De liefde voor halve mislukkingen; De filmische romans van de Franse schrijver Patrick Modiano

De Franse auteur Patrick Modiano schrijft alsof hij een filmcamera is. Hij beschrijft de handelingen, de personen en de dialogen, en zonodig de omgeving. En dit alles zo summier mogelijk, zodat elke zin het verhaal vooruit helpt. “Sommige mensen schijnen te denken dat een mooie zin een zin is die je op je grafsteen kunt gebruiken. Modiano heeft geen enkele zin geschreven die je kunt gebruiken voor een grafsteen en toch zijn er maar weinigen die zo mooi schrijven als hij.”

De boeken van Patrick Modiano zijn uitgegeven door Gallimard. Vertalingen (Zondagen in augustus, Memory Lane, Verdaagd verdriet, Aardige jongens en Trouwboekje) zijn verschenen bij de Arbeiderspers.

Als het leven niet uit halve, maar uit hele mislukkingen zou bestaan zou het waarschijnlijk niet alleen veel aangenamer zijn, het zou ook precies het leven zijn waarnaar wij verlangen. Als ik in ieder geval het grootste gedeelte van de verhalen, films en mythes die wij hebben geproduceerd mag geloven. Want tegenover de totale mislukking staat ook de totale overwinning. Ons verlangen naar het absolute moet wel een brandend verlangen zijn. Weinig komt zo tegemoet aan dat verlangen als sport. En oorlog natuurlijk.

Er zijn schrijvers en filmregisseurs geweest die geprobeerd hebben dit verlangen te bevredigen. Wat zij in de eerste plaats nodig hebben, is een held die het goede en niets dan het goede vertegenwoordigt. Iemand die namens ons spreekt. Dan natuurlijk een opponent die de missie van die held dwarsboomt en hem naar het leven staat. En wij begrijpen dat als de held sterft wij ook een beetje sterven. Want zijn dood zou het eind van zijn missie betekenen en dus misschien ook wel het eind der tijden. En ook de held begrijpt dat zijn dood geen privé-aangelegenheid meer is, maar het eind der tijden kan betekenen. Rocky mag niet dood. Want zijn wij niet allemaal het lachertje uit de achterbuurt van de grote stad? En hebben we niet allemaal op een dag de kans tegen de grote Apollo te vechten? En zijn we niet allemaal te laf geweest die kans aan te grijpen? Behalve Rocky, die het doet en nog wint ook. En ook Clint Eastwood mag niet dood, want Clint is Clint en wij willen Clint voor altijd 'make my day' horen zeggen.

Nu moet iemand die zijn eigen dood als het eind der tijden beschouwt wel over een Wagneriaanse geest beschikken, of hij moet emotioneel en geestelijk nooit ouder zijn geworden dan een vijftienjarige. En dat laatste is precies wat al die helden gemeen hebben, van Rocky via James Bond tot Soldaat van Oranje. Iemand die te veel weet (of te veel voelt) kan geen absolute held meer zijn. Het was geloof ik een Oostenrijkse schrijver die schreef dat we het alleen aan onze korte levensduur te danken hadden dat we de helden en overwinnaars van vandaag niet zagen veranderen in de verliezers van morgen.

Koningin der Belgen

Bijna niemand kan zo goed over halve mislukkingen en halve helden schrijven als de Franse schrijver Patrick Modiano (1945). Er is ook bijna niemand die zo beïnvloed is in zijn manier van schrijven door films als Modiano. En er zijn ook maar weinig schrijvers die zo goed in staat zijn overtuigende verhalen (of mythes) te creëren zonder absolute helden en ook zonder anti-helden die op stumperds lijken.

