'Wie zich in China aan alle regels houdt is helemaal gek'

Volgens de Chinese autoriteiten bewandelen de meeste ondernemers in dat land keurig alle officiële paden als ze een bedrijf willen opzetten. Veel ondernemers zelf echter moeten om die bewering lachen. “Chinezen die zich aan de regels houden zijn gek”, zegt een van hen.

PEKING, 27 JULI. Li Yilin vindt zichzelf “een handige jongen”. Twee jaar geleden werkte hij nog volledig voor een wetenschappelijk onderzoeksinstituut aan de Qinghua-universiteit in Peking, maar nu houdt hij zich vooral bezig met zijn bedrijf. Wat Li daar precies verhandelt wil hij niet kwijt, maar duidelijk is dat het verdient, getuige de splinternieuwe Beijing Jeep die voor zijn deur staat.

“Niets bijzonders”, zegt Li. “Gewoon inkoop en verkoop, je moet alleen de juiste mensen kennen.” Want daar gaat het om volgens Li. Contacten. “Als je alles volgens de regels van de Chinese wet speelt, dan duurt het eeuwen voor je wat voor elkaar hebt, daarom ben je gek als je geen gebruik maakt van je vrienden en kennissen.”

Dat China geen gebrek heeft aan regels zal vrijwel iedere Chinees onmiddellijk toegeven. “China's economie draait op het zetten van stempels”, meent Li. “Als je in dit land een bedrijf wilt beginnen, moet je eerst duizend stempels halen, want zo zijn de regels, en daarvoor moet je dus duizend keer in de rij staan, want een stempel is niet zomaar gezet.”

Veel kleine ondernemers in China trekken een vies gezicht als zij worden herinnerd aan hun moeizame gang langs de loketten van de Chinese bureaucratie die nodig was om hun plannen rond te krijgen. Want ondanks het feit dat China's particuliere sector in de afgelopen vijftien jaar volgens officiële gegevens meer dan dertig miljoen banen heeft gegenereerd, blijkt het beslist niet eenvoudig om in China's overgereguleerde samenleving een bedrijf op te zetten of kleine zelfstandige te worden.

Een ambtenaar van het Bureau van Handel en Industrie kijkt zijn klant verveeld aan. De klant, een 25-jarige vrouw die een bedrijf in sportkleding wil beginnen, houdt verwachtingsvol een papier omhoog met daarop een verklaring van het Bureau van Volksgezondheid. Voordat een bedrijfsruimte in gebruik mag worden genomen moeten de inspecteurs van het Bureau van Volksgezondheid hun goedkeuring hebben gegeven. Het papier blijkt echter onvoldoende. Volgens de ambtenaar achter de balie is eerst een verklaring van de politie vereist. Die moet de bedrijfsruimte op brandveiligheid keuren.

Buiten vertelt de beginnende ondernemer met stemverheffing dat zij al twee maanden van de ene naar de andere instantie wordt gestuurd. In totaal heeft zij twaalf vergunningen van twaalf verschillende instanties nodig. Volgens eigen zeggen rest haar echter geen keus. Zij heeft niet voldoende geld om naar een van de adviesbureaus te gaan die tegen forse betaling alle vergunningen binnen enkele dagen weten te regelen.

Het adviesbureau van He Wanlan bijvoorbeeld, met de naam De tienduizend slimme oplossingen, zegt slechts tien dagen nodig te hebben om een klant met plannen aan een eigen bedrijf te helpen. Daartoe moet wel tweeduizend gulden worden opgehoest, tienmaal het bedrag dat het Bureau van Handel en Industrie rekent.

He heeft haar connecties. Die heeft ze opgedaan, vertelt zij, toen ze nog voor het Bureau van Handel en Industrie werkte. Daar is ze twee jaar geleden vertrokken en nu heeft ze haar eigen zaak. Het adviesbureau heeft zij, heel praktisch, naast de ingang van het Bureau van Handel en Industrie gevestigd. Als gefrustreerde klanten het gebouw van de gemeente verlaten, kunnen ze zo terecht bij haar zaak of bij een van de andere vijf adviesbureaus die aan weerszijden van het toegangshek van het Bureau van Handel en Industrie zijn gevestigd.

