profspeler Rolf Muntz nog 135 meter tot de hole, dan vraagt hij om een ijzer-8. Moet hij nog 150 meter, dan krijgt hij van zijn caddie de ijzer-7 aangereikt.

De 150 golfers die gisterochtend begonnen aan de Heineken Dutch Open op de Hilversumsche Golfclub, spelen allemaal met een op maat gemaakte en uitgebreid ingespeelde set golfclubs. In hun grote tassen, rondgesjouwd door de caddie, zitten veertien verschillende clubs, van de zware Big Bertha voor de 300 meter-klappen tot de lichte putter voor het stukje van 30 centimeter.

“Ze mogen volgens de regels maximaal veertien stokken meenemen”, vertelt de 31-jarige Joost Hage, oud-Nederlands kampioen bij de amateurs, die in Hilversum als toeschouwer aanwezig is. Hij is teaching-pro op de golfclub in Best en verzorgt verder onder meer bedrijfsdagen en cursussen. Bekendheid verwierf hij de afgelopen jaren vooral met zijn spectaculaire trickshow, een uur vol wonderlijke trucs met een golfballetje.

“Een standaard golfset bestaat uit dertien stokken”, zegt Hage. Drie houten clubs (genummerd 1, 3 en 5), negen ijzers (genummerd 1 tot en met 9) en één putter. Met het oog op de baan kan een speler besluiten daarnaast een extra ijzer, een 'sandwedge' (met een profiel dat slaan vanuit de bunker mogelijk maakt) of een 'puttingwedge' mee te nemen om het aantal van veertien vol te maken.

Een putter heeft een recht slagvlak, legt Hage uit. “Die wordt gebruikt voor het korte spel op de greens, het gemillimeterde gras rond de hole. Daarmee kan een speler de meeste slagen winnen of verliezen, want hij slaat in een ronde gemiddeld 43 procent van zijn slagen met een putter.”

De ijzers hebben allemaal een verschillende hellingshoek en een verschillende lengte. De hoek van het slagvlak bepaalt de hoogte van de vlucht en de afstand die de bal aflegt. Hoe hoger het nummer van het ijzer, hoe schuiner de hellingshoek. De lengte van de shaft, de steel, bepaalt de snelheid van de swing. Hoe langer de shaft, hoe hoger de swingsnelheid, hoe langer de afstand.

De houten clubs zijn voor de eerste slag op de lange holes, de afslag van de tee. De clubheads waren vroeger van massief Amerikaans hardhout of van geperst hout. Maar de moderne techniek is ook tot het golf doorgedrongen. De 'houten' heten nu 'metal woods', de clubhead is tegenwoordig van tamelijk zacht, gesmeed staal. De shaft was ooit van hout, vervolgens van staal en is nu meestal van graphite, een kunststof. “De gebruikte materialen zijn steeds lichter. Daardoor heeft een speler meer controle, krijgt hij meer gevoel. Hoe lichter het materiaal, hoe hoger de swingsnelheid. Er wordt steeds verder geslagen en met meer precisie.”

Met dezelfde club zullen twee spelers de bal een verschillende afstand laten afleggen. “Dat is afhankelijk van hun techniek, hun coördinatievermogen en hun mentaliteit. John Daly is het perfecte voorbeeld. Gemiddeld slaat een prof met zijn houten-1 een afstand van 250 tot 300 meter. Daly slaat veertig tot vijftig meter verder. Hij heeft enorm veel talent, is in staat bij de swing zijn schouders 120 graden te draaien en heeft krachtige onderarmen. Als hij aan het inslaan is, staan de andere profs bewonderend toe te kijken. Voor het publiek is het prachtig, al zal Daly op deze baan in Hilversum zelden zijn 'houten' clubs tevoorschijn halen en vaker een ijzer-1 of 2 gebruiken, waarmee je meer controle over de bal hebt. Deze baan is smal, hooguit 25 meter, waardoor de bal gemakkelijk in de bossen kan belanden.”

Er bestaan veel verschillende types clubs. Niet alleen is er een groot aantal topmerken (Bullet, Cobra, Wilson, Callaway, Slazenger, Ping, Tommy Armour, Lynx), bovendien heeft ieder merk diverse sets in de aanbieding. Voor beginnend speler tot reizend professional. De verschillen zitten hem bijvoorbeeld in swinggewicht en totaalgewicht (mannen spelen met zwaardere stokken dan vrouwen), in dikte van de grip (voor grote en kleinere handen), de ligging van de club (voor kortere of langere armen) en de buigzaamheid van de de shafts. De profs spelen bijvoorbeeld met extreem stijve shafts, een gemiddelde speler met buigzamer shafts waarmee wat makkelijker swingsnelheid is te verwerven.

Net als in tennis, waar het blad steeds groter is geworden, is ook de ontwikkeling bij golf naar een groter raakvlak, de oversize clubheads. Daarbij is de balans beter verdeeld. Bij de normale clubs is de sweet-spot, het ideale raakpunt, minimaal, bij de nieuwe clubs is dat veel groter. Als je de bal net verkeerd raakt, vliegt hij toch redelijk rechtuit. “Een zogenoemd off-centre shot wordt minder snel afgestraft”, beweert Hage.

Een nieuwe set clubs kost 600 gulden tot 5.000 gulden, vertelt Hage. “Voor de professionals wordt alles precies op maat gemaakt. De computer rekent tot op de millimeter uit welke lengte de shaft moet hebben. Als beginner kan je ook met een halve set beginnen, of met nog minder. Met een houten 3, ijzers 5, 7 en 9 en een putter kun je al een heel eind komen.”

De tas van Rolf Muntz:

- driver, waarmee hij 256 meter slaat

- houten 3 Big Bertha (240 meter)

- ijzers 1 tot en met 9 (215 tot 125 meter)

- pitching wedge (110 meter) (voor de korte afstanden)

- sandwedge (90 meter) (voor in het zand vanuit de bunker)

- putter (voor op de green)

    • Remmelt Otten