Een typisch Modiano-karakter is de arts René Meinthe uit Villa Triste (1975). Meinthe verklaart voortdurend de Koningin der Belgen te zijn. Iemand die denkt de Koningin der Belgen te zijn, dat is een stumperd, over wie je hooguit meewarig je hoofd kunt schudden. Maar iemand die voortdurend verklaart de Koningin der Belgen te zijn, dat is waarschijnlijk iemand die aardig begrepen heeft hoe dit leven in elkaar zit en daaruit bepaalde conclusies heeft getrokken. 'Toen stampte Meinthe met zijn hak op de vloer en zei heel snel zodat hij bijna over zijn woorden struikelde: “Maar ik heb u nog niet alles verteld, mevrouw... de Koningin der Belgen, dat ben ik...” '.

Er zijn meer schrijvers die over halve mislukkingen hebben geschreven. Henri Osewoudt uit Hermans' De donkere kamer van Damocles is een karakter dat uitstekend zou passen in een boek van Modiano. Maar ik betwijfel of Hermans ooit zoveel van Osewoudt heeft gehouden als Modiano van zijn halve helden. Bij Modiano heb je voortdurend het gevoel dat hij het eigenlijk zelf is. Dat hij zelf ook wel eens de straat op is gegaan om te verklaren dat hij de Koningin der Belgen is. In Villa Triste schrijft de verteller over een foto waarop Meinthe en de geliefde van de verteller, de half mislukte filmster Yvonne Jacuet, staan: 'Ik heb die foto talloze jaren bij me gedragen alvorens hem bij andere souvenirs op te bergen, en op een avond dat ik hem vol weemoed bekeek, kon ik niet nalaten er met een rood potlood 'Koningin van één dag' dwars overheen te schrijven.'

De verteller in dit boek (Modiano?) treedt overigens op onder de naam graaf Victor Chmara, hoewel het volstrekt duidelijk is dat de verteller geen graaf is en ook geen Victor Chmara heet. In zijn roman De straat van de Donkere Winkels (1978) waarvoor hij de Prix Goncourt ontving, toont Modiano aan dat er tussen autobiografie en fictie geen wezenlijk verschil bestaat. De verteller in deze roman is zijn geheugen kwijtgeraakt en gaat op zoek naar mensen die hem gekend hebben in de hoop dat zij hem kunnen vertellen wie hij is. Steeds denkt hij zijn identiteit achterhaald te hebben en er vrede mee te hebben gevonden, maar dan blijkt dat hij die ander is op de foto. Zo verandert hij van een Zuidamerikaanse vluchteling die op de ambassade van de Dominicaanse Republiek in Parijs werkte in een zoon van Howard de Luz, verarmde Franse adel, of is zijn naam toch Pedro McEvoy, de echtgenoot van Denise?

De Straat van de Donkere Winkels doet soms denken aan de film Zelig van Woody Allen.

Modiano heeft in interviews verteld dat zijn manier van vertellen sterk beïnvloed is door films. Nu moet je wat schrijvers in interviews beweren nog meer wantrouwen dan wat animeermeisjes je in je oor fluisteren, maar in dit geval heeft hij gelijk. Modiano schrijft alsof hij een filmcamera is. Hij beschrijft de handelingen, de personen en de dialogen, en zonodig de omgeving. En dit alles zo summier als maar mogelijk, zodat elke zin het verhaal vooruit helpt, en daarom niet gemist kan worden.

Sommige mensen schijnen te denken dat een mooie zin een zin is die je op je grafsteen kunt gebruiken of in een rouwadvertentie. Modiano heeft geen enkele zin geschreven die je kunt gebruiken voor een rouwadvertentie of grafsteen en toch zijn er maar weinigen die zo mooi schrijven als hij. Dat is waarschijnlijk mede te danken aan zijn vaste vertaler Edu Borger. Ik heb Engelse vertalingen van Modiano gezien die lezen als films die te langzaam worden afgedraaid.

