De meester van de overdaad; Gesprek met Isaac Hayes, de Wagner van de soul

Aan het eind van de jaren zestig mocht 'soulman' Isaac Hayes van zijn label Stax een lp maken precies zoals hij dat zelf wilde. Het resultaat was 'Hot Buttered Soul', een revolutionaire plaat waarop voornamelijk covers stonden en Hayes een volledig symfonie-orkest gebruikte. “Bij coveren is het een uitdaging er iets eigens van te maken.”

Isaac Hayes: Branded en Raw and Refined, beide verschenen op Virgin Records

Het is alsof Isaac Hayes nooit is weggeweest. De 52-jarige Amerikaanse soulzanger ziet er precies zo uit als twintig jaar geleden. Zijn kaalgeschoren schedel glimt nog steeds en zijn baard is, op een enkele grijze haar, nog net zo zwart. Ook zijn stem is niet aangetast door de jaren: de Wagner van de soul beschikt nog steeds over de bariton die zelfs niet door Barry White in sonoriteit is overtroffen. Alleen zijn kleren zijn anders. Geen soulbroek, vilten laarzen en cape met zebrastrepen draagt hij, en de kolossale ketting om zijn hals als verwijzing naar de bevrijding van de slavernij ontbreekt eveneens. Slechts een eenvoudige zwarte broek heeft Hayes aan en een zwart T-shirt met de tekst 'Music is not a spectator sport'.

Vooral de laatste jaren doken steeds vaker samples van platen van Hayes op in de muziek van rappers als Snoop Doggy Dogg, Ice Cube en Bristol-groepen als Portishead. “Ik ben er niet door beledigd,” zegt Hayes in zijn kamer in het Amsterdamse American Hotel. “Ik zie samples niet als diefstal. Het betekent juist dat er nog steeds behoefte is aan mijn muziek. De rapjongens mogen mijn muziek gebruiken zolang ze het maar niet hebben over 'bitches'.”

Het is al zeven jaar geleden dat Isaac Hayes zijn voorlaatste plaat, Love Attack, maakte. Hij is in de tussentijd vooral werkzaam geweest als acteur in onder meer de tv-series Miami Vice, The Fresh Prince of Bel Air en in films als Johnny Mnemonic. “Ik moest wel acteren omdat ik werd afgewezen door de muziekindustrie. Ik paste niet in de richting waarin de muziek zich ontwikkelde. Wij, de zangers uit de jaren zeventig zoals Barry White en Bobby Womack, werden genegeerd. Ik besloot met muziek op te houden en te wachten tot de tijd er weer rijp voor was. Platenmaatschappijen richtten zich op hiphop, mede omdat het zo goedkoop is om te produceren: een drummachine, een sampler en een synthesizer - meer heb je niet nodig. Maar uiteindelijk creëer je een probleem, want hoeveel kun je sampelen? Op het laatst moet je samples gaan sampelen, en dat is belachelijk. Daarom is er nu weer behoefte aan live-muziek.” Onlangs kwamen er dan ook twee platen van Hayes tegelijk uit: Branded met gezongen nummers en Raw and Refined met hoofdzakelijk instrumentaal werk.

Pionierswerk

Het is meer dan vijfentwintig jaar geleden dat Isaac Hayes pionierswerk verrichtte toen hij Hot Buttered Soul uitbracht. Deze lp uit 1969 was in verschillende opzichten revolutionair. Tot Hot Buttered Soul was soul voornamelijk muziek die op singles verscheen. Een soulnummer duurde niet langer dan een minuut of drie. Hayes was zelf de kampioen van het korte liedje. Samen met David Porter schreef hij er ongeveer tweehonderd, voor Carla Thomas, Sam & Dave, William Bell, Ruby Johnson en andere artiesten van Stax/Volt, het soullabel uit Memphis. Klassiekers als 'Soul Man' en 'When Something Is Wrong With My Baby' staan mede op Hayes' naam. Schrijven leek het duo geen enkele moeite te kosten. Beroemd is het verhaal over een hit van Sam & Dave. David Porter zat op de wc, een ongeduldige Isaac Hayes riep dat het nu echt tijd was om te vertrekken en Porter antwoordde: “Hold on, I'm coming.” Onmiddellijk besefte Porter dat dit het refrein moest worden van een nieuw nummer. “Schrijven ging toen gemakkelijk,” beaamt Isaac Hayes. “We waren specialisten in het uitdrukken van gevoelens in tweeëneenhalve minuut. Alles kon aanleiding zijn voor een nummer. Strips, reclame, het maakte niet uit. Als Sam & Dave 's avonds naar de studio kwamen, gingen David Porter en ik 's middags bij elkaar zitten om wat nummers te schrijven. De volgende dag was de plaat klaar.”

