Agenten mogen dieven auto's niet meer volgen

AMSTERDAM, 28 JULI. Amsterdamse agenten mogen voortaan alleen in nauw overleg met de meldkamer autodieven achtervolgen. Wanneer de risico's van de achtervolging te groot zijn moet daarvan worden afgezien. Binnenkort verschijnen richtlijnen om in voorkomende gevallen een afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van een achtervolging. Dat heeft politiewoordvoerder K. Wilting desgevraagd gezegd.

Onlangs kondigde de districtschef van Amsterdam-Oost een verbod af om autodieven die na een stopteken van de politie toch doorrijden, te achtervolgen. Aanleiding voor het verbod was een aantal achtervolgingen in Amsterdam-Oost die voor betrokkkenen meer schade dan vreugde opleverden. Zo reed kort geleden een agent die achter een autodief aanzat zijn motor in de prak. De schade bedroeg 9.000 gulden.

Volgens Wilting heeft de korpsleiding vanochtend het verbod in getrokken. “Een verbod gaat te ver. We blijven natuurlijk proberen zoveel mogelijk autodieven te pakken. Maar we zullen anders dan voorheen een scherpere afweging maken tussen de voor- en nadelen van een achtervolging.” Jaarlijks bedraagt de schade aan politievoertuigen tienduizenden guldens. Hoeveel gewonden er dit jaar bij achtervolgingen zijn gevallen, kon hij niet zeggen. In een paar gevallen zijn agenten wel dermate ernstig gewond geraakt dat zij moesten worden afgekeurd.

Vorig jaar werden ongeveer 7.841 auto's gestolen, in 1993 waren dat er circa 8.773. Tot nu toe wordt globaal de helft van alle gestolen auto's teruggevonden. De Amsterdamse politie werkt sinds 1991 in surveillance-wagens met computers die in rechtstreeks contact staan met grote centrale computers van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Zodoende kan onderweg worden nagegaan of een bepaalde auto als vermist te boek staat. Op die manier werden in 1992 3.846 auto's opgespoord, een stijging van 51 procent ten opzichte van 1990.