Het liefst zou ik een garagebedrijf voor Harley's beginnen

Ooit zou hij het liefst een eigen garagebedrijf voor Harley Davidsons beginnen. Maar eerst gaat de 17-jarige Barend Bakker uit Delft nog twee jaar naar de bedrijfsschool van de Rotterdamse scheepswerf RDM. De diploma's motorvoertuigentechniek en mechanische techniek van het Voorbereidend Beroepsonderwijs (de vroegere LTS) heeft hij al op zak. Voor een echte baan vindt Barend het echter nog te vroeg. “Ik moet nog heel veel leren, daarom ga ik liever nog even door.”

Barend had eigenlijk vorig jaar al aan het werk kunnen gaan. Maar na vier jaar middelbare school wist hij “nog helemaal niet wat ik voor baan zou willen hebben”. De suggestie van de schoolleiding om nog een extra jaar op school te blijven voor het diploma mechanische techniek, greep hij dan ook met beide handen aan. Door nu nog twee jaar een praktijkgerichte opleiding te volgen bij de bedrijfsschool van RDM denkt Barend straks bij het solliciteren sterker in zijn schoenen te staan. “Ook voor ons is de arbeidsmarkt moeilijker geworden.” Spijt over zijn beslissing om naar het beroepsonderwijs te gaan in plaats van naar de mavo heeft hij nooit gehad. “Ik heb altijd met mijn handen willen werken. Ik ben absoluut geen boekenmens.”

De komende twee jaar treedt RDM formeel als werkgever van Barend op. De bedrijfsschool maakt namenlijk deel uit van het leerlingwezen. In dat opleidingssysteem komen leerlingen in dienst van een werkgever, die ze vervolgens de kans moet bieden om ten minste één dag per week aan onderwijs te besteden.

Bij RDM hoeft Barend niet in de dagelijkse produktie mee te draaien. In het eerste jaar moet hij drie dagen per week in de bedrijfsschool aanwezig zijn, om te leren hoe de apparatuur in de praktijk gebruikt moet worden. De resterende twee dagen krijgt hij theorie-lessen op de streekschool. In het tweede jaar zal hij vier dagen per week op de bedrijfsschool aanwezig zijn en én dag op de streekschool. Barend hoopt af en toe ook het echte werk aan te kunnen pakken. “Als het goed is, mag je ook wel eens in de produktie meedraaien.”

Omdat Barend bij RDM vooral onderwijs volgt, krijgt hij geen echt salaris. Vanaf september krijgt hij van RDM iedere maand een toelage van 300 gulden. In het tweede jaar wordt die toelage verhoogd tot 550 gulden. RDM betaalt daarnaast alle kosten voor de opleiding. Bovendien probeert de Rotterdamse werf na afloop zoveel mogelijk leerlingen aan een baan te helpen. Soms bij RDM zelf, anders bij bedrijven in de regio. “Dat is natuurlijk hartstikke mooi”, zegt Barend. Dat hij met een toelage van een paar honderd gulden nog niet op zich zelf kan gaan wonen, vindt Barend soms “wel jammer”. “Maar het kan gewoon niet. En voorlopig heb ik het thuis nog goed.”

Een grootse carrière heeft Barend naar eigen zeggen niet voor ogen. Als het werk maar leuk is. “Het belangrijkste is dat je het naar je zin hebt. En als je dan nog een beetje aardig verdient, is dat mooi meegenomen.” Als Barend over twee jaar moet gaan solliciteren, zou hij het “lekker vinden” als die baan in zijn huidige woonplaats zou zijn. In het buitenland werken lijkt hem niets. Maar in een andere provincie zou nog wel kunnen.

“Als ik buiten Delft een leuke, voor mij geschikte baan vind, dan moet het maar.” Over het combineren van kinderen en werk denkt de 17-jarige scholier soms wel eens na. Barend: “Als mijn vrouw ook zou werken, zouden we samen moeten zoeken naar een oplossing. Misschien zou ik dan ook wel minder gaan werken.”

    • Marcella Breedeveld