Monument voor een communistisch profeet; Het grootste schilderij ter wereld

Het laatste grote monument dat in de DDR werd opgericht was meteen het grootste schilderij ter wereld. Het gedenkt de slag bij Bad Frankenhausen in 1525, waarin de boeren vochten tegen de adel en de kerk. Het doek is 14 meter hoog en 123 meter breed en werd geschilderd door Werner Tübke, een van de vier grote Oostduitse schilders van voor de Wende. “Abstractie is dom,” zegt hij in een gesprek.

Panorama Bad Frankenhausen. Di t/m zo 9-17u ('s zomers).

Werner Tübke doet niet zelf de deur open van zijn villa in een buurt van Leipzig die al bijna honderd jaar sjiek en stil moet zijn. Zijn vrouw laat me binnen in het voorname witte huis. In de hal staat een hobbelpaard, maar langs de trap hangt al eigen werk: virtuoos geschilderde doeken gevuld met ouderwets geklede figuren, grijnzende skeletten en brutale duivels. Het zijn er zo veel dat je nauwelijks ziet wat ze aan het doen zijn: ze buitelen over elkaar heen, zweven van elkaar weg, klitten samen, en vormen al doende diagonalen, driehoeken en cirkels, alsof de schildershand van Poussin op hol is geslagen.

Eind jaren tachtig was er sprake van dat een deel van de villa in een museum voor de schilder zou worden veranderd. Tübke (Schönebeck, 1929) was een van de 'grote vier' van de DDR; Bernard Heisig, Willi Sitte en Wolfgang Mattheuer en hij waren de paradepaarden van de Oostduitse schilderkunst, die ook in het Westen roem vergaarden en daarmee voorkwamen dat de kunst in de socialistische staat voor achterlijk kon worden versleten. Overtuigend toonden de vier aan dat de DDR niet in dogmatisch socialistisch-realisme was blijven steken. Vooral Tübke liet zien dat er in Oost-Duitsland een waardevolle traditie bewaard was gebleven: hier beheerste men het schildersambacht nog.

Toch verklaart dat nog niet waarom er juist voor hém een museum zou komen. Er zijn tenslotte maar weinig schilders die deze eer te beurt valt. Maar Tübke is niet zomaar een schilder. Hij staat vermeld in het Guinness Book of Records en hij kreeg op 7 oktober 1989, op de laatste verjaardag van de DDR, de Karl-Marx-orde. Werner Tübke maakte tussen 1974 en 1987 het grootste schilderij ter wereld: 14 meter hoog, 123 meter breed, in totaal 1722 m linnen, bedekt met meer dan 3000 figuren, voor tweederde geschilderd door de meester zelf. Het doek is een panorama. Het gedenkt de slag bij Bad Frankenhausen, waar op 15 mei 1525 8000 boeren onder leiding van de predikant Thomas Müntzer ten onder gingen in hun strijd tegen de tirannieke adel en de corrupte geestelijkheid.

Het museum voor Tübke is er niet gekomen. Waarschijnlijk heeft de Wende daar een stokje voor gestoken. Maar het panorama staat er nog, het is het laatste grote monument dat de DDR tot stand werd gebracht; het werd pas in 1989 onthuld. Nu zit de deelstaat Thüringen in zijn maag met de hoge onderhoudskosten - meer dan een miljoen mark per jaar.

In de woonkamer bestudeert Tübke de uitnodiging van een Parijse galerie waar hij binnenkort nieuwe schilderijen exposeert. Het panorama beschouwt hij slechts als een van zijn vele doeken. Het is alleen wat groter. “Ik schilder al vanaf mijn tiende,” zegt de kunstenaar, “en mijn stijl is nooit veranderd.” Als panorama vindt de schilder zijn schepping wel bijzonder. “Als ik had gedaan wat mijn opdrachtgever wilde, had men het na de Wende moeten opblazen. Maar ik doe niet aan illusionisme.”

