Dispuut over werk en werk

'Rooskleurig', zo vat het Centraal Bureau voor de Statistiek het datamateriaal samen dat de afgelopen periode is verzameld over de conjunctuur. De industriële produktie vertoont een stabiele groei, de werkloosheid daalt licht en het aantal vacatures neemt toe, de inflatie is gematigd, en het vertrouwen van de consument in de economische ontwikkeling neemt toe.

In het eerste kwartaal is de Nederlandse economie met 3,1 procent gegroeid in vergelijking met de overeenkomstige periode van vorig jaar. Vooral de investeringen en de uitvoer nam flink toe. De stijging van de gezinsconsumptie bleef, evenals in voorgaande kwartalen, achter bij de economische groei. Het aandeel van de gezinsconsumptie is het bruto binnenlands produkt (de consumptiequote) bedraagt ongeveer 60 procent. Internationaal gezien neemt Nederland hiermee een middenpositie in.

Het Centraal Planbureau voorspelt in de Koninginne-MEV een economische groei van 3,3 procent in 1995. Volgend jaar zal de groei afnemen naar 2,5 procent. Er wordt rekening mee gehouden dat in de MEV, die officieel op de Prinsjesdag door het planbureau wordt gepubliceerd, de prognoses van de economische groei voor dit jaar neerwaarts worden bijgesteld.

Het CBS nam deze week al een voorschot. Volgens de statistici vlakt de groei van de industriële produktie de komende maanden af. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de werkgelegenheid in de industrie in de tweede helft van dit jaar zal afnemen. Deze prognoses destilleert het CBS uit een stabilisatie van het producentenvertrouwen.

Sinds begin 1993 is het vertrouwen van producenten gestaag gestegen, op dit moment tekent zich een stabilisatie af op een relatief hoog niveau. De stabilisering van het producentenvertrouwen duidt op een afvlakkende produktiegroei. Of het om een tijdelijke onderbreking gaat of om het bereiken van de top van het economisch herstel is volgens het CBS nog niet vast te stellen.

Het producentenvertrouwen is één van de belangrijke conjunctuurindicatoren. In de conjunctuurbarometer van De Nederlandsche Bank bepaalt het producentenvertrouwen voor bijna de helft het verloop. De industriële bedrijvigheid geeft volgens de centrale bank een vrij nauwkeurig beeld van de totale bedrijvigheid, en dus de economische groei, van de Nederlandse economie.

Ook de conjunctuurindicator van DNB die eerder deze maand werd gepubliceerd, duidt op een afvlakking van de economische groei in de tweede helft van dit jaar. De centrale bank haastte zich te verklaren dat niet gevreesd hoeft te worden voor een stagnatie van de bedrijvigheid. Een voorspelbare kanttekening want uitspraken van het orakel aan het Amsterdams Frederiksplein missen hun uitwerking niet. Wanneer DNB een stagnatie van de bedrijvigheid zou voorspellen, zou dat de investeringsbeslissingen van ondernemers negatief kunnen beïnvloeden.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de industrie somber is over de ontwikkeling van de werkgelegenheid. “Voor de twee helft van 1995 verwacht men zelfs nog een afname van het aantal werknemers met circa 0,5 procent”, aldus het CBS.

De ontwikkeling van de werkgelegenheid blijft hèt probleem van de Nederlandse economie. De toename van de economische bedrijvigheid wordt niet weerspiegeld in de ontwikkeling op de arbeidsmarkt. Zo is de werkgelegenheid van werknemers in 1994 voor het tweede achtereenvolgende jaar licht gedaald. De totale daling, met 11.000 voltijdbanen, is binnen de perken gebleven onder meer omdat via banenpools en het jeugdwerkgarantieplan de werkgelegenheid met 12.000 steeg.

Het herstel van de werkgelegenheid “lijkt wat trager op gang”, schrijft het CPB in de Koninginne-MEV. Dit komt onder meer door de relatief sterke daling van het ziekteverzuim. De aanwezigheid op het werk van het bestaande werknemersbestand is vorig jaar aanzienlijk verbeterd, waardoor werkgevers bij dezelfde produktiegroei minder nieuw personeel nodig hebben. Daarnaast loopt de werkgelegenheid bij de overheid sterk terug door een sterkere afname van het aantal dienstplichtigen. Dit leidt onder meer tot een hoger arbeidsaanbod.

Het planbureau verwacht dat er dit jaar 785.000 mensen met een werkloosheidsuitkering zijn; een stijging met 12.000 ten opzichte van 1994. Volgend jaar neemt het aantal uitkeringen met 10.000 af.

De relatief goede economische ontwikkeling vertaalt zich dus absoluut niet in de werkgelegenheid. Bij een afzwakkende economische ontwikkeling zal de werkloosheid zich waarschijnlijk op een hoger niveau bevinden; een ontwikkeling die al zichtbaar werd bij de afgelopen conjunctuurcycli.

Over een paar weken beginnen de afrondende besprekingen over de begroting voor volgend jaar en de stagnatie op de arbeidsmarkt wordt hèt onderwerp van gesprek in de Trêveszaal. Een moeizaam bereikt compromis over de lastenverlichting is op losse schroeven komen te staan omdat de effecten op de werkgelegenheid tegen vielen. De traditionele augustus-discussie over de koopkracht wordt overschaduwd door het dispuut over werk, werk en werk.