Een hang naar exotisme

Robert Lemm: Een literatuur van verwondering. Uitg. Kok Agora, 159 blz. Prijs ƒ 34,90.

Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de hispanist Robert Lemm werden zeven van zijn artikelen over Spaanse en Latijnsamerikaanse literatuur gebundeld. Lemm, die zich verdienstelijk maakte als vertaler van onder meer Borges, Neruda, Carpentier en Paz, betoont zich er een wat mopperig criticus in, die de ooit zo veelbelovende Latijnsamerikaanse literatuur gaandeweg in moderniteiten teloor ziet gaan. Met romans zonder verhaal, wereldvisies zonder hoop of uitzicht en vormexperimenten in plaats van vertellingen zouden deze schrijvers gecapituleerd zijn voor een Europese smaak en hun eigen literaire potentieel hebben verloochend.

Dat is een hachelijk argument. Is het niet aan die schrijvers zelf om te bepalen wat hun 'eigenheid' is en, nog daaraan voorafgaand, om te beslissen of zij wel 'typisch' Latijnsamerikaans willen zijn? In Lemms wens deze literatuur te vrijwaren van Europees-Amerikaanse invloeden (waarmee hen, strikt genomen, zelfs de romanvorm zou moeten worden ontzegd) schuilt een hang naar exotisme dat al sinds lang de keerzijde van het Europacentrisme vormt.

Op zichzelf verdient Lemms pleidooi voor de vertelling en zijn verzet tegen loze literaire experimenten enige sympathie. Maar deze verdwijnt al snel onder de geborneerde argumentatie die de criticus daarvoor aandraagt. García Marquez' roman De herfst van de patriarch wordt verworpen omdat de zinnen te lang zijn, Het landhuis van José Donoso omdat het een allegorie is en Terra nostra van Carlos Fuentes omdat het een chaos zou zijn.

Chaos, pessimisme en 'gefilosofeer' zijn de belangrijkste bezwaren die Lemm tegen het gros van de Spaanse en Latijnsamerikaanse schrijvers inbrengt. Die aantijgingen corresponderen met een nogal obsolete wereldvisie die geen begrip kan opbrengen voor de desoriëntatie waarvan de hedendaagse literatuur getuigt. Voor Lemm is het bestaan in principe een geordend en afgerond geheel, dat door de literatuur op opbouwende wijze tot uitdrukking moet worden gebracht. Daarin passen geen chaotische, open romans, laat staan wanhoop of literair spel.

Merkwaardig genoeg blijft Jorge Luis Borges, de grootste literaire speler van de Latijnsamerikaanse literatuur, voor Lemms toorn gespaard. Maar daartoe moest Lemm hem in een in 1991 verschenen studie wel omvormen tot een klassiek en zelfs gelovig metafysicus. Als de sinistere Jorge de Burgos uit De naam van de roos zet Lemm hem in deze bundel in tegen Umberto Eco, de belichaming van het postmoderne kwaad. Eén ding heeft dit personage, dat de wereld Aristoteles' geschrift over de komedie wilde onthouden, in ieder geval met Lemms eigen wereldvisie gemeen: het gebrek aan humor en lichtheid die de literatuur behoeden voor metafysisch fundamentalisme.