Hervormden zijn niet uitverkoren

De hervormden en gereformeerden zijn Samen op Weg, maar het blijkt dat de eenwording van deze twee kerken een zo moeizame zaak is, dat de vooruitgang cq stagnatie van dit proces nauwelijks meer nieuws is.

Dat een scheiding van meer dan honderd jaar binnen de beide kerken eigen 'bedrijfsculturen' heeft opgeleverd is begrijpelijk. Hervormden hebben meer stijl en gereformeerden meer organisatietalent. Toch ligt het grote probleem tussen hervormden en gereformeerden ergens anders.

De rechterflank van de hervormde kerk vindt namelijk dat God in de geschiedenis een eigen weg is gegaan met de vaderlandse hervormde kerk. Deze kerk kan dus niet gelijkwaardig samengaan met de gereformeerden, immers die hebben destijds de vaderlandse kerk verlaten. De eenheid kan alleen hersteld worden wanneer de gereformeerde scheurmakers terugkeren in de vaderlandse hervormde kerk.

De geschiedenis heeft bewezen dat overal waar mensen menen dat God een eigen weg gaat met hun kerk er zomaar kwalijke dingen kunnen gebeuren. De 'nie-blankies' van Zuid-Afrika hebben vele jaren lang geleden onder het zich door God uitverkoren voelen van de blanke Boeren. De Inquisitie was het produkt van een kerk die zich uitverkoren wist. En in onze dagen is één van de redenen van de Servische wrede halsstarrigheid dat de orthodoxe kerk zich in Gods naam pal achter de Groot-Servische aspiraties heeft geplaatst.

Dat God een eigen weg is gegaan met de vaderlandse hervormde kerk is dus een gevaarlijke stelling. Maar het is ook een onjuiste.

De Reformatie is in de Nederlanden begonnen als een Lutherse beweging. Al heel vroeg werden Luthers geschriften gedrukt in Antwerpen. Daarnaast was er in het noorden de sociaal-religieuze actie van de Wederdopers. Toen het deze Wederdopers in 1535 niet lukte om het koninkrijk van God in Munster op aarde te stichten, werden de aanhangers van deze beweging in het noorden gehergroepeerd en gekalmeerd door de voormalige pastoor uit Witmarsum, Menno Simons.

Echter de Calvinisten die uit Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden ons land binnenkwamen wisten op basis van hun strak juridische leer zich snel zó goed te organiseren dat zij de kern werden van het verzet tegen Rome en Spanje. En zo werd de Nederlandse reformatie calvinistisch. De Zeven Verenigde Nederlanden werden een door de calvinistische 'Nederduits Gereformeerde Kerk' gedomineerde republiek.

Alleen de aanhangers van die kerk bleven lange tijd een minderheid en werden nooit de overgrote meerderheid. In het noorden was een kwart van de Friezen 'mennist'. Toen stadhouder Willem Lodewijk de 'boeren en eigenarden' van Drente opdroeg om mee te gaan met de reformatie was daar ongeveer één-derde van de bevolking calvinistisch. En dat percentage lag in sommige steden van Holland toen niet hoger. Bovendien werden Brabant en Limburg door de Republiek gekoloniseerde 'generaliteitslanden' met een bevolking die voor het overgrote deel katholiek bleef. Van de inwoners van de republiek waren aldus één-derde katholiek.

De vaderlandse kerk bestond intussen uit 'rekkelijken' en 'preciezen', uit verdraagzaam denkenden in de traditie van Erasmus, Hugo de Groot en Arminius en uit orthodoxen, die strak in de leer waren.

Bestuurlijk werden echter altijd de lakens uitgedeeld door de 'rekkelijken' omdat de regenten uit de burgerij in de steden uit hun kring kwamen. Zij waren verdraagzaam uit principe, maar ook op basis van zakelijke overwegingen. Lutheranen en katholieken en doopsgezinden, maar ook joden en andersdenkenden als de filosoof Descartes waren met hun zaken, geld dan wel kennis welkom in de Nederlanden. Ze mochten hun kerken en synagoges bouwen, mits die niet zichtbaar waren vanaf de straat. Ze mochten hun boeken en pamfletten drukken. In de republiek werden de eerste ongecensureerde kranten van de wereld geproduceerd.

God mocht dan volgens de orthodoxen zijn weg met de vaderlandse kerk gaan, de regenten bepaalden op een voor die tijd ruimhartige wijze Zijn plaats in de samenleving.

Wanneer de rechterkant van de hervormde kerk nu geen zin heeft in een fusie met de gereformeerden dan is het schermen met Gods bijzondere weg met de vaderlandse kerk een onjuist en zelfs kwalijk argument. En één kernvraag is nog niet eens beantwoord. Wanneer God een bijzondere weg is gegaan met de hervormde kerk heeft Hij dat dan destijds niet gedaan met de doopsgzinden, de katholieken en de lutheranen? Zo neen, wat stelt dan vandaag de oecumenische relatie voor van deze uitverkoren hervormden met die doopsgezinden, katholieken en lutheranen in de Nederlandse Raad van Kerken?