Marsverkenner landt met parachutes in bijna-vacuüm

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft een aantal succesvolle experimenten uitgevoerd met onderdelen van een nieuwe Marsverkenner die op 4 juli 1997 op de rode planeet zal moeten landen. De verkenner verschilt nogal van de logge en dure Vikinglanders die in 1976 op Mars neerstreken. Die hadden zware remraketten bij zich waardoor ze met een snelheid van 8 kilometer per uur op Mars konden landen.

Nu NASA minder geld te besteden heeft, moet de volgende generatie Mars-landers sterk vereenvoudigd worden. De nieuwe Mars Pathfinder zal dan ook niet worden uitgerust met zware remraketten, maar worden voorzien van opblaasbare ballonnen, valschermen en drie kleine brandstofraketten. Omdat de verkenner met een veel hogere snelheid op Mars terechtkomt dan de Vikinglanders - 56 kilometer per uur - moeten de ballonnen de klap opvangen. Hierdoor kan flink wat 'rembrandstof' bespaard worden.

NASA heeft onlangs een aantal parachute-landingen uitgevoerd in Connecticut en in de woestijn bij Yuma in Arizona. In Californië werd klein prototype van de lander uit een helikopter gegooid, waarna zijn val met drie brandstofraketten en valschermen werd afgeremd. Deze zomer zullen proeven worden gedaan met raketten op ware grootte.

In Ohio heeft NASA experimenten uitgevoerd met de vier opblaasbare ballonnen die de val van het toestel moeten breken. Dit gebeurde in een - 36,5 meter hoge - vacuümtoren waarin de dunne atmosfeer van Mars kon worden nagebootst. De ballonnen werden van een hoogte van 21 meter losgelaten en kwamen terecht op een bodem van rotsblokken.

De Mars Pathfinder, die in december 1996 gelanceerd wordt, zal de dunne atmosfeer van Mars binnendringen met een snelheid van 27.000 kilometer per uur. Het hitteschild zal het vaartuig in minder dan twee minuten afremmen tot circa 1,450 kilometer per uur. Vervolgens zal een groot valscherm worden opengetrokken dat het vaartuig verder afremt tot 250 kilometer per uur. Een computer aan boord houdt de snelheid in de gaten en een radar hoogtemeter de afstand tot de grond. Op 100 meter hoogte worden de vier ballonnen opgeblazen. Een paar seconden later worden drie raketten ontstoken en op 12 meter hoogte de laatste valschermen losgetrokken.

De Pathfinder zal over het Mars-oppervlak buitelen en tot stilstand komen. Daarna worden de ballonnen leeggelaten en zal het voertuig zich oprichten met behulp van drie mechanische poten. In het vaartuig zit een mobiele robot die het omringende terrein - een gebied genaamd Ares Vallis - zal verkennen.

Velen zijn ervan overtuigd dat dit internationale geweld zal resulteren in een enorme concurrentiestrijd. In Brussel sprak Michael Di Clemente van het Amerikaanse reclamebureau Lord Dentsu & Partners dan ook van een 'slag om de vingertoppen'. Verdienen bedrijven als Prodigy en America Online nu nog hoofdzakelijk aan elektronische babbelboxen - via dit systeem kunnen gebruikers met behulp van het toetsenbord rechtstreeks met elkaar communiceren - in de toekomst zal men voor het gebruik van faciliteiten moeilijk nog geld kunnen vragen. De organisaties zullen dan ook vooral op andere inkomsten zijn aangewezen zoals advertenties en sponsoring. Die mogelijkheden worden nu nog nauwelijks benut. Het grootste probleem is volgens Di Clemente van Lord Dentsu dat er nauwelijks marktgegevens zijn over de gebruikers van netwerkdiensten. Marktonderzoek is lastig omdat commerciële informatie-aanbieders kampen met een hoge churn rate: dertig tot veertig procent van de abonnees schakelt vaak al na enkele maanden over op een concurrerend netwerk of zegt gewoon zijn abonnement op. “De markt is nog erg onrustig, het is dan ook geen wonder dat de meeste adverteerders de kat uit de boom kijken”, zegt Di Climente. Dat geldt trouwens ook voor ondernemingen die diensten en produkten via de netwerken aanbieden. Hoewel sommige pagina's op Internet door 100.000 mensen per dag worden bekeken, worden er via de digitale snelweg maar heel weinig produkten besteld. Commerciële aanbieders op Internet zetten dit jaar naar schatting hooguit 125 miljoen dollar om. Velen zijn ervan overtuigd dat dit zal veranderen zodra de betalingsmogelijkheden via Internet worden verruimd, maar het is nog maar zeer de vraag of het kijkgedrag van de consument kan worden omgebogen. Mocht dat niet lukken dat ziet toekomst er voor de netwerkorganisaties er somber uit.

    • Jan Libbenga