Op Hot Buttered Soul staan maar vier nummers, waarvan er slechts één door Isaac Hayes zelf is geschreven. “David Porter en ik groeiden uit elkaar,” vertelt Hayes over het opmerkelijke feit dat een groot songschrijver als hij op zijn deze plaat juist voornamelijk covers zette. “Zelf ben ik een luie tekstschrijver, ik zorgde hoofdzakelijk voor de muziek. Coveren is gemakkelijker dan zelf nummers schrijven. De liedjes bestaan aI, ze hebben geen geheimen meer en hebben als hits hun waarde al bewezen. Ik kies nummers die me ontroeren. Ik ben in de eerste plaats een romanticus. Ik huil om gelukkige en droevige eindes bij films en ook om liedjes als 'Walk On By' van Bacharach en David. Het zijn liedjes die ook over mijn leven gaan.

“Maar dat wil niet zeggen dat coveren niet creatief is. Het is een uitdaging om er iets eigens van te maken. Je moet het tot je nemen, uit elkaar halen en weer op een andere manier in elkaar zetten, zodat het iets van jezelf wordt. Dat is de aantrekkelijke en moeilijke kant van covers.”

De vier nummers op Hot Buttered Soul braken rigoureus met de 3-minuten-grens van de soulnummers van de jaren zestig. Opzienbarendste lied is Jimmy Webbs lelieblanke country-nummer 'By The Time I Get to Phoenix', dat ruim 18 minuten duurt. Het begint met een rap waarin Hayes vertelt over een man die zeven keer werd bedrogen door zijn vrouw, zeven keer van haar wegging en zeven keer bij haar terugkeerde. De begeleiding is minimaal: een drummer tikt op het bekken, een bassist speelt één enkele toon en een orgel houdt langdurig eenzelfde akkoord aan. Maar dan, na een minuut of acht, verlaat de man voor de achtste keer zijn vrouw om niet meer terug te keren. De begeleiding zwelt aan: violen, koperblazers en fluiten - Hayes laat geen middel onbenut om de luisteraar mee te slepen. De man rijdt naar Phoenix en Hayes begint te zingen over zijn gedachten: “Als ik in Phoenix aankom, wordt ze wakker, staat ze op en vindt ze mijn briefje.”

Blazers

Hayes maakte niet langer gebruik van het standaard-soulorkest van gitarist, bassist, organist, drummer en drie blazers, maar liet een heel symfonie-orkest naar de studio komen. Hij buitte de mogelijkheden van het orkest tot het uiterste uit. Hayes is de meester van de overdaad. Steeds als de luisteraar denkt dat het nummer nu zijn climax wel heeft bereikt, laat hij nog meer violen en blazers opduiken die vaak niet veel anders doen dan dezelfde eenvoudige melodie een andere klankkleur geven. Het resultaat is een soort rijk georkestreerde minimal-soulmusic.

Hot Buttered Soul werd een groot verkoopsucces en betekende het begin van de jaren-zeventigsoul. Hayes' werkwijze zou worden nagevolgd door Curtis Mayfield, Marvin Gaye en bovenal Barry White, die Hayes' muziek nagenoeg kopieerde. Het grootste succes behaalde Hayes twee jaar na Hot Buttered Soul met muziek voor de blacksploitation-film Shaft. Ook hierin werd hij door andere soul-artiesten gevolgd: Curtis Mayfield componeerde muziek voor de film Superfly, en Marvin Gaye voor Trouble Man.