Geen enkele zin die Modiano opschrijft, is ingewikkeld. Dit is een ander misverstand over schoonheid. Ik heb eens een dame horen beweren, 'die meneer schrijft zo ingewikkeld, ik begrijp er niets van, dat moet een ontzettend intelligente man zijn'. Het is curieus dat iemand die zich niet verstaanbaar kan maken voor intelligent doorgaat. Een barbaar kan zich ook niet verstaanbaar maken. Het gemompel van Sylvester Stallone in de befaamde monoloog in Rocky I vertoont veel gelijkenis met het proza van (laat ik niemand beledigen) meneer Heidegger. Het is allebei volstrekt onverstaanbaar. Het verschil is dat het gemompel van Stallone vele mensen ontroerde (inclusief mijzelf), en dat is iets dat je niet van het proza van meneer Heidegger kunt zeggen.

Een voorbeeld van een prachtige zin komt uit de Franse film Le mari de la coiffeuse. De kapster heeft zelfmoord gepleegd. Haar echtgenoot zit in de kapsalon een kruiswoordpuzzel op te lossen samen met wat klanten die niet weten dat de kapster dood is. Niemand zegt iets. Twintig seconden kijken we naar dit beeld. Dan kijkt de man van de kapster op en zegt rustig 'de kapster komt zo'. Hierna gaat hij verder met het oplossen van zijn kruiswoordpuzzel.

Is 'de kapster komt zo' een zin die je op de grafsteen zou willen plaatsen? Waarschijnlijk niet. Is het een prachtige zin? Ja. Alles wat de regisseur heeft willen vertellen heeft hij in vier woorden gedaan en zo krachtig dat alle andere oplossingen, denk ik, alleen maar minder resultaat hadden opgeleverd. En ander voorbeeld uit Modiano's roman Aardige Jongens (1982): 'Bij het hoofdje 'beroep van de ouders' schreef hij in een mooi, nauwgezet handschrift: Handel in invloed'.

Wie allemaal mooie beelden achter elkaar zet, heeft nog geen film. Wie allemaal zinnen achter elkaar zet die stuk voor stuk niet zouden misstaan op een grafsteen, heeft ook nog geen roman. Schrijven bestaat, zoals bekend, net als film en misschien wel net als alles waar je van kunt houden op deze wereld bij de gratie van suggestie.

Modiano is een meester in het suggereren van welke emotie en sfeer dan ook. Misschien ook wel omdat hij geleerd heeft van film en heeft geconcludeerd welke voordelen een romanschrijver heeft boven een filmmaker, en ook welke nadelen. Per definitie zou je kunnen stellen dat beelden krachtiger zijn dan woorden. Maar een schrijver behoort beelden op te roepen door middel van woorden. En die beelden kunnen, als het goed gebeurt, weer krachtiger, want simpeler, zijn dan filmbeelden. 'Maar ik heb u nog niet verteld mevrouw... de Koningin der Belgen, dat ben ik... '

De spaarzame en uiterst effectieve stijl van Modiano doet soms denken aan die van Carver. Carver schrijft met meer bitterheid over halve mislukkingen. Hij gooit een afgekloven kippebotje in ons gezicht en roept, 'dit is het'. Modiano neemt ons mee naar een dure nachtclub en op het hoogtepunt van de avond laat hij een ober opdraven met een zilveren schaal en op die schaal ligt datzelfde kippebotje van Carver. Misschien komt het wel, doordat Carver voornamelijk over lagere witte middenklasse schrijft. Terwijl Modiano voornamelijk schrijft over verarmde adel, gewezen filmsterren, nachtclubdanseressen, ambassadepersoneel, vluchtelingen, emigranten, handelaren in zeldzame objecten en criminelen die geen droog brood kunnen verdienen met hun criminaliteit.

