Kennis is macht

'Ziezo! Deel I heb ik in huis. Tot en met Beenzwart kan niemand mij iets maken.' Zo heeft Simon Carmiggelt onder zijn schuilnaam Karel Bralleput over de encylopedist gedicht. Ongeveer. Ik citeer uit mijn hoofd. Zoals dat gaat met drukwerk dat je bevalt: je wilt het anderen opdringen, je leent het uit en je krijgt het niet terug. Mijn exemplaar van deze bundel, Het Jammerhout, is geïllustreerd door Hugh Jans. Alweer uit mijn geheugen doemt deze eigenaar van Deel I van de Grote Winkler Prins op zoals hij is getekend door Hugh Jans: verschanst achter zijn muur van alfabetisch geordende universele kennis. (Als het Beenzwart is geweest, moet Bralleput zich hebben laten inspireren door de vijfde druk, en dan was het Deel II. Het eerste gaat van A tot Araxes, en het volgende van Arbeid tot Beenzwart). In ieder geval, een mooi gedicht.

Toch: ik moet toegeven dat, toen ik het voor het eerst las, ik me een beetje in mijn eer als encyclopedist gekrenkt voelde. Ik was vijf. We kregen het eerste deel van de vijfde druk in huis. Ik denk dat ik dat in de loop der jaren het meeste daarin wel heb gelezen, en ook nog in het tweede en het derde. Daarna diende zich ander drukwerk aan. Het was me trouwens opgevallen dat de redactie voor de eerste letters van het alfabet veel meer ruimte nodig had dan voor de laatste vier, die in één deel pasten. Ik vroeg meneer Immink, de onderwijzer van de vijfde klas die ik voor een allesweter aanzag, hoe dat kwam. 'Na een deel of tien worden ze moe en bovendien krijgen al die professoren haast,' zei hij. 'Zo komt het dat in de eerste helft van het aantal delen van iedere encyclopedie éénderde van het alfabet is ondergebracht, en in de andere helft tweederde. Dat is een wet.' Het leek me onwaarschijnlijk maar ik kon er niets tegenin brengen.

Voor encyclopedisten heb ik een zwak. Hoe goed zijn d'Alembert en Diderot te begrijpen: ze wilden alle kennis van de mensheid onder handbereik, in één kamer, het liefst in één kast op één plank. Concreter kun je je het kennis is macht niet voorstellen. Het verzamelen van alle kennis is een rationeel werk; aan het begeren van alles ligt een mystieke beweegreden ten grondslag; het is de meest directe vorm van concurrentie met de Schepper, wie dat dan ook zijn mag.

Verwant aan het samenstellen van een encyclopedie is dan ook het maken van een ingewikkelde kijkdoos. Je hebt nog altijd eerzuchtige kinderen die zich voornemen het dorpje waar ze de grote vakantie doorbrengen in een doos onder te brengen: door er een plattegrond van te maken, met hun eigen toestelletje de gemeente van alle kanten te fotograferen, grondmonsters te nemen, flora en fauna in een notitieboekje te beschrijven, om dan alles archivarisch en driedimensionaal in zo'n doos te installeren. Aan het einde van de vakantie nemen ze het hele dorp onder hun arm mee naar huis. Het is de beschaafdste vorm van machtswellust.

Aan dit alles ligt één en hetzelfde beginsel ten grondslag: hoe compacter, hoe beter. Al het redelijk streven richt zich naar het zoveel mogelijk persen tot zakformaat. Zo heeft de dundrukzakbijbel de in leer gebonden en met ijzerwerk versterkte statenvertaling verdrongen. Aan het begin van de eeuw waren er al de pockets van Philipp Reclam, de Tauchnitz uitgaven, toen de Pelicans en de Penguins. De Verlichting na de Bezetting verscheen in de vorm van Amerikaanse pockets, het New World Writing. Daarna kwamen de Japanners met de miniaturisering, de eerste wapens van de hardware. Machientjes om alles op te nemen, en alles paste in de zak van je jasje.

Vorige week heb ik een stukje geschreven over de wonderen van digitale video op CD-i. Zo heeft Philips het jaar 1994 in een overzicht tot een cd verwerkt die zich met de muis encyclopedisch laat behandelen. Hadden d'Alembert en Diderot dat eens kunnen zien! Alleen voor zo'n cd zou je willen dat je de macht tot reïncarnatie had. Multimediaal valt alles vast te leggen, zelfs nu nog, wat er aan kennis in deze wereld beschikbaar is. De totale (om dat woord maar eens te gebruiken, er is in dit verband geen beter) encyclopedie is binnen bereik.

Een encyclopedie behelst wat geweest is, vast ligt, de voltooid verleden tijd. Maar zoals een kind een kijkdoos kan maken van het vakantiedorp waar hij is en straks geweest zal zijn, zo kan het ook een doos maken van het dorp waar het zou willen zijn; de encyclopedie van wat nog moet komen of nooit geweest en gebeurd zal zijn. Het duurt niet lang meer of alle hardware en software zijn daarvoor beschikbaar. Daarom spijt het me weleens dat ik nooit meer kind zal worden.