Ir. J.P. Houben

Als dit artikel verschijnt, woont hij met zijn vrouw in Chicago. Ir. Sjeng Houben, 53 jaar, heeft meer dan vijftien patenten op zijn naam staan en was als 'director of engineering' verantwoordelijk voor produktontwikkeling bij Skil in Breda (doe-het-zelf gereedschap). Sinds juni werkt hij voor drie jaar bij Emerson, het Amerikaanse moederbedrijf.

Sjeng Houben is een wat slungelige man met een mager gezicht en achterover gekamd haar. We praten in zijn werkkamer met Gispen-meubilair, die via een glazen tussenwand uitkijkt op een zaaltje waar ontwerpers achter tekentafels zitten. Het enige persoonlijke voorwerp staat op een archiefkast: een nagemaakt draadfiguurtje uit de tekenstrip Willy Wortel met een lampje als hoofd, waarop zijn gezicht te herkennen is.

Houben: “Ik heb de eigenschap om bij zaken die voor iedereen waar zijn, toch de vraag te stellen: waarom zou het niet anders zijn? Tot vervelens toe. Het denken in alternatieven is een tweede natuur geworden. Volgens mij komt het voort uit een minderwaardigheidscomplex. Ik zat op een internaat. Daar had ik het imago erg lui te zijn. Maar dat was niet zo, ik was ongedurig en zo fanatiek dat ik huiswerk tussen de lessen door maakte, dan had je het vast gedaan. Voor mijn eindexamen ben ik cum laude gezakt: mijn gemiddelde was goed genoeg om cum laude te slagen, maar ik had één punt te weinig voor de talen.”

Na de middelbare school moest hij kiezen: kunst of techniek: “Ik hield van tekenen, maar ik koos voor het praktische. Ik heb op de TU-Eindhoven wiskunde gedaan en ben afgestudeerd in mechanica.”

Hij ging werken bij Holec, een bedrijf op het gebied van hoogspanningsapparatuur: “Ik ben een beetje voor het geluk geboren. Toen ik daar binnenkwam, kreeg ik een vraagstuk voorgelegd, waar iemand twee jaar aan had gewerkt. Ik had het voordeel van de nikswetende en zei: 'Waarom proberen we dit niet.' En dat bleek te werken.”

Bij Holec, waar hij verschillende uitvindingen deed, vertrok hij na vier jaar. Daarna werkte hij bij AMP, Aircraft and Marine Products, maar ook daar vertrok hij: “Er werd druk op me uitgeoefend ook de zakelijke leiding op me te nemen”. In 1976 kwam hij bij Skil.

Hij vertelt over zijn hobby's: “Ik verzamel postzegels, één keer per week squash ik en schaken is mijn lust en mijn leven. In een schaakblad stond een probleem: een dubbelpad, een situatie waarbij niemand meer een stuk kan verzetten. Ik had een inval en dan wil je scoren, je gaat als een dolle tekeer en kunt er niet meer van slapen. Toen we op een zondagmiddag twee bijna-auto-ongelukken hadden gehad, nam mijn vrouw het stuur over. Ik was doorgedraaid. Dat probleem ben ik kwijtgeraakt door er een boekje over te schrijven in de grote oplage van drie stuks. Eén voor mezelf en twee voor die andere idioten die zich hiermee bezighouden.”

Hij ontdekte ook een systeem om geld te verdienen met de Lotto: “Jarenlang kreeg ik voor iedere gulden die ik inlegde 1.06 gulden terug. Normaal kom je tot 47%. Ik had een theorie: als je zorgt dat je wint als niemand anders die prijs wint, krijg je meer geld. Ik hield jarenlang in de kranten bij wat mensen invullen en toen kon mijn computer uitrekenen wat je moest invullen. Maar de grap ging er af, want ze verhoogden de eerste prijs. Ik speelde op lagere prijzen, die werden verlaagd, zodat mijn rendement weg was.”