De verhalen die Modiano in zijn boeken vertelt, lijken soms op elkaar. Ook komen personen uit het ene boek in andere gedaante in het andere boek terug. Dat is geen bezwaar, omdat de verhalen interessant genoeg zijn en ook omdat hij een van die weinige schrijvers is bij wie je het gevoel hebt dat je graag meer zou willen weten over de mensen over wie hij schrijft. Bij de meeste schrijvers ben je blij als ze eindelijk het laatste woord over hun hoofdpersoon hebben opgeschreven. Bij Modiano denk je meestal dat hij net iets te weinig heeft geschreven. Waarschijnlijk heeft hij dus precies genoeg geschreven.

Noodlottig

Ook objecten komen in verschillende gedaanten in zijn romans terug. Zo is 'het Zuiderkruis' in De Straat van de Donkere Winkels een villa. In Zondagen in Augustus (1986) is 'het Zuiderkruis' een diamant die de katalysator is voor een paar noodlottige gebeurtenissen in het leven van de twee hoofdpersonen.

Zondagen in Augustus, Verloren Wijk (1984), Villa Triste en Het Circus komt voorbij (1992) zijn de boeken van Modiano waarvan ik het meeste houd. In de serie privé-domein is nog een boek van Modiano verschenen waarin hij de schrijver Emmanuel Berl interviewt. Een interview dat een boek lang duurt dat zou in veel gevallen verschrikkelijk zijn, maar niet als Modiano het doet. Hij beseft dat romans, interviews en films vehikels zijn om verhalen te vertellen. En het is precies dat laatste waarin hij ontzettend goed is, of het nu zijn eigen verhalen zijn of die van anderen.

Zondagen in Augustus gaat over de fotograaf Jean die in de buurt van de Marne aan zijn album werkt dat 'rivierstranden' moet gaan heten. Aan een van die rivierstranden ontmoet hij Sylvia. Zij is getrouwd met Frederic Villecourt en woont samen met haar man en schoonmoeder in een dorp aan de Marne. Sylvia en Jean krijgen een verhouding en als haar man haar op een avond een blauw oog heeft geslagen, besluit zij samen met Jean te vluchten. Zij neemt 'het Zuiderkruis' mee, een kostbare diamant. Hun vlucht eindigt in Nice, waar zij op het terras van een hotel kennismaken met het echtpaar Neal. De Neals hebben wel belangstelling 'het Zuiderkruis' te kopen, wat erg belangrijk is voor Sylvia en Jean, want ze hebben geld nodig. Op een avond gaan zij uit eten met de Neals. Na het eten stellen de Neals voor nog naar een nachtclub in Cannes te gaan. Op de autoweg vraagt meneer Neal of Jean even kan uitstappen om een pakje sigaretten te kopen. Als hij terugkomt is de auto met de Neals en Sylvia verdwenen. Jean doet aangifte bij de politie, maar de politiebeambte wijst hem op een groot bord 'opsporingen ten behoeve van het gezin'. Hij kan hem niet verder helpen, Sylvia is geen familie van hem. Zonder een moment sentimenteel te worden heeft Modiano een van de weemoedigste romans geschreven die ik ken.

In een ander boek schrijft hij over iemand dat diegene uit een betere periode uit zijn leven alleen een regenjas had overgehouden. Modiano verzoent je ermee dat er waarschijnlijk niet meer is dan wat zondagen in augustus. Of een regenjas. En dat de rest inderdaad flauwekul is. Of in zijn eigen woorden, 'het was die zomer erg warm en we hadden de zekerheid dat niemand ons hier op het spoor zou komen. We volgden de dam en keken op welk strand het 't drukst was. Dan liepen we naar beneden naar dat strand, op zoek naar een heel klein stukje vrije ruimte waar wij ons op onze badhanddoeken konden uitstrekken. Nooit zijn we zo gelukkig geweest als op die momenten, verloren in een naar zonnebrandolie geurende menigte. De kinderen om ons heen bouwden zandkastelen en de venters stapten over de lichamen heen en boden hun ijsjes te koop aan. We waren net als iedereen, niets onderscheidde ons van de anderen, op die zondagen in augustus.'