Voorhoeve over deportatie moslims; 'Verwijt aan Karremans is geenszins gerechtvaardigd'

NOORDWIJK, 27 JULI. De Nederlandse regering heeft zich van het begin af aan verzet tegen de opdeling van vluchtelingen in Srebrenica in verschillende categorieën. Het is onacceptabel om mensen in groepen op te splitsen, zo liet minister Voorhoeve (defensie) overste Karremans in Srebrenica op 11 juli nog weten, na de val van de enclave. Hij wil dat met nadruk nog eens herhalen.

“Omdat we wisten wat in het verleden is gebeurd, wilden we niet dat de mannen tussen de zeventien en zestig jaar uit de groep vluchtelingen op de compound in Potocari werden gehaald”, zegt Voorhoeve vanochtend. Hij onderbreekt zijn vakantie en haalt in alle rust zijn ordentelijke aantekeningen voor de dag. Hij ergert zich aan het feit dat nu rapporten opduiken dat Nederland zou hebben ingestemd met de afvoer van mannen naar het voetbalstadion in Bratunac en dus verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat met hen is gebeurd. Van het begin af aan zegt hij erop gestaan te hebben dat de bevolking in haar geheel werd geëvacueerd. Op 11 juli heeft hij dat ook op zijn persconferentie aangegeven, zo herinnert hij zich.

“Op twaalf juli dicteerde generaal Mladic aan overste Karremans dat het vertrek uit Srebrenica in vijf groepen zou gebeuren. Karremans verzette zich maar Mladic maakte de dienst uit. Groep één de gewonden, groep twee de zwakken, groep drie de vrouwen en kinderen, groep vier de mannen tussen zeventien en zestig en groep vijf Dutchbat.”

Mladic bepaalde volgens Voorhoeve ondanks de protesten van overste Karremans dat groep vier eerst 'debriefed' zouden worden door het Bosnisch Servische Leger. Daarbij ging het om ongeveer 1.200 mannen. Het overgrote deel van hen is volgens Defensie later vrijgelaten. Voorhoeve zegt dat hij de instructie heeft gegeven om burger- en militair personeel van de VN-troepenmacht UNPROFOR bij het vertrek van de vluchtelingen en het oppakken van de moslimstrijders aanwezig te laten zijn. Mladic heeft dat geweigerd. De helikopter met het personeel mocht niet landen. Hij wilde alleen met Karremans praten. Volgens Voorhoeve heeft overste Karremans geen enkel document ondertekend maar is hem een dictaat opgelegd.

“Hij heeft daar onder grote spanning moeten werken. Mladic dreigde op woensdag 12 juli de compound waar zich duizenden vluchtelingen ophielden te beschieten. Om zijn woorden kracht bij te zetten gaf hij diezelfde woensdag mortiervuur af. De scherven vielen vijftig tot honderd meter van de vluchtelingen en er ontstond grote paniek. Overste Karremans heeft geweigerd eerder die week te vertrekken, hetgeen Mladic hem opdroeg. Hij wilde pas gaan als de evacuatie voltooid was en dat is ook gebeurd.”

Minister Voorhoeve noemt de weigering van Nederland om de vluchtelingen in categorieën te verdelen een unaniem kabinetsbesluit. “Ik kan mij niet herinneren dat één minister meer bekommerd was om het lot van de bevolking van Srebrenica dan een ander. Wij hebben onze instructies afgegeven, maar overste Karremans kreeg het schema opgelegd.”

In een brief aan de Tweede Kamer die vanavond verschijnt zet Voorhoeve de gang van zaken in Srebrenica op een rij en geeft hij aan dat overste Karremans een dictaat kreeg opgelegd en dat er niet te onderhandelen viel. In augustus houdt de Kamer een debat over de aftocht uit de moslim-enclave.

Suggesties dat overste Karremans medeplichtig is aan de executie van moslimstrijders wijst Voorhoeve van de hand: “Dit verwijt is op geen enkele manier gerechtvaardigd. Het geeft een valse voorstelling van zaken. Vergeet niet dat de evacuatie verliep onder het dreigement dat de gehele compound met weerloze vluchtelingen door het Bosnisch-Servische leger beschoten zou worden. We hebben ons verzet, maar de Bosnische Serviërs hebben desondanks uitgevoerd wat hun voor ogen stond.”

Op de vraag of hij zich politiek verantwoordelijk voelt voor hetgeen er met de moslim-mannen in Srebrenica is gebeurd, antwoordt hij: “Verantwoordelijk voor de misdaden in Srebrenica is Mladic. Hij heeft ze uitgevoerd.” Een debat in de Tweede Kamer over het opgeven van de enclave schuwt hij niet. “Nederland heeft een principiële koers gevaren. Dat kan ik ook daar verdedigen.”