Een hunkerend lid in de modder; Verlicht erotisch sprookjesboek van Alina Reyes

Alina Reyes: Het erotisch labyrint. Vert. Mirjam de Veth. Uitg. De Arbeiderspers, 270 blz. Prijs ƒ 39,90.

Het mag gek klinken, maar het goed verkopende en veelbesproken boek van Alina Reyes, Het erotisch labyrint gaat niet over seks. De inhoud van het boek is beperkt tot het domein van de erotische fantasie. Het is een onbekommerd irreëel boek, een proeve van fantastische literatuur. Reyes heeft het allerpopulairste ingrediënt van de literatuur, de fantasie, als voertuig voor het allerpopulairste onderwerp genomen: seks.

Doorsnee pornografisch proza is een nogal wanhopig retorisch gevecht om steeds herhaalde en nogal overzichtelijke handelingen spannend te maken. Het probleem zit hem in het woord retorisch. Het instrumentarium dat schrijvers van zulk proza ter beschikking staat is nogal beperkt en dat maakt dat, al het exotisch vocabulair ten spijt, de mechanische verveling in plaats van het opwindende van de beschreven feiten overheerst. Het duurt dan niet lang of de lezer voelt eenzelfde verweesdheid als bij het doorbladeren van een belastingalmanak.

Reyes gooit het over een heel andere boeg. Haar boek is geen cynisch tevoorschijn bazelen van al te feitelijke lichamelijkheden, maar precies het tegenovergestelde: een afwisselende verzameling van erotische droomscènes. De opzet van het boek is nogal ingewikkeld. Het bevat twee zogenaamde ontdekkingstochten, een voor Hem en een voor Haar. Dat wil zeggen dat een mannelijke hoofdpersoon en een vrouwelijke hoofdpersoon ieder de helft van het boek op zoek zijn. Waarnaar? Elkaar, nemen we maar aan, want in het midden zijn foto's van de naakte torso's van een man en een vrouw in een rood spooklicht, in negatief afgedrukt te zien.

De lezer bevindt zich met de hoofdpersonen in een labyrint, het gebouw van de erotische fantasie, en doet met Hem en Haar steeds een vertrek aan. Ieder hoofdstuk beschrijft het bezoek aan een ruimte die schuilgaat achter een deur. Dat kan een casino zijn, een heel landschap of een enkele kamer. Aan het eind van de meeste hoofdstukken staat een verwijzing naar een andere deur, soms is er een kort omschreven keuze tussen verschillende aansluitende vervolg-scènes. Zo probeert de schrijfster de indruk te wekken van een dooltocht door een geheimzinnig kasteel. Er is nauwelijks een dragende verhaallijn en met die keuze tussen genummerde deuren zou de lezer dan zijn eigen route door het doolhof kunnen volgen. Ik heb een hele hoop heen en weer gebladerd en mijn conclusie is dat je uiteindelijk toch alles zult lezen en dat de volgorde waarin je de scènes leest niet veel uitmaakt. Het gedoe met de niet-lineaire verwijzingen is eerder een hulpmiddel om de lezer niet tureluurs te laten worden van de overweldigende verscheidenheid van de scènes die zo abrupt op elkaar volgen. De schrijfster heeft naar mijn idee de fantasieën in groepjes ingedeeld en gezorgd voor een 'leuke' manier om een verband te suggereren. Maar een erg betekenisvolle toevoeging levert het heen en weer bladeren niet op.

Het erotisch labyrint is een opgetogen boek, geschreven met de voor veel fantastische literatuur kenmerkende mengeling van alledaagse spreektaal en gezwollen overdrijving. Geslachtdelen en seksuele handelingen worden zonder omhaal en in onopgesmukte populaire bewoordingen benoemd: kut, lul, pijpen, likken, neuken. Maar regelmatig wordt de lustbeleving van de hoofdpersonen in bijna komische lyriek vervat en dan is er sprake van stortvloeden van genotsspasmen, volmaakte liefdesrazernij, een reeks ononderbroken orgasmes, kolkende lavastromen en beken van geil, dan is het lichaam een helse chaos als in een veld van verrukkingen.

