Popzanger Scott Walker maakt plaat na elf jaar stilte; Doodsbenauwd om te zingen

Hij is een kluizenaar in de popmuziek: de Amerikaanse popzanger Scott Walker (51). Hij accepteert nu zijn microfoonangst, zegt hij in een vraaggesprek naar aanleiding van zijn eerste plaat sinds 1984: Tilt.

Scott Walker: Tilt (Fontana/ Mercury 526 859-2).

AMSTERDAM, 27 JULI. Popmuziek heeft nog nooit zo angstaanjagend en onrustbarend eenzaam geklonken al op Tilt, de nieuwe cd waarmee Scott Walker een stilzwijgen van elf jaar verbreekt. Als zanger van The Walker Brothers introduceerde Walker (ware naam Scott Engel) halverwege de jaren zestig een van de meest melodramatische stemmen in de popmuziek, met hits als The Sun Ain't Gonna Shine Anymore en Make It Easy On Yourself. Als Californisch sessiemuzikant was hij naar 'swinging London' geëmigreerd, maar voor het snelle popsucces dat hem daar ten deel viel bleek hij niet in de wieg gelegd. Hij werd panisch wanneer zijn groep door gillende meisjes werd bestormd. Terwijl er verhalen de ronde deden over excentriek gedrag en uit de hand gelopen experimenten met drugs, zette hij al snel een punt achter zijn hitcarrière.

In 1976 volgde een korte hereniging van The Walker Brothers die de hit No Regrets opleverde. Scott Walker groeide intussen uit tot een cult-held vanwege zijn obscure, door fijnproevers hoog gewaardeerde soloplaten. Niet de luchtige popsongs van tijdgenoten als The Beatles, maar de maatschappijkritische chansons van Jacques Brel inspireerden hem tot een muziekvorm die soms meer met opera dan met pop gemeen had. In het new wave-tijdperk gaven nieuwkomers als Marc Almond en Julian Cope hoog op over het 'goddelijke genie' van hun grote voorbeeld. Scott Walker veroordeelde zichzelf echter tot een kluizenaarsbestaan. In 1990 werd de aandacht voor zijn solowerk aangewakkerd door de verzamel-cd Boy Child met een hoestekst van Marc Almond, maar sinds het ondoorgrondelijke album Climate Of Hunter (1984) werd niets meer van de 'Howard Hughes van de rock'n'roll' vernomen.

Op 51-jarige leeftijd maakt Scott Walker schoorvoetend zijn rentree in de popwereld. Het contact met de hedendaagse popscene is hij niet verloren, want de beklemmende muziek van het in enkele korte en hevige sessies opgenomen Tilt herinnert op sommige momenten aan de indringende rauwheid van P.J. Harvey of de 'industriële' klank van Nine Inch Nails. Over het verleden praat hij met tegenzin, hoewel hij onderkent dat zijn levensverhaal incompleet is zonder de Walker Brothers. “Ik raakte in Londen verzeild omdat ik gevlucht was voor de Amerikaanse dienstplicht. In Californië droomde ik ervan om naar Europa te gaan, vooral omdat ik van jongsaf bijzonder geïnteresseerd was in de Europese cinema. Mijn schoolvrienden gaven de voorkeur aan banale surf movies, maar ik raakte gefascineerd door de Franse en Italiaanse filmkunst. Ik was een vreemdeling in de popwereld, want ik ben opgegroeid met de muziek van Frank Sinatra naast die van John Lee Hooker. Opera behoorde nog niet tot mijn interesse-sfeer, hoewel ik dat in de afgelopen vijftien jaar ruimschoots heb ingehaald. Eerlijk gezegd vind ik instrumentale jazz en kamermuziek tegenwoordig interessanter dan rock'n'roll.

“Ik ben doodsbenauwd om te zingen, omdat ik weet hoe moeilijk het is om geloofwaardig te klinken. Mijn manier van zingen is fysiek bijzonder inspannend, dus ik doe het liever niet te vaak. Als de tijd is aangebroken om een plaat op te nemen, doe ik geen moeite om mijn microfoonangst te verbloemen. Angst is een onmisbaar onderdeel van mijn zangstijl. Als ik oprecht wil zijn, moet ik de luisteraar daarmee confronteren. Tot dat inzicht ben ik pas in een latere fase gekomen. Ik begrijp nu veel beter dan toen, waarom ik het niet meer op kon brengen om avond aan avond met de Walker Brothers op het podium te staan.”

Via een Duitse vriendin kwam de teruggetreden popster in aanraking met het werk van Jacques Brel, in wie hij een verwante geest ontdekte. Toevallig had de bevriende Rolling Stones-manager Andrew Loog Oldham een doos met tapes op de plank liggen, waarop de fameuze songschrijver Mort Shuman een reeks vertalingen van Brel-chansons had ingezongen. Walker wist bij de eerste beluistering meteen dat hij liederen als Jackie in het Engels wou zingen, en bracht later de elpee Scott Sings Jacques Brel uit. Zijn eigen werk vervreemdde in toenemende mate van de gangbare smaak van het poppubliek, en op zijn voorlaatste album Climate Of Hunter benaderde hij zijn muziek zoals schilder een abstract schilderij op het doek zou zetten.

Terwijl de synthesizer zijn intrede deed in de popmuziek, bleef Walker hardnekkig werken met echte violisten en geduldige muzikanten die bereid waren om zijn vage schetsen van contouren te voorzien. “Ik vergelijk de synthesizer met het houtskoolpotlood dat aan een beginnersklas op de kunstacademie wordt uitgereikt. Als je er een streep mee zet op een leeg papier, ziet het er meteen al heel kunstzinnig uit. Anders wordt het, wanneer diezelfde beginners met verf en penseel moeten gaan werken. Voordat je daarmee iets moois op het doek zet, moet je ervaring hebben met het materiaal en weten wat je er mee kunt. Ik kan pas bevredigende muziek maken als ik muzikanten om me heen heb verzameld die ik vertrouwen kan, zoals een schilder kan vertrouwen op zijn verf en zijn penselen.”

De lange stilte sinds zijn vorige plaat werd niet ingegeven door een creatieve impasse, maar door praktische overwegingen. “Het is een moderne ziekte in de platenindustrie, om pas een budget ter beschikking te stellen als de artiest zijn demo's ter beoordeling heeft voorgelegd. Vervolgens word je gekoppeld aan een producer, die de muziek moet kneden naar de gangbare normen. Die werkwijze is voor mij ondenkbaar. Ik bereid me terdege voor op een opnamesessie, maar zodra die voorbij is, beschouw ik de muziek als voltooid. De enige die er dan nog aan mag knoeien, ben ikzelf.”

Tilt eindigt met de schijnbaar veelzeggende tekstregel 'And I gotta quit / and I gotta quit.' Verwacht Scott Walker dat hij opnieuw voor lange tijd van het toneel zal verdwijnen? “Aan mijn teksten worden altijd betekenissen gehecht die ik zelf niet zo bedoeld heb. Veel van mijn muziek komt tot stand door improvisatie en zo'n tekst kan evengoed betekenen dat ik het op dat moment tijd vond voor een pauze. Zelf luister ik niet meer naar mijn platen, als ze eenmaal af zijn. Ik denk ook niet dat ik deze nummers ooit op een podium zal uitvoeren. Tenzij iemand me het voorstel doet om een tournee langs de mooiste operahuizen van Europa te maken.”