Philips blijft ondanks hoge winst reorganiseren; Elektronicaconcern begint pijn sterke gulden te voelen

ROTTERDAM, 28 JULI. De netto winst van Philips in het tweede kwartaal van 583 miljoen gulden is bijna de helft hoger dan een jaar geleden, maar de koers van de aandelen zakte gisteren op de effectenbeurs bij de publicatie van het nieuws bijna vijf procent. Vervolgens krabbelde de koers weer wat op. Gaat het juist steeds beter met de Eindhovense multinational (265.500 medewerkers), die met 43.500 mensen ook een van de grootste particuliere werkgevers in Nederland is? Of heeft de beurs gelijk met zijn schrikreactie?

Philips en de beurs hebben van tijd tot tijd een haat liefde verhouding. Ruim drie jaar geleden vonden beleggers dat het bedrijf letterlijk waardeloos was. Op de beurs was het meerderheidsbelang van Philips in muziekbedrijf PolyGram meer waard dan Philips zelf. Dat was in de donkere dagen van Centurion, de herstructureringsoperatie die achter de rug is, maar wiens geest in “de company” moet blijven rondwaren, vindt president Jan Timmer.

Philips' financiële roerganger Dudley Eustace maakte bij de publicatie van de halfjaarwinst gisteren duidelijk dat het concern ondanks de winstgroei bezig blijft om verliesgevende activiteiten te wieden. Philips verkoopt een deel van de verliesgevende activiteiten op de telecommarkt (3000 medewerkers, fabrieken in Duitsland en Frankrijk) aan de Amerikaanse gigant AT&T. Volgens Eustace is Philips een te kleine speler om de race met de grote marktpartijen vol te houden. Het signaal aan beleggers is duidelijk: omzet is niet heilig. Het gaat om de directe bijdrage aan de winst of tenminste om het perspectief van een winstbijdrage (bij nieuw produkten als CD-i's).

Eustace gebruikt daarbij termen die beleggers vertrouwd in de oren klinken: Philips is een portefeuille van bedrijven, alsof het een beleggingsportfeuille is. De noodzaak van winst(perspectief) die voor de bestaande portfolio geldt, geldt ook bij de beoordeling van overnames. Eustace gaf aan dat er mooie dingen te koop zijn in de wereld van nieuwe media, zoals kabelmaatschappijen, maar dat verschillende daarvan zijn afgeketst op een gebrekkige winstbijdrage.

De winst die Philips nu maakt komt uit de sector componenten en halfgeleiders, waar de produkten niet zijn aan te slepen. In het eerste halfjaar leverde deze sector 60 procent van het bedrijfsresultaat van 1,86 miljard gulden, terwijl het “maar” om een zesde van de Philips-omzet gaat. Directievoorzitter Doug Dunn van de hafgeleiderdivisie, die onlangs optimistisch schattingen gaf voor rest van dit decennium, is “rather bullish”, zei Eustace minzaam. Hij erkende volmondig dat Philips samen met de andere marktvorsers de groei vorig jaar heeft onderschat. Dat doet wel twijfels rijzen over de huidige prognoses.

Eustace gaf zelf aan welke bedragen met de dadendrang van Philips zijn gemoeid. Philips investeert dit jaar 3,5 à 4 miljard gulden; de helft daarvan gaat naar componenten en halfgeleiders. Voor elke dollar omzet moet een dollar worden geïnvesteerd. En dan duurt het twee jaar voor nieuwe capaciteit operationeel is. “In de tussentijd moet je het dode gewicht torsen.”

De boom op de halfgeleidermarkt heeft Philips op de effectenbeurs in het kielzog getrokken van Amerikaanse specialisten in deze sector. Een beleggingsrapport van Goldman Sachs, dat de financiële markten hierop attent maakte, ontketende drie weken geleden een koersexplosie van Philips-aandelen. Van 60 naar 80 gulden. Tot zover het goede nieuws.

De overblijvende 80 procent van de Philips-omzet genereert 40 procent van het bedrijfsresultaat. In het eerste halfjaar stagneerde de winstbijdrage van sectoren als consumentenelektronica en verlichting. De verliezen bij professionele systemen (waaronder telecom) namen zelfs toe. Philips heeft te lijden onder continue prijserosie op de consumentenmarkt, hogere arbeidskosten (bij Duitse dochter Grundig) en de negatieve gevolgen van de sterke gulden. De omzetten en winsten zijn in dollars hoger, maar omgerekend in guldens valt het tegen. Philips rekende in het eerste halfjaar met een gemiddelde koers van de dollar van 1,61, dat is bijna 30 cent minder dan in het vergelijkbare eerste halfjaar in 1994. De vuistregel is dat Philips per 10 cent daling van de dollarkoers 100 miljoen gulden bedrijfsresultaat inlevert.

Om de negatieve gevolgen van de sterke gulden het hoofd te bieden doet Philips veel nieuwe investeringen in regio's waar de arbeidskosten lager zijn en de groeiverwachtingen hoger: Oost-Europa, China en het Verre Oosten. Dat leverde 11.000 mensen in de eerste zes maanden werk op bij Philips, waarvan de helft overigens op tijdelijke basis (part-timers, seizoenskrachten). In Nederland groeide het personeelsaantal met bijna 2.000 (naar 43.500). Maar, zo waarschuwde Eustace: in Nederland is het voor Philips alleen interessant om mensen in dienst te nemen in sectoren met een blijvend hoge marge. Anders zijn arbeid en de gulden te duur.