Volgens He verricht zij beslist geen onwettig werk. “Het gaat tenslotte gewoon om een stempel en ik kan er voor zorgen dat die snel wordt gezet. Daar is toch niets mis mee?” Ook de concurrenten van He vertellen dat het verschijnsel 'adviesbureau' inmiddels volledig is geaccepteerd in China. Buiten de poorten van alle Bureaus van Handel en Industrie zouden zich inmiddels dergelijke bedrijven hebben gevestigd.

Yang Xi, die een goedlopend bedrijf heeft in elektronische sensoren voor verontreinigde lucht, vertelt dat hij gebruik heeft gemaakt van een adviesbureau. De officiële aanvraag van de vergunningen duurde hem te lang en het geld dat hij extra moest betalen voor 'een snelle behandeling' had hij er graag voor over.

Volgens Yang mag je echter niet zomaar de wet overtreden. “Je moet goed op de hoogte zijn van de regels. Wanneer iets niet uitdrukkelijk verboden is weet je hoever je kunt gaan.” Yang legt uit dat het meer een kwestie is van 'elkaar een dienst bewijzen'. “Ik vraag een vriend met de juiste connecties om mij aan een vergunning te helpen, legaal, maar een beetje sneller dan normaal. Vervolgens help ik hem bijvoorbeeld weer aan een huis voor zijn broer.”

Zo heeft Yang veel hulp gekregen van zijn vrienden voor het bij elkaar schrapen van het startkapitaal. Volgens Yang is dat het grootste struikelblok voor veel beginnende ondernemers. De meeste Chinezen die voor zichzelf willen beginnen, hebben vrijwel geen spaargeld. “Bij het staatsbedrijf, waar ik overigens nog steeds werk, verdien ik 250 gulden per maand. Daarvan kon ik geen cent missen. Dus toen ik 10.000 gulden nodig had, voor mijn onderneming het vereiste startkapitaal, was ik aangewezen op de hulp van mijn vrienden.”

Andere uitgaven, zoals de aanschaf van apparatuur en de huur van bedrijfsruimte, heeft Yang met bijklussen kunnen bekostigen. “Ik heb jarenlang vloerkleden uit Mongolië voor de dubbele prijs in Peking verkocht.”

Yang behoort tot een grote groep ondernemers die, aangemoedigd door de Chinese autoriteiten, zich los proberen te maken van de staatsbedrijven waarvoor zij altijd hebben gewerkt. De regering in Peking wil af van die geldverslindende en veelal noodlijdende ondernemingen en stimuleert werknemers in staatsdienst een handeltje voor zichzelf te beginnen.

“Voorlopig wil ik mijn baan bij het staatsbedrijf niet kwijt. Want via dat werk ben ik verzekerd van een gratis woning en allerlei sociale zekerheden die ik niet heb wanneer ik volledig zelfstandig ben”, aldus Yang. Zodra zijn alarminstallaties beter verkopen wil hij zijn baan bij de staatsonderneming echter wel opzeggen en gaat hij zich volledig richten op zijn bedrijf. “Nu werk ik acht uur per dag in de fabriek en gebruik ik de avonden en de weekeinden voor mijn eigen onderneming.”

Veel mensen zoals Yang en Li dromen van het succes van een man als Liu Yonghao. Het veel vertelde verhaal gaat dat Liu zo'n tien jaar geleden nog een arme straatventer was die nauwelijks voldoende verdiende om zijn dagelijks brood mee te bekostigen. Maar nu is Liu de succesvolle president-directeur van de Xiwang Corporatie in de provincie Sichuan, een bedrijf dat achttien ondernemingen omvat met een omzet van vijftien miljoen dollar. “Is het niet geweldig”, zegt Li, refererend aan het succes van Liu. “Dacht je nu echt dat Liu Yonghao in de rij heeft gestaan bij het Bureau voor Handel en Industrie?”