Amaai

Een schaatsbelg? Daar hadden ze in Brussel en omstreken nog nooit van gehoord. Dat wil wat zeggen, want in het koesteren van curiosa zijn Belgen, op een enkele bewoner van de Faer⊘er-eilanden na, het meest inventieve volk ter wereld. Ze bidden en knielen voor alles wat beweegt, maar de snelheid van een paar oude onderbinders kennen ze niet. IJs is voor Belgen wat sneeuw is in Zaïre: een grap van god waar de mens verder niets mee kan. Wel gevaarlijk, je ligt zo plat achterover.

Bart Veldkamp gaat dus schaatsen in de woestijn. Met een Belgisch vlaggetje op de rolkraag. Heviger kan een cultuurschok niet zijn. We hebben het wel over de gouden plak (tien kilometer) op de Winterspelen van Albertville. De transfer van Romario naar Istanbulspor zou minder opzienbarend zijn. Want ook voor het geld moet Veldkamp niet in België wezen: de nationale schaatsbond vergadert, sinds jaar en dag, in het tuinhuisje van de voorzitter en alleen de bestuursleden die hun eigen drank meebrengen mogen er in. Zo arm.

Alle kampioenen lopen in hun carrière tegen het moment aan dat de stem van de desperado hen een andere trainer, een andere club, een andere vrouw, zelfs een ander land inloeit. Achter de transfer van Bergkamp naar Arsenal gaat ook veel onuitgesproken wanhoop schuil. Maar wat Veldkamp nu overkomt is de wanhoop voorbij. Je gaat als prestigieuze stayer niet voor een land schaatsen waar ze nog steeds denken dat Johann Olav Koss een Oekraïense discuswerper is. Alle vlaggen en volksliederen zijn inmiddels getatoeëerd, daar niet van, maar er bestaat in de sport ook zo iets als het primaat van cultuur en traditie. Lasso werpen doe je in Texas, niet op de Maagdeneilanden.

Ik mocht die Veldkamp wel. Een querulant met af en toe Franse maniertjes. Niet het overspontane geluk van Rintje en Falko die bij winst de vrije natuur van Friesland in hun gezicht laten dansen. Bart heeft een ge-urbaniseerd smoel, donkerder en norser dan de agrarische pistiers. Zijn perpetuum mobile neigt naar een ingewikkeld soort betrouwbaarheid. Scepsis als anker, dat hebben jongens van het platteland toch minder.

Op zijn persconferentie sprak Veldkamp van een bevrijding. Hij wilde eindelijk wel eens verlost zijn van de oeverloze kwalificaties voor grote toernooien, de knagende onzekerheid van wel of geen deelname aan de EK en WK's, de knellende KNSB-regels en wellicht ook van het eenzijdige publicitaire schijnsel rond Ritsma en Zandstra. Dit laatste zei hij niet, maar de eergevoelige Hagenaar heeft natuurlijk wel de extra-sportieve tanden stuk gebeten op de Friese alliantie. Hij was het ook zat om machteloos te blijven toezien hoe de bondsbestuurders elkaar met een Jet Nijpels-achtige perversie tot aan de rand van het hartinfarct bleven bestoken.

Dit alles neemt niet weg, dat zijn vlucht naar België een dramatische vergissing is die onherroepelijk zal leiden tot een voortijdig einde van zijn carrière. Buitengewoon onrustwekkend is de mededeling van Veldkamp dat hij zijn nieuwe domicilie heeft gevonden bij een Belgische familie in Heist-op-den-Berg, waar hij een kamertje mag betrekken.

Nu ken ik Heist-op-den-Berg een beetje. Wat Veldkamp daar te wachten staat, is allesbehalve een klimaat voor topsport. Voor het sprankelende leven van Heist-op-den-Berg moet je tussen de koeien en bij de bloemkolen zijn. Het hele dorp is een grote echokamer van lamme verhalen over vroeger. Overdag trekt men de gordijnen en zichzelf dicht. 's Avonds wordt in de enige kroeg de Charleston gedanst door drie ouwe wijven terwijl de mannen over de biljarttafel hangen. Meer sport is er in het dorp niet te bekennen.

Heist-op-den-Berg is nog nooit door een vreemdeling betreden. En dan nu een Nederlandse topsporter die het volk komt lospellen uit zijn droom van de twintiger jaren, als dat maar goed gaat. Nog linker is de dankbaarheid van de gastfamilie voor de eer die haar te beurt is gevallen. Voor-ie het weet is Veldkamp doodgeknuffeld. Het zal hem aan niets ontbreken. Mosselen, frites en pils à volonté en 's zondags reli-house. De aangespoelde kampioen zal van communiefeesten naar gouden bruiloften worden gesleept. Altijd maar eten.

Bart Veldkamp onder de Belgische vlag: ik geef hem nog drie maanden. Dan schaatst hij in Heerenveen zijn laatste rondje, pap in de benen, pap in de mond.