Het dorp Bad Frankenhausen ligt ten zuidwesten van Berlijn aan de voet van de Kyffhäuser, het mini-gebergte waarin volgens de legende de Duitse keizer Barbarossa zich in de Middeleeuwen terugtrok om te wachten op de vereniging van Duitsland. Het panorama is aan de rand van het dorp ondergebracht in een kaal, rond gebouw dat eerder een industriële dan een culturele functie doet vermoeden. Naar goed communistisch gebruik was men met de bouw al begonnen voor er een kunstenaar werd gevraagd. Opdrachtgever was het ministerie van cultuur, initiatiefnemer het politburo van de SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands). “Een aantal cultuurfunctionarissen bezocht in het begin van de jaren zeventig het panorama van de slag bij Borodino [1812] in de Sovjet-Unie,” vertelt Tübke. “Ze waren onder de indruk. Een panorama is tenslotte een massamedium. Dat wilden zij ook hebben.” Maar zo'n klassiek panorama kregen ze van Tübke niet. “Mijn panorama heeft geen centraal perspectief en er zijn geen decorstukken voor het doek geplaatst om de illusie te vergroten, zoals bij Borodino of Waterloo. Daarom is mijn panorama van blijvende waarde. Ik heb de opdracht aangenomen omdat ik het een avontuur vond. Ik ben strijdlustig.”

Onscherp

Als eerste vallen in het halfdonkere interieur van het panorama de kleuren op. Het felste rood en het verzadigste blauw knetteren het oog binnen; pas later blijken ze rokken en vissen, draken en sjabrakken te vormen. Het beeld blijft daarbij wel onscherp. “Dat vergroot de raadselachtigheid,” meent de meester.

Het panorama beeldt veel meer uit dan de slag bij Bad Frankenhausen. De hele zestiende eeuw lijkt op het doek te staan: schepen varen naar Amerika, Karel V speelt een spelletje kaart, Albrecht Dürer en Johannes Gutenberg staren naar een fontein, een boer biedt een jonkvrouw een mandje eieren aan, een dronkelap wordt afgevoerd, een oproerkraaier wordt aan de schandpaal genageld, de pest waart rond. De clerus krijgt er van langs: de paus heeft ezelsoren, vrouwen rossen aflaathandelaren af, Luther heeft een januskop.

Ook figuren uit vroeger eeuwen en uit legendes duiken op. In een landschap dat van lente naar zomer, herfst en winter verschiet, stort Icarus ter aarde, snoepen Adam en Eva van de boom der kennis, wast Pontius Pilatus zijn handen, wenen de Muzen en verschalkt de duivel een zieltje.

Tussen alle historische en legendarische figuren dartelt een groot aantal narren. “De nar is een dubbelzinnige personage,” zegt Tübke. Hij is wijs en dom, hij wordt beschimpt en hij maakt plezier.” Van het panorama als geheel geeft Tübke een onverwachte interpretatie: “Ik heb er een christelijk schilderij gemaakt.” Meer wil hij er niet over kwijt. “Ach,” zegt Tübke, “ik schilder wat mij plezier geeft. Het onderwerp doet er niet zoveel toe. Toen Golo Mann het panorama in een vroeg stadium had gezien, zei hij tegen me: 'Ik vergat dat ik historicus ben.' Dat beschouw ik als een groot compliment. Het gaat niet om de feiten. Het gaat om kunst en daarvan kun je niets leren. Het gaat mij om de organisatie van het beeldoppervlak.”

Even lijkt het erop dat Tübke zijn panorama als een groot, bijna abstract doek beschouwt. Maar zo is het niet. Tübke, die tot nu toe achterovergeleund op de gebloemde bank oreerde, schiet opeens overeind. Abstractie, daar moet de schilder niets van hebben. “Een zwart vierkant? Een urinoir? Wat een onzin.” In zijn woede scheert de schilder alle moderne kunst over een kam. Hij zet zijn strenge bril af en schreeuwt: “Abstractie is dom. Het zijn de nieuwe kleren van de keizer. Wat het betekent kun je niet zien, dat moet je in een tijdschriftartikel lezen. Als dat moderne kunst is, ben ik graag ouderwets.”

