Provincies: stadsprovincies zijn niet nodig

DEN HAAG, 28 JULI. De vorming van stadsprovincies is niet nodig om grootstedelijke problemen op te lossen. Gemeenten en de nu bestaande provincies kunnen zelf de problemen op het gebied van infrastructuur, werk, economie en milieu oplossen.

Dat schrijft het Interprovinciaal Overleg (IPO) vandaag in een brief aan minister Dijkstal en staatssecretaris Van de Vondervoort (binnenlandse zaken) en de Tweede Kamer. De provincies hebben nooit veel gezien in de vorming van stadsprovincies in de regio's Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Arnhem/ Nijmegen, Twente en Eindhoven, zoals het kabinet oorspronkelijk van plan was.

Inmiddels hebben Dijkstal en Van de Vondervoort al laten doorschemeren alleen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag stadsprovincies te willen vormen. De overige regio's zouden met gemeentelijke herindelingen moeten worden voorzien van nieuwe bestuursvormen. De bewindslieden vinden die overige regio's niet groot genoeg voor een stadsprovincie, die veel taken van de inliggende gemeenten moet overnemen.

De provincies schrijven vandaag aan Dijkstal en Van de Vondervoort bereid te zijn intensiever samen te werken met de steden om sociale en ruimtelijke vraagstukken op te lossen. Ook zij zien meer in gemeentelijke herindeling dan in de vorming van stadsprovincies. Het IPO vindt niet dat de provincies zelf moeten worden verkleind.

Staatssecretaris Van de Vondervoort is bezig een nieuw plan op te stellen voor de toekomstige stadsprovincie Rotterdam. De opsplitsing van de gemeente Rotterdam in tien kleinere gemeenten is van de baan sinds het referendum van dit voorjaar. Het wetsvoorstel voor de vorming van de stadsprovincie Rotterdam, en daarmee ook de plannen voor Amsterdam en Den Haag, wordt aangepast aan de nieuwe situatie. Verwacht wordt dat het kabinet voor Prinsjesdag zijn definitieve standpunt over de vernieuwing van de bestuurlijke organisatie vaststelt.