Nog eens Srebrenica

DE OVERSTE PRAATTE zijn mond voorbij, de kolonel rapporteerde zaken die niet zijn gebeurd, de minister stuurt bij. Een paar dagen na de blijde thuiskomst van Dutchbat worden de verhalen over wat er in Srebrenica mis zou zijn gegaan, op het hoogste niveau rechtgezet. Volgens minister Voorhoeve, citerend uit zijn dagelijkse aantekeningen over de bange periode dat Dutchbat feitelijk in gijzeling was genomen, valt de troepen en hun commandant niets te verwijten. De overmacht was te groot, de inlichtingen waren niet toereikend om een juist oordeel te vellen, met de Servische generaal Mladic bleek niet te spotten, zijn dictaat werd uitgevoerd met of zonder Dutchbat, maar van een regeling, waarmee de Nederlanders hun instemming zouden hebben betuigd, was geen sprake.

Als straks de Kamer over Srebrenica debatteert, moet deze ministeriële nabetrachting maar snel voor kennisgeving worden aangenomen. Want de wijze waarop Nederlandse VN-officieren en -manschappen onder moeilijke omstandigheden hebben geopereerd, is niet het probleem. Waar het in het Kamerdebat om zou moeten gaan is de vraag hoe het mogelijk is geweest dat Nederlandse troepen door de verantwoordelijke leiding in zo een onmogelijke situatie zijn gemanoeuvreerd en vele maanden lang zijn gehouden.

De minister zegt nu dat de enclave absoluut onverdedigbaar was, maar dat het er ook niet om ging het gebied te verdedigen. UNPROFOR betekent United Nations Protection Force. Hoe je iemand kunt beschermen zonder die persoon tegen aanvallers te verdedigen is een raadsel dat de Verenigde Naties nog niet hebben opgelost - en Den Haag dus ook niet.

VOOR DE KAMER ZAL de exercitie niet eenvoudig zijn, al was het maar omdat de overgrote meerderheid van de volksvertegenwoordigers het beleid hier van harte heeft gesteund. Er moet dan ook zelfonderzoek worden gepleegd. De gemakkelijkste manier om de vraag van het hoe en waarom af te houden zou zijn om nog eens te onderstrepen dat Nederland zijn internationale verplichtingen heeft willen nakomen, maar dat de verantwoordelijkheid voor de inzet van Nederlandse blauwhelmen uiteindelijk bij het VN-hoofdkwartier te New York ligt. Dat zou overtuigend zijn, als niet juist uit Voorhoeves verslag blijkt dat gedurende de laatste weken van zijn verblijf in Srebrenica Dutchbat vanuit Den Haag is geregisseerd, op de allerlaatste dagen na toen Mladic het voor het zeggen had. Waarom heeft het Nederlandse kabinet zich niet eerder met het lot van Dutchbat bemoeid? Dat dat zwaar was, was bekend. Niet voor niets is er door premier Kok kortgeleden op aangedrongen haast te maken met de aflossing.

Voorhoeve lijkt de mening toegedaan dat de ervaring van Srebrenica geen verandering brengt in het beleid ten aanzien van vredesoperaties. Er bevinden zich nog steeds Nederlandse militairen in troepenverband in Bosnië of zij staan gereed om daarheen te worden gestuurd. Dit is het aanknopingspunt voor een kritische benadering.

De minister heeft zich al afgevraagd of onder de steeds slechter wordende omstandigheden UNPROFOR nog wel toekomst heeft. Het antwoord op zijn eigen vraag heeft hij nog niet willen geven. Als de Kamerleden na hun vakantie uitgerust en wel naar aanleiding van de gisteren verzonden ministeriële brief over de gebeurtenissen en verantwoordelijkheden in Srebrenica debatteren, kan dat antwoord niet langer achterwege blijven. Het voordeel van de twijfel heeft zijn tijd gehad.