Hij laat me het bedrijf zien: “Skil is een organisatie met 350 mensen. Emerson groeit al 39 jaar zonder één dip met 12 procent per jaar, door heel planmatig werken.” We komen in een hal waar een machinestraat geheel zelfstandig koperdraad wikkelt, last en spoeltjes bijvijlt tot op de miljoenste millimeters nauwkeurig; een kakofonie van ritmische geluiden. In de assemblagehal zitten mensen in groepjes apparaten in elkaar te zetten.

Houben pakt een graskantenmaaier: “Hier heb ik aan meegewerkt. Zie je dat plastic wiel? Daardoor hoef je hem niet te tillen. Dit apparaat snijdt gras met een plastic draadje dat snel roteert. Als het afslijt, verlengt het zichzelf. Bosch had ook zoiets bedacht. Dat was de eerste keer dat we gezamenlijk octrooi aanvroegen. Octrooien zijn duur. In een vlakschuurmachine hadden we zes vindingen. Die hebben we ondergebracht in één octrooi door ze op te hangen aan de simpele montagetechniek.”

Terug in zijn kamer loopt hij naar een ladenkast en komt met bundels paperassen aanzetten: octrooien. De meeste staan op naam van hem, samen met een collega: “Dit is van een systeem waarbij een kettingzaag bij een plotselinge verandering vanzelf afslaat. Met de heer Molenaar heb ik een boormachine uitgevonden waarmee de omkering van linksdraaiend naar rechtsdraaiend via een borsteltje plaatsvindt en niet via een schakelaar, waardoor hij beter ontkoppelt, minder slijt, de radio minder stoort en goedkoper is.”

Hij vertelt over zijn slimme palletje dat voorkomt dat de rol schuurpapier bij zijwaartse bewegingen van een bandschuurmachine afloopt. Bij weer een ander octrooi zegt hij: “Technologisch gezien is dit de belangrijkste vondst. De klopboor werkte oorspronkelijk met twee getande kransen die langs elkaar heen draaiden, waardoor de tanden in en uit elkaar werden geduwd. We ontwikkelden een professionele klopboor met een zuigermechanisme, die we vervolgens compacter wilden maken voor doe-het-zelf-apparaten, maar dat werd te duur. Toen gingen we aan een principieel ander systeem denken. Het zuigersysteem, dat eigenlijk gewoon als veer functioneert, vervingen we door een V-veer, twee metalen palletjes, de één metaalkleurig en dun, de ander rood en dik. Dat was in 1984. Later volgden er nog meer verbeteringen. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost. We liepen domweg dag en nacht in ploegendienst gaten te boren in beton. Vreselijk. Maar iedereen deed mee.”

Twee van zijn vindingen, waaronder een pompje dat druppelsgewijs een kettingzaag smeert, zijn nooit uitgevoerd. Voor een systeem waarmee motoren zowel op accu's als op netspanning kunnen werken, werd geen octrooi verleend omdat ze niet innoverend genoeg werden bevonden. Enkele innovaties moeten nog op de markt verschijnen: “Met één ervan had dat drie jaar geleden al gekund, maar de interne bedrijfspolitiek bepaalt wanneer we met iets naar buiten komen. Het vak is niet alleen uitvinden en ontwikkelen, maar economisch realiseren en goede marketing. Ik ken niet één produkt waarvan de techniek bepalend was. Neem Philips met Video 2000. Iedereen zei: die is de beste. Maar hij ging er als eerste uit”.

Na ons gesprek nodigt Houben me bij hem thuis uit. Zijn vrouw vertelt dat hij altijd aan een hoekje van de eettafel zit: “Wat hem betreft kan dan alles instorten, als het maar buiten dat vierkantje gebeurt. Hij leest vier boeken tegelijk, kijkt lezend televisie, maar in de weekenden en na schaken wordt dat weleens afgestraft in de vorm van migraine”.

Houben: “Ik zit dan uren apathisch in mijn stoel te wachten tot het over gaat.” Zij: “Hij is zeer verbaal ingesteld en discussieert graag”. Hij: “Ja, ik zet met plezier een boom op over het feit dat we ten onrechte inkomstenbelasting betalen, want er zijn veel betere systemen.” Zij: “Er komen weleens Jehovagetuigen aan de deur, maar die vragen op een gegeven moment zelf of ze weer weg mogen”.