“Het succes van Hot Buttered Soul kwam onverwacht. In het voorjaar van 1969 bracht Stax/Volt 26 lp's uit. Daarvan produceerde ik er een flink aantal en als beloning mocht ik een eigen plaat maken, helemaal zoals ik het zelf wilde. Ik ging de studio in met de gedachte dat het niets uitmaakte of de plaat een commercieel succes werd of niet, want er waren nog altijd die 26 andere platen. Ik wilde een creatieve verklaring afleggen, ik wilde laten horen hoe het volgens mij moest. Tweeëneenhalve minuut waren genoeg voor Sam & Dave, maar niet voor mij. Wat ik wilde zeggen, kon onmogelijk binnen drie minuten worden uitgedrukt. Ik wilde al zo lang werken met veel violen, ik ben altijd een liefhebber van klassieke muziek geweest.”

Op Hot Buttered Soul volgden nog meer succesrijke platen met eigen nummers en onwaarschijnlijk lang uitgesponnen covers van liedjes van Burt Bacharach en Hal David, Carole King en The Doors. Maar eind jaren zeventig taande het succes, hoewel toenmalige disco-muzikanten veel van Hayes' stijlmiddelen gebruikten. En ook in de jaren tachtig bleef Hayes' ster vaal. Zijn muziek uit deze jaren klinkt lauw, laf en vlak; zijn voorlaatste plaat Love Attack is bijvoorbeeld een geforceerde poging om met behulp van synthesizers eigentijds te klinken.

Sonore rap

Sinds tweeënhalf jaar is Hayes, net als Hollywoodsterren als John Travolta en Tom Cruise, lid van de Church of Scientology. Bovendien werd hij paar jaar geleden in Ghana tot koning gekroond wegens zijn bijdrage aan de bewustmaking van zwarte Amerikanen van hun Afrikaanse wortels en geschiedenis. Misschien heeft dit hem de moed gegeven om zich niets aan te trekken van de huidige tijd: op Branded grijpt Hayes onbeschaamd en met succes terug op zijn muziek uit het begin van de jaren zeventig. De plaat begint, zoals het hoort bij een echte Isaac Hayes-plaat, met een sonore rap over de dreigende ecologische rampspoed, die wordt gevolgd door een paar covers, waaronder 'Fragile' van Sting. Ook staat er een nummer op dat hij samen met David Porter schreef en nam hij zelfs eigen nummers uit de jaren zeventig opnieuw op: 'Hyperbolicsyllabicsesquedalymistic' en 'Soulsville'. Het laatste is een aanklacht tegen het uitzichtloze bestaan in de zwarte getto's. “Ik kon Soulsville weer opnieuw opnemen omdat er niets is veranderd. Sterker nog: het is er erger geworden. Drugs en werkloosheid kenden we al, maar nu zijn daar nog de drive by shootings bij gekomen.”

Hayes werkte met dezelfde muzikanten als in de jaren zeventig, met de wah-wah-gitaar van Charles 'Skip' Pitts weer in een prominente rol. De enige concessies aan deze tijd zijn een gesproken bijdrage van Chuck D. van de radicale rapgroep Public Enemy aan 'Hyperbolicsyllabicsesquedalymistic' en het feit dat de viool- en blazersklanken worden voortgebracht door synthesizers. De eerste concessie kwam voort uit de wens om aansluiting te vinden bij de rappers die Hayes' muziek zoveel sampelen, de tweede was noodgedwongen. “Van mijn nieuwe platenmaatschappij kreeg ik de opdracht om vooral niet nieuw te klinken. Integendeel, ze drukten me op het hart om juist een echte Isaac Hayes-cd te maken. Maar het budget om de cd te maken was toch beperkt. Ik heb mijn best gedaan om de violen en blazers zo echt mogelijk te laten klinken. Maar er gaat niets boven een echt orkest. Ik wil pas weer optreden als ik over een groot orkest kan beschikken. Daar zal nog wel een plaat voor nodig zijn. Maar dan kom ik terug met veel violisten en blazers.”