'Groene soep' in IJsselmeer door fosfaat

De oostrand van het IJsselmeer lijkt op erwtensoep zonder worst. Te veel fosfaten zijn daarvan de oorzaak. Ze leiden tot overdadige algengroei die plant en dier verstikt.

LELYSTAD, 28 JULI. Op diverse plaatsen in de Houtribhaven in Lelystad staan installaties die het water heftig doen opborrelen als in een pan kokende aardappels. Elders tussen de zeil- en motorjachten zijn bosjes gerstestro ondergedompeld. Twee middelen tegen een verschijnsel dat in en vooral langs het IJsselmeer krachtig om zich heen grijpt: 'groene soep'. Het betreft een overdadige algenbloei, die het water vertroebelt en op den duur plant en dier verstikt.

J. Dirkx, die hier een zeilboot van het type 'waarschip halftonner' heeft liggen, staat met gemengde gevoelens op de steiger. “Dit is niet meer dan symptoombestrijding. We moeten het kwaad aan de bron aanpakken door minder fosfaten en stikstof te lozen.” Dirkx (36) werkt als landschapsecoloog in Wageningen en zit sinds vier jaar in het bestuur van de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer. In die laatste hoedanigheid spoorde hij aan tot een actie om de grote plas van vreemde smetten te bevrijden.

Onder watersporters worden pamfletten verspreid, die informatie geven over de achtergronden van de zogeheten eutrofiëring of overbemesting van het meer. Ook staan er tips in om daar zelf iets tegen te doen, al dragen recreanten slechts in geringe mate bij aan het probleem. Voornaamste oorzaak van de vervuiling is de landbouw, die op grote schaal fosfaten en stikstof in het water laat vloeien.

'Help, het IJsselmeer staat in bloei' luidt de titel van de folder. De tekst rept van hoge temperaturen en zonneschijn die het bewuste proces versnellen. “De vorige, hete zomer was een rampzalig seizoen”, vertelt Dirkx. “De dooie vis moest massaal uit het water worden geschept en nu gaat het dezelfde kant uit.” Door de heersende winden wordt de algendrab naar de oostwal gedreven, waar het zich ophoopt in een reeks jachthavens - vooral die van Urk, Lemmer, Lelystad en Spakenburg.

Dirkx: “Ons grootste zorg is dat het ecosysteem IJsselmeer niet naar behoren functioneert. Zo'n zoetwatermeer moet een zekere mate van helderheid hebben, maar tegenwoordig is het een en al troebelheid. Daardoor kunnen geen waterplanten op de bodem groeien. Juist die planten zijn belangrijk als paaiplaats voor vis en als voedselbron voor eenden. Bovendien verdwijnt de snoek, die waterplanten nodig heeft om ongezien zijn prooi te belagen. Wel komt de brasem sterk opzetten. Die maakt de zaak nog erger door watervlooien op te vreten, uitgerekend beestjes die zich met algen voeden. Brasem heeft bovendien de vervelende eigenschap dat hij de bodem omwoelt, zodat de troebelheid nog toeneemt.”

Daar komt bij dat de 'erwtensoep zonder worst' ook blauwalgen bevat, die een gif afscheiden dat bij mensen buikkramp, diarree en irritatie van de slijmvliezen veroorzaakt. Vorig jaar is een flink aantal zwemmers in Noord- en Zuid-Holland en Flevoland daarvan het slachtoffer geworden, wat een zwemverbod in diverse plassen tot gevolg had. Nu dreigt zo'n maatregel opnieuw.

Dirkx van de IJsselmeervereniging prijst de verschillende overheden om hun inspanningen ter beteugeling van het kwaad. “Uit huishoudelijke bron komen veel minder fosfaten dan vroeger. De defosfatering van rioolwater is voortvarend aangepakt en hetzelfde geldt voor het fosfaatvrij maken van wasmiddelen. Maar een sector die ver achterblijft, is de landbouw. Daar wordt nog steeds zwaar overbemest. Bekend is dat een groot deel van de Nederlandse landbouwgronden verzadigd is met fosfaten, zodat elke kilo extra er subiet uitspoelt en bijvoorbeeld in het IJsselmeer terechtkomt.”

Hij aarzelt niet te spreken van een “falend mestbeleid”, zeker waar het de varkenshouderijen op de zandgronden betreft. Inkrimping van de veestapel zou uitkomst kunnen bieden, maar over de wenselijkheid daarvan laat Dirkx zich niet uit. “Hoe ze het aanpakken, is voor ons vers twee. Àls ze het maar aanpakken.”

Ook in de folder wordt de link tussen landbouw en overdadige algenbloei gelegd. “Waar het om gaat”, aldus Dirkx, “is dat de watersporter het verband ontdekt tussen de goedkope karbonade die hij eet en de groene soep waar hij met zijn boot of surfplank in verzeild raakt. Die karbonade staat in feite model voor het falend mestbeleid.”

Het directe aandeel van de watersport in de vervuiling bedraagt volgens hem slechts één procent. Wat niet wegneemt dat ook de recreant zijn plichten moet kennen. Vandaar de boodschap: “Het oppervlaktewater is geen riool. U kunt uw afvalwater aan boord opvangen in een vuilwatertank. Heeft uw jachthaven nog geen uitpompstation, stimuleer het dan.”

Verscheidene jachthavens langs het IJsselmeer beschikken inmiddels over apparaten die het water plaatselijk opstuwen, wat het effect van een whirlpool geeft. Hierdoor wordt extra zuurstof toegevoerd, terwijl de groene soep door de turbulentie verdunt. In de Houtribhaven in Lelystad wordt een aanvullend middel beproefd in de vorm van bosjes gerstestro die onderaan de steigers in het water hangen. Dirkx: “Dat idee komt uit Engeland, waar het vrucht heeft afgeworpen. Het stro gaat rotten en dat heeft een vermindering van de algenbloei tot gevolg. Maar daarmee is het probleem natuurlijk niet uit de wereld. De landbouw zal toch echt minder meststoffen moeten uitspoelen.”