Revolutionaire traditie

De Boerenoorlog uit het begin van de vijftiende eeuw was belangrijk voor de Oostduitse visie op de Duitse geschiedenis. Vooral na het aantreden van Honecker in 1971 wilde de SED de revolutionaire traditie in de Duitse geschiedenis benadrukken. De opstand van de boeren gold als het begin van de strijd om een niet-hiërarchische maatschappij. Bijkomend voordeel was dat de laatste slag tussen boeren en vorsten vlak bij de Kyffhäuser plaats had gevonden. Daar had keizer Wilhelm II in 1871 een groot monument ter viering van de Duitse eenwording laten plaatsen. Met het panorama wilde de SED een even monumentaal gedenkteken oprichten dat een andere visie op de Duitse geschiedenis uitdroeg. De leider van de opstand, Thomas Müntzer (ca. 1489-1525), was voor de Oostduitse staat een geschiktere held dan Martin Luther. Müntzer, zoon van een handwerksman en een boerin, was onder invloed van Luther overgegaan tot de Hervorming. Nog voor Luther gaf hij een liturgie in het Duits uit. Maar anders dan het 'zachtlevende vlees te Wittenberg' schrok Müntzer niet terug voor de sociale consequenties van zijn Bijbellezing. Waar Luther uiteindelijk de boeren veroordeelde tot vijanden van de door god gegeven orde, voerde Müntzer de opstand tegen de gevestigde machten aan als een apocalyptische profeet. De boeren werden uiteindelijk door een verbond van katholieke én protestantse vorsten verslagen. Müntzer werd een paar dagen na de slag bij Bad Frankenhausen onthoofd.

Is het panorama een communistisch of christelijk schilderij? Wie er lang genoeg naar kijkt om de figuren te herkennen, begrijpt dat die vraag er niet toe doet; daarvoor is wat Tübke laat zien te algemeen. Communisme en christendom sluiten elkaar op dit basale niveau niet uit. Bovendien zal bijna niemand wegwijs kunnen in de wirwar van motieven. De communisten waren er wel enthousiast over. De door de SED ingestelde ideologische commissie die het project begeleidde, keurde het 1:10 ontwerp dat Tübke in 1981 moest voorleggen zonder omhaal goed. Volgens Tübke speelden daarbij niet alleen ideologische motieven een rol. “De opdrachtgevers merkten al snel dat het ontwerp internationaal voor beroering zorgde. De Westduitse fabrikant Ludwig wilde het ontwerp voor zijn verzameling kopen. Dat mocht niet. Jammer, ik had er jaren van kunnen leven. Maar de aandacht in de Westerse media zorgde er wel voor dat ik verder kon doen wat ik wilde. Duitsers vinden iets altijd goed als het in het buitenland wordt gewaardeerd.” Dat de meester daar ook van kitsch beticht wordt, laat hij buiten beschouwing.

Dali

De figuren en gebouwen op het panorama ontleende Tübke voor een groot deel aan houtsnedes en gravures uit de zestiende eeuw. Ook de stijl nam hij over van oude meesters: in Bad Frankenhausen komt men Altdorfer en Cranach, Dürer en Breughel, Grünewald en Holbein tegen. De jongste meester aan wie Tübke schatplichtig is, is Salvador Dali. Tübkes enige concessie aan het modernisme is het afstand doen van het centrale perspectief. Ook bij deze ambachtsman is een schilderij op de eerste plaats een plat vlak. “Optische sensaties hebben niets met kunst van doen. Een doek moet een doek blijven.”

Tübke, wiens stijl mede door zijn professoraat aan de kunstacademie van Leipzig school maakte, profiteerde van zijn populariteit bij het regime. In de jaren zestig was hij nog wel eens beticht van eclecticisme, daarna groeide hij uit tot een staatskunstenaar. “De jaren vijftig en zestig waren slecht voor de kunst. Maar in de jaren zeventig, na de komst van Honecker, was eigenlijk alles toegestaan.” Tübke kon voor zijn panorama op studiereis naar Madrid en Rome, hij werd bedolven onder prijzen; de regering liet een groot atelier voor hem bouwen in Leipzig en een huis in Bad Frankenhausen. Tot in de hoogste regionen van staat en partij werd er over de schilder gecorrespondeerd: wanneer kreeg hij zijn Mercedes of een vergelijkbare 'Westwagen', was het niet weer eens tijd voor een prijs of een orde?

“De laatste tien jaar werden de kunstenaars in de DDR buitengewoon verwend,” zegt Tübke. “Ideologische controle bestond niet meer, en er was nauwelijks concurrentie. Geld was er daarentegen genoeg. De meeste collega's hebben het daarom nu erg moeilijk. Er zijn maar vier DDR-kunstenaars die men nu nog kent.” Tübke is stug doorgegaan met het schilderen van duivels, draken en deernes, narren, heksen en priesters. “Mijn werk is na de Wende niet veranderd. Wie zijn werk door de politiek laat beïnvloeden, is een slechte kunstenaar.”