Ex-bewindsman boos over bloed-affaire

DEN HAAG, 28 JULI. De Nationale Ombudsman heeft volgens ex-staatssecretaris Van der Reijden van volksgezondheid “onzorgvuldig gehandeld” door te stellen dat het toenmalige ministerie van WVC te weinig heeft gedaan om bloed tegen aids te beveiligen. Van der Reijden zei dat gisteren voor de EO-radio.

“Zolang er nog niets bewezen is, is er geen schuld. Hij heeft zijn uitlatingen, want zo noem ik ze voorlopig maar, gedaan. Maar zijn ze ook juist, zijn ze terecht?”, aldus Van der Reijden, die onder CDA-minister Brinkman van 1982 tot medio 1986 staatssecretaris volksgezondheid was. Hij werd opgevolgd door D. Dees (VVD), nu Eerste-Kamerlid.

Minister Borst (volksgezondheid) erkende vorige week dat de overheid in gebreke is gebleven toen halverwege de jaren tachtig duidelijk werd dat tientallen hemofiliepatiënten besmet waren geraakt met het aidsvirus. Borst zei dat nadat de Nationale Ombudsman, mr. drs. M. Oosting, een rapport over deze zaak had gepubliceerd. Het ministerie van justitie onderzoekt inmiddels of de nalatigheid van de overheid die leidde tot besmetting van hemofiliepatiënten met het aidsvirus aanleiding is tot strafrechtelijke stappen. Justitie heeft bij het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport alle relevante stukken opgevraagd over de toedracht van de zaak. Van der Reijden sprak de hoop uit dat het onderzoek duidelijk maakt dat alle betrokkenen juist hebben gehandeld. Dat is volgens hem in het belang van de nabestaanden van overleden hemofiliepatiënten, ambtenaren en politici.

De overheid reageerde volgens de Nationale Ombudsman destijds niet alert genoeg toen duidelijk werd dat hemofiliepatiënten het risico liepen besmet te raken met hiv, het virus dat aids veroorzaakt. Volgens de Ombudsman had het ministerie van WVC de risico's moeten onderkennen en maatregelen moeten nemen. Hij stelde het onderzoek in naar aanleiding van een klacht van de Nederlandse Vereniging van Hemofiliepatiënten over de houding van de overheid in deze zaak in de periode 1982-1989. Op de vraag van de EO-verslaggever of Van der Reijden zich schuldig voelt in deze affaire, zei hij: “De ombudsman? So what? Die meneer krijgt zeven klachten aangereikt van de vereniging, waarvan er vier worden afgewezen en drie toegewezen.” Van der Reijden is er 'absoluut' van overtuigd dat hij goed heeft gehandeld in deze zaak.

Van de ongeveer 1.300 hemofiliepatiënten in Nederland zijn er in de periode 1979-1985 ongeveer 170 besmet geraakt met hiv. Bij 55 van hen is aids vastgesteld, van wie er dertig zijn overleden. In Nederland wordt sinds 1985 al het donorbloed onderworpen aan een aids-test. Voor zover bekend zijn in Nederland na 1985 geen hemofiliepatiënten meer via bloedprodukten besmet geraakt. Volgens de ombudsman werd omstreeks 1985 bekend dat hittebehandeling van bloedprodukten een effectieve methode was om produkten aids-vrij te maken. In Nederland was deze methode nog niet in gebruik. Evenmin waren er testen beschikbaar om bloed op de aanwezigheid van het aids-virus te onderzoeken.