Humor is niet afwezig in Het erotisch labyrint. Grappig zijn de ontmoetingen van de vrouw met Ali Baba, een stoere minnaar van een pink hoog, die haar niettemin in katzwijm kan brengen, manhaftig rondwoelend over en in haar lijf, of de vluchtige erotische ervaring met Batman, die ondersteboven hangend aan het plafond, zoals het een vleermuisman betaamt, zich heel hoffelijk de onweerstaanbare neiging van de vrouw hem te pijpen laat aanleunen. Opvallend is overigens dat de vrouwelijke ontdekkingstocht meer van zulke komische uitschieters bevat dan de mannelijke. Daar ligt meer de nadruk op de cliché-kenmerken van de mannelijke lust: kijken, ondergoed-fetisjisme, hoerigheid.

Brandweerkorps

Zoals dat gaat met fantasieën is het boek een over de eigen benen struikelend pandemonium van uitersten. Al lezend betrap je je erop te denken, wat hebben we nog niet gehad? Een vrouw met twee homo's? Een man in travestie met een hermafrodiet? Lesbische SM in ziekenhuisstijl? Plasseks met een monnik? De jonge weduwe die een heel brandweerkorps afwerkt? En uiteindelijk komen ze voorbij in al hun sprookjesachtige helderheid. Ook droomklassiekers als de man die zijn hunkerend lid in de modder steekt of aangerand wordt door een bejaarde vrouw, ontbreken niet. Soms heeft het iets van kwartetten, 'mag ik van jou van de bosdieren de tapir?' Ha, kwartet!

Reyes maakt gebruik van het magisch-realisme om de fantasie-scènes te behoeden voor de pornografische verveling. Mooie meisjes veranderen in regenboogforellen, er zijn spoken en engelen, spermaklodders veranderen in edelstenen, in een paar minuten raakt een vrouw bezwangerd en baart een reuzekakkerlak, en zoals we konden verwachten worden er ook nog machtige amuletten opgebraakt door wonderschone heksen. Het mag duidelijk zijn dat hier behalve het wonder van de onuitputtelijke lust ook een psychologische symboliek wordt opgevoerd.

Vooral aan het einde van de twee ontdekkingstochten stapelen de hoofdletters zich op. Daar komen we surrealistische vrijages tegen met de Schim van Mijzelf, of de Verloren Liefde, die met een schaar door het hart dient te worden omgebracht. De lust die erbij in het spel komt wordt overstemd door de aanzwellende morele ondertoon van Reyes boek. Die lijkt neer te komen op een hippie-achtig Ken Uzelve, vol magische en diepte-psychologische wijsheid, dat ons via de passie en de lust dieper inzicht in het Leven, de Dood en de waarde van de Ware Grote Liefde moet geven.

Symbolen, symbolen, ach de duistere verbanden tussen seks, droom en de verborgen wereld van ons onderbewuste. Dat is de manier waarop Reyes het erotische sprookjesboek extra cachet probeert te geven, maar veel verder dan de sfeer van een stripverhaal voor volwassenen komt ze niet. Het ligt niet aan de erotiek, maar aan de eigenaardigheid van alle fantastische literatuur: er wordt driftig gegoocheld met zwaarwichtige symbolen, maar het gegoochel zelf betekent zo goed als niets. Wat moet ik behalve grinniken bij de scène waarin de vrouw toeziet hoe de Schim van Haarzelf haar Verloren liefde met een eind touw achterna zit en hem afranselt, waarna ze hem aftrekt?

Maar voor degenen die hun erotische beleving aangenaam verdiept weten door zulke symboliek is Reyes boek een feest. Mij lijkt het een boek dat vooral mikt op degenen die moeilijk fantaseren. Het is niet voor mensen die bij een opwaaiend tennisrokje op Wimbledon spontaan een zomerse orgie verzinnen en die enthousiast in het oor van hun geliefde fluisteren. Het is bedoeld voor mensen die daar moeite mee hebben en zich graag gesteund weten door sprookjes, Mythes en Archetypes en dan in bed de veelbetekenende verschillen tussen de vrouwelijke en de mannelijke ontdekkingstocht van Reyes bediscussieren alvorens het licht uit te doen.